INTRO

‘Met een klein hartje, maar extra gemotiveerd’ luidt mijn antwoord wanneer mensen me vragen hoe ik mijn nieuw project voor 2022 zie. Het kleine hartje vindt zijn oorzaak in de, naar mijn aanvoelen, sportieve mislukking van mijn O-Five project. De voorbereiding verliep lange tijd volledig volgens plan, maar naar het einde toe had ik het gaspedaal niet nog wat harder mogen induwen. Overmoed, of hoe verklaar je zoiets? Ik hou het op niet willen falen en mensen ontgoochelen. Vandaar ongetwijfeld de extra motivatie waarmee ik dit nieuwe project aanvat: 42 marathons lopen in 42 weken en dit vanaf mijn 42e verjaardag volgende week zaterdag (29/01). Het is haalbaar, maar deze zomer heeft me laten zien dat ik een versnelling hoger moet schakelen op sportief vlak en een versnelling lager op organisatorisch (lees: niet-sportief) vlak.

Na bijna 14 jaar hardlopen, met verschillende marathons en ultralopen, was het in augustus even slikken bij het verdict dat ik fysiek niet verder kon. Een overbelasting in combinatie met een infectie. Te veel getraind en te veel stress in het lijf. Dat komt binnen. Zeker wanneer je de afgelopen jaren gespaard bent gebleven van blessures. Maar ik moet eerlijk zijn met mezelf. Mijn leven is niet meer te vergelijken met de jaren 2012-2016 en ik word, hoe lastig me dit ook valt om te zeggen, toch wel een dagje ouder. De bijna 50.000 gelopen kilometers laten de eerste sporen na. Daarom heb ik besloten om opnieuw te werken met een trainer, een sportarts en een kiné. Experts in hun vak die me gaan brengen tot in Athene.

Oprecht, mijn doel was om af te sluiten in 2021 met het O-Five project. Het zijn mooie, intense jaren geweest en ik verlang naar een loopleven waarin het niet zo nodig hoeft. De job vergt steeds meer energie en de weinige vrije momenten worden ingevuld door een training. Een afwezige vader/man wil ik niet worden en dus is ‘evenwicht’ een woord wat ik vaak laat vallen, maar waar ik niet in slaag om ook effectief naar te handelen. Het lopen is al zo veel jaren meer dan een uitlaatklep. Het vraagt opofferingen en commitment. En na bijna 14 jaar wil ik dit graag anders zien. Maar afsluiten in mineur, zo voelt het voor mezelf, is niet hoe ik wil terugblikken op mijn loopjaren. En geef toe, een jaar waarin ik 42 word vraagt ook gewoon om een Marathon-plan.

Ik heb dan ook beslist om het nieuwe project niet te koppelen aan een goed doel of te werken met partners en BV’s. Het vreet energie en het gaat voorbij aan wat ik echt wil: lopen en een voorbeeld zijn voor anderen. Een ambassador of movement, zoals we dit omschrijven binnen ons #ASICSFrontrunner team. Laat dit dan maar onmiddellijk mijn goede doel zijn voor het komende jaar: mensen laten bewegen en de positieve effecten van het hardlopen laten zien. Want begrijp me niet verkeerd. Ook al ga ik het na dit jaar wat rustiger aanpakken, ik zal blijven bewegen. Het is wie ik ben en het zorgt voor rust in het hoofd. Onmisbaar om alles in evenwicht te houden, al mag het dus wat minder intensief en ingrijpend zijn. Stiekem kijk ik daar zelfs al een beetje naar uit, al ken ik de aard van het beestje: het leven is te kort om het als een kabbelend beekje te laten passeren.

De grote lijnen voor het nieuwe project liggen vast. Nu hopen dat Covid-19 en het lichaam mijn sportieve verlangens kunnen inwilligen. Ik heb hier ongelooflijk veel zin in want er komen ongetwijfeld verrassende ontmoetingen, geweldig mooie locaties (zie mijn kalender) en intense ervaringen op mijn pad. Eindigen in Athene, hoe mooi kan alles samenvallen? Maar ik weet dat ik het niet cadeau zal krijgen. En net daarom wil ik het zo graag. Er zijn geen excuses bij het hardlopen: je staat er of je staat er niet.

 

ET C’EST PARTI

Zaterdag 29 januari 2022, 6u45 in de ochtend. De wekker is gezet, meer vanuit het idee ‘het zal me maar overkomen’ dan vanuit de vrees dat ik niet tijdig zou ontwaken. De nacht voor je een marathon moet lopen slaap je vaak net iets minder vast. Enfin, moeten is veel gezegd. Ik heb mezelf het doel gesteld om een marathon te lopen en zal dit 42 weken na elkaar trachten te herhalen. Onverwijld start ik met het vertrouwde ochtendritueel: geroosterde boterhammen met confituur, een kom Kellogg’s (Tony maakt de tijger in je los), 2 grote glazen water en een soldatenkoek. Op geen enkel moment sta ik stil bij het feit dat ik vandaag ook effectief 42 kaarsjes mag uitblazen. De iPhone laat ik bewust links liggen, omdat je niet te veel wil afgeleid worden van datgene wat voor jezelf cruciaal is: die eerste 42 kilometer op een zo vlot mogelijke manier afwerken.

Menig hardloper kan immers bevestigen dat een marathon lopen iedere keer opnieuw een grote inspanning vergt. Kilometers krijg je niet cadeau, ook niet op een dag zoals vandaag. Ondanks het feit dat ik reeds 94 marathons/ultralopen heb gelopen blijft die onzekerheid aanwezig of het ook deze keer zal lukken. Tel daarbij de twijfels na mijn blessure van vorige zomer en de bewust beperkt gelopen kilometers in de voorbereiding op deze eerste marathon, en ik besef dat de vraag zich onmiskenbaar opdringt: kan mijn lichaam dit nog wel?

De ochtend vliegt voorbij en geeft, met 2 kinderen in de buurt die voelen dat het geen normale zaterdagochtend is, geen ruimte om te mijmeren. Gelukkig kan mijn vrouw alles in goede banen leiden waardoor de timing niet in het gedrang komt. Na de nodige kusjes en knuffels vertrek ik naar sporthal Den Boer in mijn thuisbasis Zomergem. Logistiek lekker makkelijk om op deze manier te kunnen starten. De loopvrienden, de mama (met fiets) en enkele supporters zijn aanwezig. We voelen allemaal dat het mag beginnen. De goesting is groot. Op de planning staan 2 lusjes van 21km op de grens van onze gemeente. Onmiddellijk na het startschot worden er loopverhalen uitgewisseld, herinneringen gedeeld en voor we het weten hebben we 1 lusje gelopen. Ik kijk op geen enkel moment naar mijn HR, tijd en tempo. Enkel de navigatie verschijnt op het display van mijn Garmin. Heerlijk vind ik dit. Een korte navraag bij de vrienden maakt duidelijk dat we 1u47min hebben gelopen op de eerste halve marathon en ik voel dat ik geen enkele pijl heb verschoten.

Ik voel me klaar voor ronde 2, waarbij een aantal nieuwe gezichten aansluiten. Het tempo wordt licht opgetrokken en ook de wind beslist om een tandje bij te steken. Lange tijd blijft het een bondgenoot, tot de laatste 11km langs de Lieve. Kromgebogen beuken we tegen een niet aflatende wind. Waar het ongeveer 30km heerlijk liep wordt het nu echt wel een krachtmeting tussen de wind en het hoofd. Wie gaat het eerste liggen? Het wordt wat stiller in de groep. Waar het nu op neerkomt is om niet te veel te denken en niet te ver vooruit te kijken. Lopen in het moment en aanvaarden wat is. Kilometer per kilometer het tempo constant trachten te houden. Deze eerste marathon wordt dan toch net iets zwaarder dan verwacht, al gaan we het niet dramatiseren. De hartslag gaat wat hoger, maar alles bij elkaar genomen komen we behoorlijk vlot opnieuw aan de sporthal: 3h32min.

Van zodra we onze GPS afduwen en de data opslaan wordt het tijd om te denken aan de volgende marathon. Dit betekent de recuperatiedrank zo snel mogelijk opdrinken, douchen om wat warmer te krijgen, havermout eten en 40’ slapen. Eindelijk tijd om even aan mijn verjaardag te denken. Ik lees de vele berichten die zijn verstuurd, de verjaardagstaart mag worden aangesneden en de cadeautjes uitgepakt. Ik laat alles binnenkomen. Om de dag in schoonheid af te sluiten ga ik samen met mijn vrouw iets eten en wordt er nog geklonken tussen vrienden met een blauwe Chimay. Dit zijn momenten om te koesteren.

Het is een 42e verjaardag geworden zoals ik het had gehoopt: hardlopen, liefde en vriendschap.
Net voor ik het lichtje uitknipper denk ik aan de woorden van Stijn De Paepe: ‘zoek Het niet te ver, maar kijk waar het ligt’.

Op naar Zaltbommel!

HET HOEKJE IN ZALTBOMMEL

Zondag 6 februari 2022, Zaltbommel. Huilbuien die bij momenten aanvoelden als kleine steentjes, plagerige windstoten die ontelbaar lang het lichaam dwongen om niet langer te lopen maar te stoempen en dat over een afstand die lang genoeg was om niet snel te verlangen naar een koffie met appeltaart aan de haard. Dat was zo een beetje mijn zondag gisteren. Zo van die dagen waarop je plots een levensvraag overvalt: ‘Hoe ben ik nu precies in deze situatie terechtgekomen?’

Op een veel te vroege zondagochtend (wekker op 5u15) hoorde ik een fluitende wind door het huis terwijl de regen kletterde tegen het raam. Zo van die ochtendgeluiden waar je echt vrolijk van wordt. Ook al was het een bevestiging van wat ik op een (jawel) zonnige zaterdag had gelezen op het weerbericht, ergens hoop je dat de weersvoorspelling een dag verkeerd blijkt te zijn. Maar ook nu bleek het bij het aflopen van de wekker ijdele hoop te zijn. Voor zij die me ondertussen een beetje kennen: op deze momenten laat ik geen ruimte voor twijfel. Dat betekent het lichtje aanknipperen, douchen, loopkledij aantrekken, ontbijten, bevoorrading meenemen en met de wagen richting Nederland voor de 2e marathon van het jaar.

Laten we de zaken positief bekijken. Ik ben goed hersteld van die eerste marathon en ik loop niet alleen vandaag. Weliswaar zonder de bekende pappenheimers, maar met de steun van een aantal mensen van de organisatie van de Two Rivers Marathon, het kleine broertje (of moet je nu eigenlijk beter zusje zeggen?) van de Two Oceans Marathon in Kaapstad. In Zuid-Afrika wordt gelopen tussen de Indische en Atlantische Oceaan, in Nederland tussen de Maas en Waal. Andere verschilpunten zijn de afstand (56km tegenover 42km) en, je raadt het nooit, het klimaat.

Dit verschil in klimaat mocht ik gisteren voor de 2e keer aan den lijve mogen ondervinden. In 2020 was er namelijk de storm Ciara die roet in het eten kwam gooien. De wedstrijd werd afgelast, maar als ambassadeur mocht ik in de Sint-Maartenskerk een woordje plaatsen over mijn boek en dat in het gezelschap van niemand minder dan Koen De Jong, Hans Koeleman en Olivier Heimel. Een unieke en onvergetelijke avond. Eerlijk, dat er toen niet mocht gelopen worden was slechts bijzaak, mede door een huilnacht van de kleine Maxim waarbij mijn vrouw en ik geen oog hebben dichtgedaan. Ik vraag me nog steeds af op welke flanellen benen ik toen zou hebben gelopen. Sta je daar ’s avonds te verkondigen dat het hoofd zwaarder weegt dan de benen en kom je de volgende dag geen meter vooruit. Best lullig.

In 2021 werd er omwille van de bekende redenen niet gelopen en ook dit jaar werd de wedstrijd verschoven naar april. Ik was dan ook maar al te blij dat Marieke me stuurde dat ik mocht afzakken naar Zaltbommel op 6/2, dat zij zou meefietsen en dat er enkele lopers mij zouden vergezellen. Kon ik toen vermoeden dat de weergoden ons opnieuw zo ongunstig gezind zouden zijn. Of zou het zomaar eens kunnen dat de zon nooit schijnt in het land van Jip & Janneke, tussen Maas en Waal.

Gelukkig mocht ik rekenen op 10 Zaltbommelse bikkels en Marieke. Onverwoest en dapper liepen we zo dicht mogelijk bij elkaar tot aan hét hoekje. Het was het punt waar de wind werkelijk vol op de kop zou komen te zitten. Ed, niet de vertrouwde raket uit België maar één van de plaatselijke flandriens, wist me te vertellen dat het voor een Spartaan uit Vlaanderen best zou meevallen, maar éénmaal we hét hoekje omdraaiden voelde ik me niet de sterke Vlaming die hier wel eventjes vlot doorheen zou lopen. Het groepje viel uit elkaar en het was ieder voor zich al konden we met enkelingen dicht bij elkaar blijven en was Marieke op de fiets met de bevoorrading nooit ver weg (standbeeld voor die vrouw, 3u29 vrijwillig op de fiets in zo een weertje).

Op zo’n momenten kan ik terugvallen op ervaring, herkenbaarheid en het gevoel van: dit komt altijd opnieuw goed. Ik weet dat je even de knop moet omdraaien en dat de tijd en kilometers verder wegtikken. Niet te veel verwachten op zo een momenten, maar je optrekken aan het feit dat je nog loopt en dat het véél kouder zou zijn mocht je nu wandelen of de handdoek in de ring gooien. Nu blijven lopen zodat het sneller is afgelopen. Geen verwachtingen, geen doel, gewoon hardlopen. Ik ken moeilijkere zaken in het leven. Die 17cm tussen je oren, wie me kent weet het ondertussen al.

En op die manier zijn we als een kleine kudde verzopen kuikentjes opnieuw op de markt van Zaltbommel geraakt. Niet dat we daar aan hebben getwijfeld, maar de ‘runners high’ was soms even wat minder prominent aanwezig om het met een eufemisme te omschrijven. Natte koude klerezooi was bij momenten beter op zijn plaats. Ondanks de laatste striemende regenbui wou ik nog een foto bij Jip & Janneke, als blijvende herinnering aan later. Want jawel, iedere marathon is een blijvende herinnering. En deze zal ik niet snel vergeten. Het zijn net die moeilijkere marathons die later onvergetelijk worden. Opa heeft later een verhaaltje dat nog wat zal worden aangedikt bij de koffie en haardvuur. ‘Ik kan me die zondag begin februari 2022 nog goed herinneren, hondenweer was het, de natste en meest winderige zondag ooit gemeten in Nederland en uwen bompa was erbij’😊

Maar ik ben zo blij dat ik nummer 96 op de marathon/ultra teller mag plaatsen. Als ik nu terugblik dan denk ik aan het leuke gezelschap, de steun van Marieke en de zetelverwarming in de auto bij het wisselen van kledij. Alles plakte aan mijn lijf, maar die verwarming deed mijn lijf snel opwarmen. Ik hoop dat er nergens camera’s aanwezig waren die konden registreren hoe ik mijn tenue heb gewisseld. Ik schat een kleine 20’ om alles uit te krijgen en dan nog eens dezelfde timing om de droge kledij aan te trekken. En dan een dikke 2 uur met Neil Diamond op de achtergrond tegen ongeveer 90km/h op de snelweg (dat opa zijn gaat me nu al behoorlijk goed af) richting huis. Daar stond een warme koffie klaar, een eiwit shake en havermoutpannenkoeken. Die steun van vrouw en mama valt niet te beschrijven. In tegenstelling tot vorig weekend werd er niet geklonken met een blauwe Chimay. De eerste aflevering van twee zomers (aanrader!) heb ik nog net gehaald, maar dan was het tijd voor pépé om in zijn bedje te kruipen.

Vandaag een kort bezoekje aan de kinesist die me wist te vertellen dat alles goed voelt, enkel wat last van rug en schouders, maar dat komt door het zitten aan mijn sta bureau (lang verhaal).

Komend weekend gaan we ploeteren in de modder van het Leen, een provinciaal domein in Eeklo. Ik vraag me nu wel af of ik er goed aan doe om het weerbericht te bekijken? Misschien moet je af en toe het leven op je af laten komen. Come what may. Op naar nummer 3!

STRAATLOPER

Zo een week is in een vingerknip voorbij. Op maandag kan je nog even terugblikken op het voorbije weekend en de gelopen marathon, maar vanaf dinsdag komt de focus op de volgende. Onder focus begrijp ik niet rust en herstel, want er moet uiteraard worden gewerkt en het gezin heeft ook niet veel aan een man/papa die loopt en slaapt, maar wel bewust omgaan met voeding, slaap en training. Jawel, ook tussen de marathons dient er gelopen te worden. Het is nog even wat zoeken met coach Dennis hoe we het precies aanpakken en ongetwijfeld zal niet iedere week gelijk worden ingevuld het komende jaar, maar momenteel voel ik me goed bij het volgende regime: maandag rust, dinsdag rustig loslopen (45’), op woensdag een korte prikkel (bv. 6x400m), donderdag een vlotte korte duurloop (11km naar kantoor) en rust op vrijdag.

Het herstel de voorbije week verliep net iets minder vlot dan na die eerste marathon. De langere verplaatsing met de wagen en de intense weersomstandigheden tijdens het rondje Zaltbommel zitten daar ongetwijfeld voor iets tussen. Maar op vrijdag voelde ik de ‘loopbenen’ terugkomen. Er werd zon voorspeld voor het weekend en ik had best wel zin in een marathon dichtbij huis in een mooi en vertrouwd kader. De wedstrijd werd namelijk gelopen in het provinciaal domein Het Leen, een bosgebied van ongeveer 285ha groot, deels gelegen in mijn thuisbasis Lievegem. Ideale omstandigheden om voor en na de marathon zo weinig mogelijk energie te verbruiken. Maar als er wordt gesproken over een ‘voor’ en ‘na’, dan is er ook zoiets als een ‘tijdens’. En net daar heb ik blijkbaar weinig lessen getrokken uit het verleden. Het overkomt me wel vaker. In 2016 had ik al eens deelgenomen aan de trail in Eeklo en toen heb ik bij aankomst duidelijk gemaakt: ‘Dit nooit meer’. Het was koud, gevaarlijk lopen en loodzwaar. Nog maar eens het bewijs dat je zeer spaarzaam moet omspringen met dure woorden zoals ‘nooit’ en ‘altijd’.

Maar kijk, gisteren stond ik aan de start van ‘deze loop ik nooit meer’ trail in Eeklo. De zon was van de partij, héél wat (oude) bekenden stonden aan de start en ik voelde me best goed. Dit gevoel bleef zo aanhouden tot 3’32” na de start. Bijna onmiddellijk werd het mij vertrouwde asfalt van onder mijn voeten weggetrokken en ingeruild voor een alternatief die naam onwaardig. Modder, slijk en in het beste geval wat aarde met gras. Oh ja, dit zou een lange voormiddag dichtbij huis worden. Wegdromen tijdens de marathon was geen optie, wel het kopje erbij houden en goed kijken waar ik liep, die hartslag niet laten ontsporen en vooral blessures vermijden want het loopjaar is nog lang!

Als straatloper blijft het moeilijk om je vertrouwde vlot lopende ondergrond in te ruilen voor een alternatief waarbij je schoen wordt opgezogen door het slijk en je looptred wordt onderbroken door geschuif, geklungel en gescharrel. En toch, het kader was zo mooi dat ik bij momenten compleet was vergeten dat ik een wedstrijd aan het lopen was. De zon kwam telkens opnieuw piepen tussen de bomen, er hing een stilte in het bos die sterk voelbaar werd vanaf ronde 3 (+/- 25km) en er was het gevecht met mezelf om te blijven duwen. Met dat laatste ben ik ondertussen zo vertrouwd dat ik er ergens naar uitkijk om het opnieuw te beleven. Die eerste helft van een marathon is niet mijn favoriete deel. Tijdens dat deel tracht ik goed te eten, te drinken en de hartslag stabiel te houden. Je voelt je fris en je denkt aan andere, vaak praktische zaken of, zeker tijdens die eerste marathons, je telt met schrik af naar het moment waarop het zwaar begint te worden. Maar bij het wegtikken van de kilometers na die eerste halve sluipt er ongewild en geruisloos stil een ander gevoel binnen. Een gevoel waarbij het belangrijk wordt om alle mentale en fysieke ballast overboord te gooien en je enkel nog bezig te houden met wat je op dat moment aan het doen bent: lopen. Niks is nog belangrijk in het leven. Je hoeft alleen maar jezelf in beweging te houden en vooruit te gaan richting je doel. Heerlijk zou ik het niet noemen, wel onmisbaar. Iedere keer opnieuw besef ik achteraf dat net deze momenten me bijblijven. Het vormen kleine overwinningen op mezelf.

Gisteren kwam dit gevoel keihard binnen in de laatste ronde (tussen km 31 en 42). Waar het in de eerste drie rondes nog belangrijk was om niet te snel te gaan en alle energie te sparen voor de zware passages was het tijdens die laatste ronde belangrijk om spaarzaam om te springen met het laatste restje energie. De snelheid was volledig weg en het leek alsof ik op geen enkel moment nog het juiste spoor kon vinden. Iedere beslissing die ik nam was net die verkeerde. Het slijk trok ook net iets harder aan mijn benen dan tijdens die eerste drie passages. Neen, schoonheidsprijzen vielen er niet meer te winnen. Nog één keer ploeteren door de modder, de boomwortels ontwijken en stilletjes uitkijken naar die bidon recuperatie van 6dSportsNutrition (die choco is werkelijk overheerlijk). En voor ik het wist kwam het geroezemoes van de aankomstzone. Zo een geluid waar je op dat moment een klein gelukje ervaart. Het gevoel dat je er bijna bent en dat er nog weinig mis kan gaan. Het hoekje nog eens om, de laatste modderzone en dan een klein applaus van de organisatie. Nummer 3 was binnen!! Deze marathon wordt ongetwijfeld de zwaarste van de reeks, maar we zijn er zonder blessures doorgekomen. De schoenen zijn voor de vuilnisbak en het zal nog even duren vooraleer ik via het Leen terug naar huis loop. Maar één ding durf ik nu niet meer te zeggen: hier zien ze me nooit meer terug!

Vandaag was het heerlijk genieten samen met het gezin. Een bezoekje aan het Bulskampveld kadert binnen het actief herstel en ook de pannenkoeken hebben extra hard gesmaakt. We kijken uit naar volgend weekend. Dan gaan we een nachtmarathon lopen in Aalter en ondertussen de dappere ultravrienden aanmoedigen tijdens het BK 24h. Op naar nummer 4!

NACHTELIJKE KNALDRANG

Om bij te huilen, als je me vraagt naar het weer van de afgelopen weken. Het is alsof we het jaar zijn gestart met een gure herfst in plaats van winterse koude. Waar er vorige zomer nog sprake was van een tekort aan water, lijkt het mij dat de waterputten van de meeste Vlamingen voldoende zijn gevuld. Tijd voor fluitende vogeltjes en een streepje groen, al is er een kans dat we nog een koude prik krijgen. Ik zou er mee kunnen leven. Eens lopen zonder natte kledij en zonder te moeten beuken tegen de wind zou best fijn zijn.

Voor afgelopen zaterdag werd er weinig goeds voorspeld. De storm Eunice was fel afgezwakt, maar er was nog kans op windstoten en een strakke wind. Naast, uiteraard, een emmertje regen. Maar waar het tijdens de eerste week in en Zaltbommel nog zo dik tegen zat, was het alsof de weergoden hadden besloten om even een (zeg gerust: welverdiende) koffiepauze te nemen tijdens mijn nachtmarathon in Aalter. Geen druppeltje regen en ok, een krachtige wind, maar geen storm of iets wat nog maar in de buurt komt. Helaas hadden de echte helden daar in Aalter minder geluk. De ultralopers die hadden ingetekend voor het Belgisch kampioenschap 24u hebben alle bagger over zich gekregen. Petje af voor iedereen die daar is gestart. Mijn vierde marathon is maar klein bier in vergelijking met die fysiek en mentaal keiharde ‘het klokje rond lopen’.

Voor mij was het de vierde van het reeksje afgelopen weekend. Na de regen, wind en modder was het nu tijd om eens ’s nachts te lopen. Op het vlak van timing had ik geen beter moment kunnen kiezen. Het rijk der vrijheid zou dan toch geen luchtkasteel worden, hoewel ik me nog altijd geen raad weet met hoe ik deze term dien in te vullen. Is vrijheid niet de facto een illusie? Soit, de filosofische bedenkingen hou ik misschien beter voor later, of gewoon voor mezelf. We mochten dus opnieuw wat langer buiten komen. Zelfs in die mate dat het woord van het jaar in België nu echt nog eens mocht bovengehaald worden: knaldrang. Of de ‘intense behoefte om te feesten’. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar deze behoefte is bij mij minder aanwezig. Ik heb mijn uurtjes feest mooi kunnen aantikken tijdens mijn studententijd waardoor ik de jongeren die deze drang wel voelen volkomen kan begrijpen.

Ik voelde ook niet de drang om te knallen op het rondje van 950m in en rond het Emmaüs instituut, een secundaire school in Aalter. Net zoals vier jaar geleden had ik er naar uitgekeken om te lopen tijdens een deel van de nacht, tot op het moment dat je werkelijk moet vertrekken en de warme gezelligheid van thuis moet verlaten om rondjes te gaan draaien. Na al die jaren wordt het steeds iets lastiger om die knop om te draaien. Misschien moet mijn vrouw iets minder hard haar best doen om het thuis zo aangenaam te maken. Dat beetje ongelukkigheid waar ik vroeger kon op bouwen is weggevallen, waardoor het karakter iets minder hard is geworden. Gelukkig blijven de koppigheid en het doorzettingsvermogen aanwezig.

Bij het aankomen met de wagen kon ik al onmiddellijk enkele bekende gezichten spotten: Adinda, Roel, Wim, Hilde, Kristof, Thierry, Chris, enz. En ja, zelfs een oud vertrouwde WE.ALL.LOVE.RUNNING gezicht was van de partij om mee te lopen (Kenneth, waar is de tijd?) en de pappenheimer Ed Raket was er ook opnieuw bij om te supporteren. De goesting om te lopen stroomde van het hoofd naar de benen. Niet veel later waren we vertrokken. De eerste rondjes was het wat bijpraten met Kenneth en wat peptalk geven aan de ultralopers. We zijn hier vanavond maar met één doel en dat is uitlopen zonder fysieke hinder. Al de rest is bijzaak. En het voelde goed. De passage op het instituut was iedere 950m opnieuw een leuk moment: een streepje muziek, een kleine aanmoediging en de speaker die het aantal gelopen rondjes wist af te roepen. In totaal 45 rondjes dienden er gelopen te worden. En die eerste twintig vlogen voorbij. Het eet- en drinkplan staat nu echt wel op punt, alleen is het ’s avonds een beetje zoeken naar wat je wil eten. Doorheen de dag heb ik er keihard opgelet om niet te veel, maar ook niet te weinig te eten. Zo een nachtmarathon is een beetje zoeken naar hoe je de dag moet plannen. Ik weet dat ik dat vier jaar geleden niet heb gedaan en daar heb ik mijn misschien wel enige kans op een overwinning tijdens een marathon laten liggen. Enfin, ik heb niks laten liggen, de endeldarm besloot dat de focus niet langer kon gaan naar het tempo houden, maar wel naar de sluitspier en bekkenbodemspier, waardoor ik ieder rondje net iets krampachtiger begon te lopen tot op het moment dat ik tot driemaal toe een sanitaire stop diende in te lassen. Shit happens, laten we het daar op houden.

Gelukkig werkte het volledige lijf vanavond wel mee. Dan toch tot rondje 34.  Vanuit het niets was daar opnieuw het gevoel van vier jaar geleden. Crap. Or what’s in a name. Een draaiende machine tot stilstand brengen zorgt voor een breukmoment. De flow is plots even heel erg ver te zoeken. Gelukkig ben ik wat getraind op deze ‘pitstops’, waardoor de schade beperkt blijft. Het doel is en blijft om dit project 42 keer tot een goed einde te brengen, niet om hier zo snel mogelijk te lopen. Een doelstelling die ik mezelf keihard zal moeten voorhouden op de mooie marathons die nog komen, waarbij het verleidelijk kan worden om net dat tikkeltje harder te gaan en bijgevolg net dat tikkeltje meer te verzuren. De rustperiode tussen 2 marathons is voldoende groot, maar bij overdaad tijdens het lopen kan het snel omdraaien naar een veel te korte rust en ontstaan er blessures door de kleine scheurtjes in de spieren. Kopje er bijhouden is de boodschap.

Toen op kilometer 38 er opnieuw een minder aangenaam gevoel opstak was het zaak om de snelheid iets terug te schroeven en de laatste vier rondjes wat rustiger af te werken. Eten en drinken was nu geen optie meer, maar na deze laatste rondjes zou ik dat ruimschoots goedmaken met mijn koolhydraatrijke eiwitshake en proteïne bar. Zoals reeds gezegd, mijn volgende marathon begint onmiddellijk na de aankomst. En voor ik het wist mocht ik de benen stil houden en het was alsof de darmen de benen volgden. Best aangenaam eigenlijk. Nummer 4 was een feit.

Wij laten de nachtmarathon van Aalter achter ons, maken een groen vakje in het schema en beginnen morgen met het toewerken naar marathon nr. 5 van komende zaterdag. We vertrekken aan de kust (casino Knokke) en lopen in één rechte lijn naar huis langs het kanaal. Dit traject kent voor mij geen geheimen meer. In mijn Spartathlon periode was dit de ideale training: lange, rechte en eenzame stukken. Het was twee jaren alleen lopen zonder muziek en zonder afleiding. Uren alleen op weg vormt een mens.

Voor komende zaterdag neem ik wel een risico met deze marathon in lijn: het is de wind 42km in de rug of op de kop. Geen tussenweg. Zwart of wit. Ik voel dat het weer een bondgenoot zal worden.

ZON ZONDER LENTEKRIEBELS

Na de voorbije week stel ik me nog harder dan ooit de vraag: in wat voor wereld leven wij?

Exact twee jaar geleden leek het alsof er al jaren geen vuiltje aan de lucht was. Geen Corona, geen exploderende energieprijzen en al zeker geen oorlog. Nu we kunnen terugblikken op deze ‘pre’ periode lijkt het alsof we toen in alle vrijheid het maximum uit het leven konden halen. Geen strobreed werd ons in de weg gelegd om te ondernemen en onze dromen na te jagen. Ik zou al eens diep moeten nadenken, en vermoedelijk ook Wikipedia raadplegen, om te achterhalen welke historische gebeurtenissen er toen hebben plaatsgevonden die een grote impact hadden op onze maatschappij. Het valt ongetwijfeld in het niets met wat er sinds begin 2020 op ons is afgekomen.

Het lijkt allemaal zo onrealistisch, maar toch gebeurt het echt. De beelden uit Oekraïne komen keihard binnen. Net zoals de beelden uit het noorden van Italië bij de uitbraak van het coronavirus. Onze vertrouwde normen en waarden krijgen mokerslagen te verwerken, waarbij het voor sommigen onder ons moeilijk wordt om positief in het leven te blijven staan. Om te geloven dat het wel goed komt als je je best doet, zoals ons vroeger met de paplepel werd meegegeven. De voorbije periode heeft helaas aangetoond dat je best doen soms niet voldoende is. Kijk maar naar de jongeren die twee jaar hun best moesten doen. Het was jong zijn zonder jong te zijn. Kijk maar naar de ouderen. Het was vaak ouder worden in eenzaamheid. Kostbare tijd werd velen van ons afgenomen. En nu we eindelijk voorzichtig positief vooruit durven kijken, dan beslist een aristocraat om een democratisch buurland binnen te vallen zonder gegronde reden. Een volledig van de pot gerukt idee van een Russische kabouter die denkt dat hij de wereld kan veranderen door te heersen als een dictator. Je zal maar in Oekraïne wonen. Of in Rusland. Of in Wit-Rusland. En zo kunnen we helaas nog wel even doorgaan. Maar ik blijf erin geloven dat er véél meer goede dan slechte mensen zijn en dat velen onder ons wel nog voorzichtig positief durven vooruit kijken.

Ondanks de zware perikelen op wereldvlak waren er ook kopzorgen op veel kleinere schaal, namelijk op kantoor. Het was zo een week waarvan je denkt: waarom ben ik nu ook weer zelfstandig geworden? Je geeft je iedere dag 100% op kantoor en dan komen er plots bedenkingen of vragen van klanten waarbij je denkt: hoe is dit nu mogelijk? En die bedenkingen en vragen zorgen dan voor een beperkte nachtrust en twijfels. Over je capaciteiten. Over je manier van werken. Over de groei van het kantoor. Over de focus op bepaalde zaken. Het is goed om af en toe eens een kritische noot te horen want je mag de scherpte in je werk niet verliezen. Maar de grens is soms dun tussen kritisch zijn, scherp blijven en eronder door gaan. Hoe ver kan je buigen tot je breekt?

Het deed dan ook geweldig veel deugd om op vrijdagavond de deuren van het kantoor te sluiten en op zaterdag die 5e marathon af te werken. In tegenstelling tot het droevige weer van de voorbije weken werd het nu een marathon onder een stralend zonnetje. Op deze momenten vind ik het lopen van een marathon gewoon heel erg fijn. Die eerste kilometers sta je nog in het nu, waarbij je gedachten ongewild nog gaan richting de vermelde perikelen. Maar naarmate de kilometers wegtikken wordt alles even helemaal onbelangrijk. De fysieke inspanning zorgt steeds meer voor mentale rust. Het parcours was ook perfect om weg te dromen: lange rechte stukken langs het water zonder ook maar één auto te kruisen. Enkel naar het einde toe voelde ik dat mijn lijf de korte nachten niet zo goed heeft verwerkt. Het werd nog even doorduwen, maar dat valt in het niets met wat vele andere mensen meemaken. Er zijn veel belangrijkere zaken in het leven dan wat vermoeidheid in het lichaam.

We staan te weinig stil bij hoe geprivilegieerd velen onder ons wel zijn. Ik zal dan ook steeds positief in het leven staan. Misschien eerder een positieve ontevredenheid, want ik ben er vaak van overtuigd dat het beter kan. De strengheid voor mezelf zal ik niet meer van me los kunnen schudden. Het heeft me al veel mooie momenten bezorgd. Maar even vaak zorgt het voor onrust en een blijvende drang naar beter. Dat maakt het voor mezelf niet makkelijk. Vaak delen we de mooie momenten en de vreugdevolle gebeurtenissen. Het is bij mij niet anders. Maar na het delen van mijn verhaal enige jaren geleden hoop ik dat velen ook zien dat niks vanzelf komt. Dat maakt het mooi, maar breekbaar. Soms moeten we dan ook eens veerkrachtig zijn en durven buigen, voor we breken.

Ik durf alvast tijdig aan de noodrem trekken. Vaak (te?) kort. Even op adem komen om dan opnieuw door te gaan. Een belangrijke les voor het lopen van de marathon is om af en toe even rust te vinden in de inspanning. Ook op die manier is het lopen een levensles.

We nemen deze week geen vakantie, maar ik hoop dat ik ergens wat meer rust kan vinden want komend weekend trek ik naar Kruibeke voor marathon nr. 6 van #authentic42. Het wordt zowaar mijn 100ste marathon/ultra. Wie had dit ooit kunnen vermoeden toen ik op een zwoele zomeravond in het jaar 2009 in Torhout aan de start kwam te staan van mijn eerste marathon. Knikkende knieën en een hartslag die al dicht bij het omslagpunt lag nog voor het startschot werd gegeven. Het werd een nacht om nooit meer te vergeten. Ik ben nog steeds blij dat ik toen heb durven springen in het onbekende.

CELLULITIS TENOSYNOVITIS

100. Het aantal marathons en ultraruns die ik de voorbije 13 jaar heb gelopen. Het zijn er officieus ongetwijfeld meer, maar uiteindelijk blijft dit slechts een cijfer en was het nooit een streefdoel. Maar nu ik die 100 zo zie staan overvalt me wel een gevoel van trots. Het wijst toch op een zekere mate van toewijding en doorzetting de voorbije jaren. En ook al komt er na al die jaren een zekere gewenning, ik beschouw geen enkele marathon of ultraloop als vanzelfsprekend. Ik hoor en lees soms verhalen waarbij een marathon niet langer als een uitdaging wordt gezien. Ik kan dat moeilijk begrijpen. De grootste fout die je op een dergelijke afstand kan maken is te denken dat het vanzelf zal gaan. Ik voel nog altijd die kriebels als we naar die laatste meters van de marathon gaan. Het gevoel van: Yes, het is me opnieuw gelukt om het tot die laatste meter vol te houden. Akkoord. De kans dat ik een marathon met een goed gevoel kan uitlopen is veel groter dan 10 jaar geleden, maar dat komt net omdat ik nooit denk dat het vanzelf zal gaan. Ik blijf ervan overtuigd dat iedereen een marathon kan lopen als je er de tijd voor neemt en het verstandig aanpakt. Soms wil het hoofd meer dan de benen, maar het is en blijft cruciaal om je lichaam de tijd te gunnen om die afstand te overbruggen. Als je het graag genoeg wil dan neem je ook die tijd en ga je beseffen dat de weg naar die marathon vaak zo veel mooier is dan die marathon zelf.

Bij mijn 100ste marathon/ultra viel afgelopen weekend alles net op het juiste moment mooi samen: zon, geen zuchtje wind en een geweldig mooi (loop)kader, namelijk de polders van Kruibeke. Voor wie er nog niet is geweest, doen! Het ligt op een boogscheut van Antwerpen, je ziet aan de overkant van de Schelde zelfs de haven liggen (de 2e grootste van Europa, na Rotterdam), maar je loopt in alle stilte door een overstromingsgebied met een gevarieerd landschap. Ik mocht er voor de 3e keer starten. En deze keer was het, in tegenstelling tot het lopen op eigen initiatief vorig jaar, opnieuw ‘the full package’. En dat neemt de organisatie ook echt wel ernstig: een perfecte organisatie, meer dan voldoende bevoorrading, muzikale ondersteuning onderweg en speakers die de heerlijkste quotes en oneliners boven halen (soms zegt een naam meer dan voldoende: Kartje Kilo #breken). Als die 100ste dan ook nog eens perfect verloopt dan mag Lou Reed zijn klassieker nog eens boven halen op het moment dat ik in de wagen stap. Instant wegdromen met een vermoeid lichaam en de zon op je snoet. Onbetaalbare momenten.

Maar nog even terug naar voor de start. Ik was naar Kruibeke afgezakt om vooreerst 3 mensen te plezieren met mijn boek, maar ook om opnieuw een groen vakje te kunnen plaatsen in mijn schema. Ook al heb ik nooit echt een ander doel dan de marathon uitlopen, toch blijft die 12km/h vaak wel in mijn achterhoofd aanwezig. Dus als de omstandigheden het toelaten wil ik graag starten met een eindtijd van 3u30min als doel. Maar net voor de start liep ik Tom Hendryckx van team Fischer tegen het lijf. Hij wou graag een PR lopen en dat was een tijd van 3u25. Dus besloot ik samen met Bavo en Johnny om bij hem te blijven tot de halve. Uiteindelijk zijn we tot km 30 samen gebleven. Ik voelde dat het voor mij voldoende was en wou niet meer doorduwen. Eten, drinken en die HR onder controle houden was nu het belangrijker dan die paar minuten sneller binnen zijn. En eerlijk, Tom was ook gewoon de sterkste van ons groepje. Ik ben blij dat hij zijn PR heeft behaald. En ik ben meer dan tevreden met mijn eindtijd van 3u24min.

Het lijkt nu wel alsof ik ieder weekend net iets sneller loop. Waar gaat dat eindigen, vragen sommigen zich luidop af. Maar een eindtijd zegt niet alles. In tegenstelling tot die eerste weken moet ik niet meer beuken tegen de wind of lopen in de regen en dat maakt op het vlak van intensiteit een zeer groot verschil. Op dagen zoals afgelopen zaterdag kan ik de hartslag makkelijk onder controle houden en tracht ik zo verstandig en zuinig mogelijk te lopen.

Maar, er is een maar. In het Engels drukken ze dat zo mooi uit: put the elephant on the table. Alles verloopt op wieltjes, maar een mogelijk aanwezig probleem moet je durven benoemen. Cellulitis Tenosynovitis, oftewel een infectie/ontsteking van een pees. De blessure aan mijn linkeronderbeen die me vorig jaar heeft gedwongen om te stoppen met lopen. Ook nu blijft die plaats gevoelig (mede door een aantasting van het kraakbeen) en ook al lach ik het soms weg, er zijn van die momenten waarop ik een vervelend gevoel ervaar. Een nieuwe ontsteking aan het onderbeen moet ik ten alle koste vermijden. Als ik dit project tot een goed einde wil brengen moet ik aandachtig luisteren naar de signalen die mijn lichaam me geeft en rekening houden met de input van kiné Saar en coach Dennis. Van zodra het te vaak op en neer gaat dan voel ik de dag na mijn training een reactie. Voorlopig niet meer dan vervelend en het geraakt iedere week opnieuw tijdig hersteld. Maar we zijn pas marathon 6.

Na overleg met de kiné en de coach heb ik dan ook beslist om volgend weekend niet te starten op de Heuvelland marathon. Het klimmen en dalen in de Vlaamse Ardennen vorig jaar is de oorzaak van mijn ontsteking. Hoogtemeters moet je geleidelijk aan opnemen in je schema en je moet daar specifiek op trainen. Iets wat ik héél graag wil doen, maar beter niet in dit ‘Marathon jaar’. Een nieuwe sportieve ontgoocheling zou echt wel zwaar vallen. Want ook al is het maar lopen, het is voor mij onmisbaar in mijn dagelijks leven. Ik mag er niet aan denken om nu uit te vallen, net op een moment dat alles op wieltjes loopt en waarbij Gent, Parijs en Rotterdam op de kalender staan.

Het is moeilijk in te schatten hoe ik me de komende weken/maanden ga voelen. Gaat de conditie in stijgende lijn en word ik elk weekend sterker? Of moet ik wekelijks wat percentjes inboeten en er rekening mee houden dat ik langer rust nodig heb of trager moet gaan lopen tijdens die marathon? Het hoofd staat niet stil. Maar laat ons beginnen met komend weekend: de Elfdorpenroute, waarbij we lopen langs pittoreske dorpjes in de buurt van Deinze. Zin in!

WIJSHEID IS VAAK GRIJS

De kop is er af. Ik hoor jullie denken: het was toch marathon 7 afgelopen weekend? Juist, maar er moest een moment komen waarop het voor geen meter zou lopen. Wel, die primeur heb ik dan ook gehad. Ik zou wel graag een afspraak maken met mijn lijf dat we het aantal ‘het loopt voor geen meter’ marathons zo beperkt mogelijk trachten te houden dit jaar. Eerlijk. De stevige terugval in en rond Deinze kwam niet geheel onverwacht na een vermoeiende week (werk) en weekend (leuke dingen). Als je ieder weekend een marathon moet lopen dan is het niet mogelijk om er iedere keer opnieuw 100% fysiek en mentaal klaar voor te zijn. Ik moet goed voor ogen houden waar ik mee bezig ben: kijken en aanvoelen wat het met me doet om ieder weekend die magische afstand te volbrengen. De intensiteit en tegelijk ook schoonheid van dit project zit in het feit dat ik niet weet hoe dit zal aflopen. Het is al lopend ervaren en beleven. Sterker worden en terugvallen. En omgekeerd.

De beslissing om niet te starten in het Heuvelland is de juiste gebleken. In het verleden zou ik halsstarrig vast hebben gehouden aan mijn schema. Ervaring leert dat het vaak verstandig is om op het juiste moment bij te sturen. Ik heb leren nuanceren, wat ook professioneel van pas komt. Vaak zijn zaken niet zwart-wit. We durven namelijk al eens vergeten dat er nog zoiets als het midden bestaat. De wijsheid is vaak grijs. Ook al klinkt dit niet echt ondernemend en gedurfd, op langere termijn ben ik ervan overtuigd dat je de vruchten plukt van het af en toe minder rechtlijnig zijn. Bij dit project moet ik ook verder durven kijken dan het eerst komende weekend en het grotere plaatje voor ogen houden. In mijn geval is dit mijn 42ste marathon van dit jaar uitlopen in Athene, het kantoor doen groeien en de liefde laten bloeien. Het klinkt makkelijk als ik het zo neerschrijf, maar dat is het niet. Het vergt discipline en opoffering, maar ik tracht me geen zorgen te maken in een goede afloop. Dat zorgt enkel voor verloren energie en vermindert de kans op slagen.

Terug naar afgelopen zondag. Het heuvelland werd ingeruild voor de Elfdorpenroute in en rond Deinze. Een absolute aanrader met de fiets of te voet, op voorwaarde dat de bordjes juist en duidelijk zichtbaar worden geplaatst. Zonder mijn Garmin 945 met een uitstekende GPS zouden we meerdere malen de mist zijn ingegaan. Jullie lezen het goed, we. Want voor het eerst in weken was ik opnieuw op pad met de running buddy, Ed Raket. Omwille van dit project trekken we voor het eerst in ongeveer 11 jaar niet meer samen op pad en dat is een aanpassing. De rustige standvastigheid van mijn loopbuddy wordt soms gemist. Ook al voelde het lijf zich niet klaar voor die 42km, het gezelschap en het bijpraten zorgden voor de nodige motivatie. Daarnaast was de steun van de mama op de fiets meer dan welkom, zeker nadat Ed na 26km opnieuw aan de auto was gekomen en ik nog enkele kilometers moest beuken tegen de wind. Haar stille aanwezigheid op de fiets is op zo een momenten onbetaalbaar. Want ook al liep het voor geen meter, er werd geen moment getwijfeld aan een goede afloop. Nog maar eens een bewijs dat je soms niet te veel moet nadenken en gewoon doen. Er kan immers maar iets gebeuren als je iets doet!

En zo geschiedde. Na 37km kwam ik in het laatste dorpje (Astene) en werd de markt van Deinze opnieuw tastbaar. Waar je op zo een momenten soms energie tankt om er nog een laatste restje energie uit te halen, was het bij mij echt wel op. Fysiek, maar ook mentaal. Als je bij de start al voelt dat het niet je dagje zal worden, dan duurt zo een marathon best lang. Ik was dan ook héél blij dat ik mijn vrouw en de kindjes terugzag op de markt. Zo van die kleine gelukzalige momenten waar je het voor doet. Samen in de auto, samen eten en samen in de zetel in slaap vallen. Soms moet het leven niet veel meer zijn.

3 WEKEN GEEN SEKS

Na de belabberde marathon van vorig weekend was het toch even afwachten of het als een ‘accident de parcours’ gecatalogeerd kon worden of dat het vormpijl toch een knikje had gekregen. Het is duidelijk dat dit project niet in een stijgende of dalende lijn zal verlopen, maar dat het ieder weekend valt af te wachten hoe ik mij voel. Het vormdipje van vorig weekend kent mogelijks een niet zo verrassende conclusie. Ik hoor het jullie denken: Corona. Jawel, Karen en Maxim hebben gisteren positief getest. Hoofd- en keelpijn in combinatie met vermoeidheid deed Karen vermoeden dat er meer aan de hand was. En haar vermoeden werd door de dokter bevestigd. Ik heb me getest op zaterdag en maandag, beide keren met een negatief resultaat. Vandaag dan ook een bezoekje aan de dokter gebracht om alle risico’s uit te sluiten en de bevestiging gekregen dat het virus me inderdaad niet te pakken heeft. Een pak van mijn hart gelet op hetgeen komt. Blijkbaar is mijn lichaam behoorlijk resistent of heb ik gewoon geluk. Ik weet nog dat ik na de terugkomst van de Spartathlon klierkoorts heb gekregen, maar gewoon ben blijven werken omdat ik dacht dat de vermoeidheid enkel te wijten was aan de fysieke en mentale inspanning. Maar achteraf bleek dat er meer aan de hand was. Laat ons hopen dat deze moeilijke periode zonder kleerscheuren overwaait. Al heb ik uiteraard wel te doen met mijn allerliefste wederhelft: geen energie, samen thuis met een zieke Maxim, apart eten en slapen. Geen zaken om gelukkig van te worden. Ik wou dat ik kon helpen, maar ik wil ook gewoon zelf niet ziek worden. Een onhoudbare spreidstand die voor velen onder ons bekend in de oren zal klinken.

Nochtans was het voorbije weekend echt wel een voltreffer. Op zaterdag de nieuwe teamgenoten van het ASICSFrontRunner team leren kennen in Amsterdam. Een dagje samen rondkuieren rond de grachten, het Vondelpark en het Museumplein en beseffen dat we toch geprivilegieerd zijn dat we dit kunnen doen. De zon was van de partij, onze nieuwe outfit mocht geshoot worden en ondertussen leerden we elkaar wat beter kennen. Keep on running in a free world. Het is helaas niet voor iedereen aan de orde. In volle euforie helaas geen aandacht besteed aan het bijvullen van de tank voor de marathon op zondag. Ik heb het proberen goedmaken bij thuiskomst om te vermijden dat het opnieuw een marathon zou worden met 42km lang duwen en trekken. Je wil niet met twee flanellen benen aan de start verschijnen. Een groot voordeel was het startuur: 11u. Nog voldoende tijd voor een goede nachtrust.

 

Bij het ontwaken op zondag was zowaar de zon van de partij. Ik overwoog om een korte broek aan te trekken en het vestje thuis te laten. Tot ik nog snel even het adres van de wedstrijd wou opzoeken en ik zowaar sneeuwplaatjes zag passeren. Onmiddellijk de lange broek uit de kast genomen en een iets warmer vestje aangetrokken. Onderweg met de wagen richting Hamme bleek inderdaad dat het geen fake news was: dikke witte vlokken dwarrelden uit de lucht. Een sneeuwbui heb ik dit jaar nog niet gehad. Na de regen en de niet aflatende wind tijdens de eerste maanden van het jaar kon dit er nog wel even bij. Eenmaal aangekomen bleek het weer wat wispelturig te zijn. Daar was plots vanuit het niets de zon en misschien al héél voorzichtig de lente. Alsnog twijfel over de kledij, maar toch vastgehouden aan die lange broek en vestje. Onderweg voelde het net iets te warm, maar dit was eerder te wijten aan het vlotte tempo waarmee we van start zijn gegaan. Ik vreesde vermoeide benen in deel 2 en Bavo had net hetzelfde idee na enkele minder goede nachten.

Na een halve marathon mochten we op onze beide oren slapen. Met een tijd van 1u39 mocht ik met vertrouwen starten aan het 2e lusje van 21km door het mooie natuurgebied langs de oevers van de Schelde. Ik waande me even opnieuw in Kruibeke. Het was een zalig momentje zo alleen onderweg, met voor het eerst in mijn loopleven muziek in de oren. Ik heb héél lang geen oortjes gedragen (2009-2017) tijdens het lopen, maar dan toch de voordelen ervan ingezien. Zeker als je héél vaak loopt en graag naar muziek luistert dan vormt het bij momenten een bondgenoot. Als muziekliefhebber stel ik graag lijstjes samen op mijn Spotify account. Ik had er nu ook ééntje gemaakt met enkele ‘pompnummers’ die de (vroegere?) Johnnie in mij wel naar waarde weet te schatten, maar ook met enkele rustige zweefnummers. De afwisseling onderweg was verrassend aangenaam, tot de laatste kilometers. De vermoeidheid sloeg nu echt wel toe en ik had nood aan een muzikale oppepper. Zo een nummer waarvan je denkt: foute boel, maar het dak gaat er af. Door de ‘shuffle mode’ wist ik op mijn moeilijkste moment niet welk nummer er zou komen. Ik hoopte zo hard op ‘The City of Shamballa’. Dan zou ik nog even die benen net wat verder strekken. Die looppas met die paar centimeter verlengen. Maar neen, wie kwam er ten tonele: Ingeborg. ‘Als dat gebeurt, zie me dan graag. Hou me dan stevig vast en laat me niet meer los vandaag’. Tja Ingeborg, wat wil je dat ik hierop zeg? Laten we het houden op bad timing. Dus maar met een slakkengangetje en net iets meer innerlijke vrede en zingeving mijn tocht verder gezet richting aankomst: 3u27min. Daar ben ik onverdeeld tevreden mee.

Na de wedstrijd, bij het inleveren van ons borstnummer, zagen we een jonge kerel terug die zijn eerste marathon had gelopen en zich de gevleugelde en o zo bekende woorden liet ontvallen: ‘dit nooit meer’. We kennen het allemaal en weten hoe vergankelijk deze uitspraak kan zijn. Ik kan me perfect inbeelden hoe het voelt. Je traint maanden voor die dag en dan duurt die marathon gewoon een uur te lang. Levensvragen in de lijn van ‘Waarom doe ik dit?‘ worden opgeroepen en blijven onbeantwoord. Maar chapeau voor het getoonde karakter, want ik zag hem al een beetje breken net na de halve. Zijn vader blonk van trots en ik wou ook hem feliciteren met de prestatie van zijn zoon. We geraakten kort aan de praat en de vader liet zich plots in alle enthousiasme ontvallen: ‘Ik hoor dat jij wel de nodige loopervaring hebt: klopt het dat je na een marathon 3 weken geen seks mag hebben?’ Ik wou het antwoord wat in het midden laten, wetende dat ik er 42 weken lang elk weekend ééntje moet lopen. Reken maar uit (lacht).

Nu komen de 3 geweldige weekends echt wel dichtbij: Gent, Parijs en Rotterdam. Vermits het virus hier nu ronddwaalt hoop ik dat ik op de been kan blijven. Het leven kan verrassende wendingen nemen, maar nu graag even niet. No alarms and no surprises. Sorry Thom Yorke.

NIE NEUTE MAAR EVEN NOODGEDWONGEN PLEUJE

Op de dag dat ik de marathon van Gent zou lopen ben ik de woorden aan het zoeken die mijn gevoel vandaag het best kunnen omschrijven. De benen kunnen niet spreken dus hoop ik dat het neerschrijven van mijn gedachten enige afleiding kan bieden. Waar ik in mijn vorige blog nog zo uitkeek naar 3 geweldige weekends moet ik vandaag de feiten onder ogen zien: lopen door mijn favoriete stad met de vele (loop)vrienden is geen optie. Nadat mijn vrouw en zoontje vorige week zaterdag besmet zijn geraakt door het virus, heb ik me de volledige week zo afzijdig mogelijk trachten te houden. Het is samenleven als een koppel dat gezamenlijk de beslissing heeft genomen om in de beste verstandhouding uit elkaar te gaan, maar het nog even samen moet uitzingen. Een aanwezige afwezigheid die kil en afstandelijk aanvoelt. Concreet betekent dit apart slapen, thuiskomen van kantoor en onmiddellijk die trap op om boven verder te werken, alle fysiek contact vermijden (wat niet makkelijk is met een kind van 3 jaar) en elke dag hopen dat het virus je niet te pakken krijgt.

Iedere dag opnieuw was er slechts één streepje waar te nemen bij de zelftest. Hoopvol. Om alle twijfels uit te sluiten heb ik daarnaast ook nog eens een EKG test en een bloedonderzoek laten afnemen. Alle resultaten toonden aan dat er geen vuiltje aan de lucht was. Hoe verder de week vorderde, hoe meer vertrouwen ik kreeg in een goede afloop. Tot ik op vrijdagochtend wat begon te hoesten en hinder ondervond van een schurende keel. Niks alarmerends, maar achteraf bekeken misschien wel een eerste indicatie van een mogelijke besmetting. Met een klein hartje de dagelijkse test afgenomen en opnieuw negatief. Een diepe zucht van verluchting, want die dag had ik een héél leuke keynote bij SD Worx tijdens de E3-prijs in Harelbeke. De locatie was top (B&B De Refuge op de Kapelleberg, Maarkedal) en iedereen had zin in een dagje netwerken en het volgen van een klassieker op twee wielen langs Vlaamse wegen. De tijd die ik kreeg op de bühne was net iets te kort om alles gezegd te krijgen, maar wat heb ik opnieuw genoten van dat kleine moment.

Na de keynote was het tijd voor een aperitiefje in de zon voor we naar de eerste passage van de renners zouden kijken. Voor mij voelde het dubbel. Ik wou genieten van het moment, maar ondanks de negatieve test wou ik me nog 2 dagen kalm houden. Vooreerst om niemand anders te besmetten en ten tweede om mijn marathon op zondag niet in het water te laten vallen. Maar in de vooravond van vrijdag voelde ik plots de bui hangen. Het exacte moment kan ik me niet meer voor de geest halen, maar het was alsof plots de energie wegvloeide uit mijn lichaam en de hoest/keelpijn sterker doorduwde. Een slecht teken dat werd bevestigd op zaterdagochtend: positief.

Fuck. Fuck. Fuck. Fuck. Fuck.

Onmiddellijk het besef dat starten in Gent geen optie meer was. Ik heb een voorbeeldfunctie en bij een positieve test kan ik het niet maken om daar doodleuk aan de start te verschijnen. Ook voor mezelf wil ik geen risico’s nemen. Ik zou de eerste (recreatieve) sporter niet zijn die problemen krijgt met de hartspier bij het leveren van een zware fysieke inspanning tijdens de besmetting. Ik kan me wel voornemen om rustig te lopen, het blijft een marathon. En ook al weet ik dat er veel ergere zaken zijn in het leven, dit komt echt wel even hard binnen. Het project komt niet in gevaar, de weg is nog lang en ik heb nog tijd om die marathon in te halen, maar ik was er zo graag bij geweest in Gent. Nogmaals: fuck.

Vandaag voel ik me best goed. Niet om te juichen goed, maar gelet op de situatie hoor je me niet klagen. Het verloopt allemaal net iets lastiger omwille van de hoofd- en keelpijn en het lage energiepijl, maar misschien maak ik wel een korte wandeling rond het blokje thuis. Zonder loopschoenen uiteraard, want als ik die twee sloebers aantrek kom ik plots ongewild in een soort zweeffase die eerder lijkt op lopen dan op wandelen. Ongewild. Uiteraard. Laten we de kat niet bij de melk zetten.

Ik durf nu niet te ver vooruit te kijken, maar ergens is er de hoop dat ik dit binnen een paar dagen achter mij kan laten. Naast de fysieke rust zal ik nu een weekje moeten werken in quarantaine. De meetings die zijn gepland moeten verschoven worden, maar het werk kan gelukkig worden verdergezet vanuit het kantoor thuis. Eén van de voordelen aan onze job is dat het grootste deel van het werk kan worden verricht in de cloud. Op die manier zal het kantoor niet al te veel hinder ondervinden van deze periode. Ik hoop dat het voor mijn lichaam en conditie niet anders is.

Naast het schrijven van mijn korte blog zorgt ook de marathon van Parijs van volgend weekend voor enige afleiding en motivatie. Ik mag the bigger picture niet uit het oog verliezen. Het doel zal worden gehaald. Punt. We kunnen nu wel palaveren over het hoe, wat en wanneer maar de belangrijkste vraag is en blijft: waarom? En daarop is het antwoord omdat ik het doodgraag wil. Een dergelijke ingesteldheid is nodig om mijn doel te halen. Een tegenslag onderweg is ingecalculeerd en mag niet betekenen dat het einddoel plots zou wegvallen. Rust en kalmte zijn cruciaal tijdens moeilijkere momenten. We laten het kopje niet hangen en sturen bij. Volgende week starten in de straten van Parijs is nu mijn voornaamste drijfveer. Keep hope alive!

PARIJS IS NIET ALTIJD EEN GOED IDEE

Het is moeilijk om aan mijn blog te beginnen wanneer een sluimerende twijfel rond me hangt. Een gevoel van onzekerheid over de komende dagen en weken (maanden?). Laat ons op dit moment niet doemdenken, maar realistisch in het nu staan. We bekijken de situatie dag per dag en zoals vaak als je je niet 100% zeker voelt is er niet onmiddellijk beterschap in zicht. Maar net dan moet je nog harder vastklampen aan je doel. Om de focus te houden en niet toe te geven aan een gevoel van: och ja, het zal voor een andere keer zijn. We zien wel. Fout. If the plan doesn’t work, change the plan, but never the goal!

Waar ik vorige week nog hoopvol was inzake mijn startkansen voor de marathon van Parijs, moet ik een week later eerlijk bekennen dat de besmetting iets ernstiger is dan ik kon vermoeden. Ik had gehoopt dat een paar dagen relatieve rust voldoende zouden zijn om klaar te zijn om rustig door de straten van Parijs te lopen. Uiteindelijk kan zo’n besmetting na 2 prikken en een boosterprik toch niet zo zwaar doorwegen? De drie korte testloopjes maakten duidelijk dat ook de HR onder controle was, al moet ik eerlijk bekennen dat het laatste loopje van 45’ aanvoelde alsof ik een lange duurloop had afgewerkt met een slecht gevoel. Een teken aan de wand, maar je tracht dat voor jezelf te minimaliseren. Hoe vaak is het niet voorgekomen in het verleden dat het de week voor de marathon voor geen meter draaide? Geen te grote zorgen maken, maakte ik mezelf wijs. De vrouw en de mama wisten toen duidelijk beter. Had ik maar.

Ondanks de kritische bedenkingen van het thuisfront, op zaterdagochtend dan toch richting Parijs met de overtuiging te starten. Alles was tot in de puntjes geregeld: kledij, bevoorrading en hotel. Enkel het startnummer ontbrak. Na het inchecken in het hotel onmiddellijk richting de expo in Parijs om het nummer op te halen. En daar voelde ik de bui plots hangen. Als je thuis werkt zijn de fysieke inspanningen tot een minimum beperkt. Maar nu waren daar plots de trappen van de metro, een gure koude wind en de drukte in de expo. De kleinste handelingen slorpten energie en brachten opnieuw die hoofdpijn naar boven. Niet enkel bij mezelf, ook bij Karen. Na een korte wandeling en het eten van een broodje in het centrum besloten we om vroeger naar het hotel terug te keren, even te rusten en dan nog wat stapelen voor de marathon. Zo gezegd zo gedaan en om 18u lagen we in bed. Oma en opa in Parijs.

Karen viel als een blok in slaap, ik bleef piekeren. Hoe zou ik nu morgen een marathon kunnen lopen? Ik bekeek nog even het parcours en het was alsof de moed me nog meer in de schoenen zakte. Dit heeft geen zin, ik moet slapen. Even alles aan de kant en ook de oogjes dicht. Een uurke, dat was de afspraak. Maar de korte powernap werd er ééntje van de volle drie uur. Allebei volledig uitgeteld. Verdomme toch! Op dit moment bestaan er geen wondermiddelen. Mijn lichaam schreeuwt NEEN. Ik kan het nu volproppen met pijnstillers om toch maar te kunnen lopen, maar dan ga ik voorbij aan waar ik al 14 jaar voor sta. Ik wacht nog even de nacht af. Tegen beter weten in.

De nacht was kort omwille van de vele onderbrekingen door het gepieker. Na Gent zal ook Parijs niet lukken. Ik moet mezelf geen blaasjes meer wijsmaken. Zonde van de centjes, maar vooral zonde van het mooie drieluik in mijn ‘afscheidsjaar’. Ik doe er alles aan om de blessure aan het been onder controle te houden en dan krijg ik dit. Het lijkt alsof 13 jaar alles in de juiste plooi viel en dat het laatste jaar mij niks meer is gegund. Wieldoppen, zou Blaze zeggen. (Mensen met jonge kinderen begrijpen wat ik bedoel). Ik zal het beleefd houden op klootvis.

Nu lopen geen optie meer was hadden we nog de keuze: of we sprokkelen onze spullen samen en rijden naar huis, of we gaan nog eens naar de Eifeltoren om de sportievelingen een hart onder de riem te steken.  Even mijn persoonlijke frustraties en ontgoochelingen aan de kant schuiven en er nog iets van maken. Voor de wederhelft en omwille van het feit dat we dit de juiste plaats moeten kunnen geven. Wat is kunnen we niet veranderen, maar we kunnen er wel het beste van maken. En dat hebben we gedaan. Tot kort na de middag. Het vat was af. Nog iets eten in zo een typische Franse bistro en dan met de wagen terug naar huis. Het enige waar ik kon aan denken was mijn bed. Om de gemoedstoestand kort samen te vatten. Gelukkig werd er nog een foto genomen kort voor de middag (lacht).

Eénmaal terug thuis bekeek ik verder de massale berichtenstroom die ik had ontvangen. En wat bleek: er zijn immens veel mensen die momenteel ziek zijn en hetzelfde gevoel als mij ervaren. Hoofdpijn, keelpijn en vermoeidheid heb ik zo vaak horen terugkomen. Achteraf bekeken echt wel verstandig dat ik niet heb gelopen, ook al was de twijfel groot. Je bent in Parijs en je startnummer ligt op je loopkledij naast je bed. Verleidelijk toch?

Ik ben wel echt verrast door de vele oprechte bekentenissen van vele lopers en niet-lopers die een besmetting hebben opgelopen. Als het een steuntje in de rug kan zijn voor anderen: durf te luisteren naar je lichaam en mensen die het beste met je voorhebben. Wees je ervan bewust dat je niet alleen bent die een moeilijke periode doormaakt. Durf een doel op korte termijn even on hold zetten om daarna sterker terug te komen. En weet dat het uiteindelijk goed komt. Dat is zowat de conclusie die ik maak uit de vele berichten die ik heb ontvangen. Er is altijd licht aan het einde van de tunnel. Ik heb het gevoel dat ik vandaag opnieuw een stapje verder sta in het herstel. Of dit betekent dat ik komende zondag de marathon in Rotterdam ga lopen weet ik niet. Ik bekijk het dag per dag en ik zal enkel starten als ik me 100% goed voel. Morgen heb ik alvast een afspraak bij de dokter.

Aan iedereen die nu hetzelfde doormaakt als ik: maak geen overhaaste beslissingen en neem je tijd om te herstellen. Take care! En aan Audrey Hepburn: Paris is not always a good idea.

BASOFIELEN MILD VERHOOGD

De voorbije week was een rollercoaster aan emoties. Van een vermoeid gevoel op maandag, over beterschap op dinsdag naar hoop op woensdag om alsnog #demooiste te lopen in Rotterdam.

Het betere gevoel op dinsdag werd echter onmiddellijk de kop ingedrukt door een bezoek aan de dokter waar ik kreeg te horen dat het aangeraden was om de marathon pas te hervatten vijf weken na de besmetting. Dit op basis van de algemene richtlijnen die zijn uitgevaardigd voor sporters (zie tabel). Concreet zou dit betekenen dat ik pas op zondag 30 april 2022 mijn 9e marathon zou kunnen lopen. Maar naast het meten van mijn bloeddruk (11/7, normaal) werden er geen bijkomende testen afgenomen. Ik zou het dan ook moeten doen met de algemene richtlijnen. Veilig, maar ook misschien wel te voorzichtig en, ook al is dit bijkomstig, vervelend voor het project #authentic42.

Lopen in Gent was geen optie want de dag na een besmetting wou ik niet het risico nemen om anderen nodeloos in gevaar te brengen en ook voor mezelf zou het onverantwoord zijn geweest om dan te lopen. In Parijs was ik na een weekje quarantaine geen gevaar meer voor anderen, maar wel voor mezelf. Hoe graag ik ook wou lopen, wat blijkt uit het feit dat ik nog afgezakt ben naar Parijs, mijn lichaam gaf ieder mogelijk signaal om het niet te doen. En ik weiger op zo een moment medicatie te nemen om toch te kunnen starten omdat die geen structurele oplossing bieden. Het maskeert enkel de fysieke klachten en een struisvogelpolitiek is nefast op lange termijn voor het lichaam. Dus wijselijk niet gelopen.

Maar ondertussen waren we elf dagen na de besmetting en voelde ik me veel beter in mijn vel. Er was nog een lichte vermoeidheid en een vervelende droge prikkelhoest, maar alle andere symptomen waren volledig verdwenen. Ik wou graag een bevestiging van het advies van de dokter, maar nog meer wou ik op basis van een medische controle en het bijhorende oordeel van een sportarts weten hoe mijn lichaam er nu aan toe was. Meten is weten, heb ik in mijn periode bij Decathlon geleerd.

Ik besloot daarom contact te nemen met een sportarts met de concrete vraag: mag ik de marathon van Rotterdam lopen of moet ik effectief nog wachten tot 30 april om er ééntje te lopen? Als ik mijn gevoel zou hebben gevolgd dan was het lopen van de marathon in Rotterdam een zekerheid. De voorbije weken heb ik dagelijks contact gehad met coach Dennis waarbij mijn hartslag en bijhorende gevoel van doorslaggevend belang waren om een training al dan niet aan te vatten. Tempo’s, blokjes en korte sprints waren uiteraard niet aan de orde. Onderhoudend en rustig lopen was het enige mogelijke alternatief. Alle indicatoren gaven aan dat het de goede kant uitging. Hopelijk ook goed genoeg voor Rotterdam.

Op vrijdag mocht ik dan langsgaan bij de sportdokter. Er werd een EKG genomen, een bloedafname en een grondig onderzoek. Ik voelde dat de arts wou meedenken over een oplossing en ook dat de marathon van Rotterdam niet noodzakelijk een no go zou zijn. Echter, op het EKG was er een uiterst miniem knikje te zien. Niks alarmerend, maar het advies van een sportcardioloog drong zich op.

Ook mijn droge prikkelhoest was nog een uitloper van de Covid besmetting. Een beslissing voor Rotterdam werd nog niet genomen. Het was wachten op het resultaat van het bloedonderzoek alvorens de knoop definitief door te hakken. Gelukkig was er tijdens de drukke btw-periode voldoende afleiding om niet constant aan het resultaat te denken. Wat het ook zou worden, ik voelde me omringd met mensen die handelen met kennis van zaken. De sportarts, de coach en kiné zorgen ervoor dat ik bewust met mijn lichaam omga. Dit was toch wel anders tijdens mijn O-Five project van afgelopen zomer. Toen was het: meer is beter. Het is ook vaak een dunne grens bij het ultralopen. Je wil er alles voor doen om klaar te zijn, zeker als het talent ontbreekt. Maar dat alles er voor doen ligt ook in het luisteren naar je lichaam en duidelijke signalen niet negeren. De afgelopen week heb ik gemerkt dat veel lopers dezelfde fouten als ik maken, namelijk het volgen van hun eigen gevoel bij het beslissen om al dan niet de training te hervatten na een Covid besmetting. Want uiteindelijk ken je je eigen lichaam het best. Toch?

Ik zou iedereen dan toch willen aanraden om ofwel de richtlijnen die hoger staan vermeld te volgen en op zekerheid te spelen, of om een goede sportdokter te raadplegen die een helder en medisch verantwoord advies kan geven. Je hebt tenslotte maar 1 lichaam, je moet er bewust en verstandig mee omgaan. Niks op het gevoel beslissen als het gaat over je eigen gezondheid op de lange termijn.

Uiteindelijk kwam het resultaat iets voor 18 uur via een telefoontje van de dokter. Het verdict. Vooreerst wat het EKG betreft: de sportcardioloog gaf groen licht om te lopen, zeker gelet op mijn historiek, omdat het knikje onvoldoende was om me niet te laten lopen. Maar, liet de dokter haar ontvallen. En dan weet je eigenlijk al hoe laat het is. Uit het bloedonderzoek blijkt dat de basofielen (witte bloedcellen, om het eenvoudig te houden) nog mild verhoogd zijn. Concreet: lopen mag, maar een marathon op zondag is een absolute NO GO. Slik. Zucht.

Ergens had ik niet meer gerekend op Rotterdam, maar toch blijft er dat sprankeltje hoop. Zeker als je gevoel aangeeft dat er op zich geen probleem meer is. De ochtendpols ligt in lijn met wat die gewoonlijk aangeeft (test: deze mag geen 5 slagen hoger zijn dan normaal, zoniet kan dit wijzen op vermoeidheid) en tijdens het werk heb ik geen moment meer last van hoofdpijn. Er is enkel nog die prikkelende droge hoest. Ook dit speelt mee in de beslissing van de sportarts om niet te lopen. Als deze weg is tegen volgende week woensdag dan mag ik op zondag gewoon die marathon lopen. Is die nog niet weg, dan is het opnieuw een NO GO.

De conclusie van dit verhaal is dat je zelf niet kan bepalen hoe ernstig de impact van Covid is geweest op je lichaam. Laat je testen voor je opnieuw de trainingen hervat. Wees je ervan bewust dat bepaalde complicaties niet altijd zichtbaar of voor jezelf waarneembaar zijn. En vooral: doe het voorzichtig tijdens die eerste dagen. En als we kijken op langere termijn: neem een trainer bij de hand als je het iets professioneler wil aanpakken. Dankzij Dennis moet ik niet meer nadenken over mijn looptrainingen en word ik tijdig afgeremd in mijn gedrevenheid.

Vandaag was het nog even op de tanden bijten toen ik de vele foto’s en filmpjes van Rotterdam zag passeren. Maar we bekijken het positief: onder een stralende zon heb ik mijn loopschoenen aangetrokken voor een babbelrondje van 17km op zondag met buddy Ed Raket. Heerlijk! Zo heeft ieder nadeel ook zijn voordeel. En als volgende week die hoest is verdwenen en het bloedonderzoek toont dat ook die witte bloedcellen opnieuw in orde zijn, dan loop ik op zondag de marathon van Gent. Uitstel is geen afstel. Omdat ik zo graag door Gent wou lopen zal ik volgende week zondag het parcours volgen van 27 maart. Een aankomst in de sporthal met supporters zit er helaas niet meer in, maar misschien hebben ze bij Golazo nog ergens een medaille in een schuif liggen die ik kan overhandigen aan Maxim. Op die manier krijgt mijn schema alsnog een groen vakje.

Het vertrouwen in een goede afloop van dit project is er altijd geweest. We gaan er nog 33 keer 100% voor gaan. Doubt kills more dreams than faillure ever will.

EEN ONGELUK KOMT NOOIT ALLEEN

Pas als je ziek bent komt het besef dat gezond zijn geen vanzelfsprekendheid is. Een lichaam is zo een complex en mysterieus systeem dat we er vaak niet bij stil staan hoe wonderlijk het is wanneer alles normaal functioneert. We vinden het evident dat we kunnen doen wat we willen wanneer we het willen. Maar van zodra er een schakel in de keten niet naar behoren werkt ondervinden we aan den lijve dat we ongelooflijk dankbaar mogen zijn wannneer we door een goede gezondheid onze levensdoelen mogen en kunnen nastreven. Uiteindelijk was mijn Covid besmetting slechts klein bier. Een tweetal dagen ziek en daarna een vervelende hoest en vermoeidheid. Punt. En toch was het bepalend voor mijn levenskwaliteit. Ik kon niet meer doen wat ik wou. Het ging niet meer vanzelf. Niet op kantoor, niet thuis en niet al lopend onderweg. Frustrerend. Je bent enkel de architect van je eigen leven als je gezond bent. Dat is nog eens keihard binnengekomen de voorbije weken.

Gisteren mocht ik gelukkig alweer iets langer op pad. Jawel, ik werd opnieuw losgelaten. Het lijkt me dat ik het bijhorende gevoel niet hoef te omschrijven. Laat het ons houden op blij en opgelucht. Want wat heb ik 3 weekends op mijn tanden moeten bijten om die 3 mooie marathons niet te lopen, wetende dat mijn project op deze manier net iets moeilijker zou worden. De vrije momenten zijn immers beperkt en hoe meer weekends ik zou missen, hoe moeilijker de puzzel zal kunnen worden gelegd. De vele mooie plaatjes maakten het gemis nog net iets groter. Het helpt natuurlijk niet wanneer 80% van de mensen die je volgt op de social media hardlopen als hobby hebben en dan nog eens vaak erin slagen om de mooiste plaatjes met de wereld te delen. Het is iedereen van harte gegund, maar op zo’n momenten misschien net iets minder. Als ik niet kan lopen dan zouden de weersomstandigheden van die aard moeten zijn dat hardlopen geen optie is. Iedereen binnen blijven, loopschoenen aan de kant en wachten op beterschap. Rusten is ook trainen dames en heren. Wel, neem dan die rust op die momenten waarop ook ik aan de kant sta. En als de weergoden dan toch beslissen om het mooie weer te maken dan zou er zoiets moeten bestaan als een verplicht collectief altruïsme (lacht).

Maar kijk, ook moeilijkere momenten passeren en de loopschoenen mochten opnieuw opgeblonken worden. Omdat ik de marathon van Gent niet heb kunnen lopen op zondag 27 maart 2022, was het idee van Edwin om deze alsnog te lopen. Ik zag onmiddellijk de voordelen: dicht bij huis, een mooi parcours, de allerliefste die er bij kon zijn en ongetwijfeld mijn eerste overwinning op een marathon. Geen getwijfel over deze optie. Eerst nog even Maxim bij de oma afzetten en dan met de fiets in de koffer richting de Topsporthal aan de watersportbaan in Gent. Een mooie startplaats voor marathon nr. 9 van #authentic42. Het zonnetje was van de partij en ik had echt wel veel zin om nog eens héél zachtjes het licht te doven.

Iets voor negen uur gaven we zelf het startschot. Ik was alleen waardoor de champagne al fris mocht worden gelegd. Het enige dat nog een stok in de wielen zou kunnen steken was het lichaam. Het kopje zat goed (wat wil je na 3 weken ophokplicht) en ik voelde dat het lijf wel zou volgen. Onmiddellijk na het vertrek ging de tocht richting centrum. Het dient gezegd te worden: de dames en heren van Golazo zijn van hun woord. De marathon van Gent bracht wat ik had verwacht: een stukje historisch centrum (gras- en korenlei), een groene passage (Assels) en een stuk lopen langs het water (Leie en Schelde).

Mede door het goede gevoel was het genieten van de eerste tot de laatste meter. De HR bleef constant goed onder controle (+/- 136bpm) ondanks het vele gebabbel met mijn wederhelft. De tijd vloog voorbij en voor ik het wist kwam Edwin aansluiten aan km 24. Het zijn zo van die dagen waar je op hoopt. De laatste 10km was het iets meer beeld zonder klank, maar ik wou mijn energie een beetje sparen. Uiteindelijk waren we na 3u28min lopen opnieuw aan de Topsporthal en kon ik nummer 9 met een goed gevoel afsluiten. Nog snel een foto en dan tijd voor de koers.

Maar, het had geen haar gescheeld of ik was gisteren niet vertrokken voor mijn 9e marathon van dit jaar. Zoals jullie hebben gelezen werd Parijs een afknapper omwille van de gekende reden. Maar er was meer. Bij terugkomst van de Franse hoofdstad bleek dat ik mijn steunzolen was vergeten in het hotel. Een ongeluk komt nooit alleen. Ik loop sinds 2013 met steunzolen (elke 2 jaar laat ik nieuwe maken) en dat is de eerste maal dat me dit overkomt. Vermoedelijk te wijten aan een zekere vermoeidheid en onoplettendheid. Stom. Maar dat is het altijd wanneer je iets kwijtspeelt. Lopen zonder die zolen is voor mij helaas geen optie omdat mijn lijf niet recht staat bij het lopen en mijn voeten eigenlijk al een beetje scheef staan wanneer ik mijn loopschoenen aantrek. Dat is door mijn blessure van vorig jaar nog slechter geworden. Bij het lopen buig ik nog net iets meer dan vroeger wat door naar rechts, om het scheve bekken te compenseren. Daarvoor moet ik dus naar de kiné, sinds kort voor het eerst naar de chiropractor en zijn mijn steunzolen onmisbaar. Gelukkig kon Irene Vansteenland me binnen de 3 dagen depanneren. Meer zelfs, de nieuwe zooltjes voelen nog iets beter aan. Ik ben dan ook Irene ongelooflijk dankbaar voor de snelle professionele tussenkomst. En ook coach Dennis, kiné Saar en sportarts Petra wil ik ongelooflijk bedanken voor hun professioneel en persoonlijk advies op maat. Het zijn mensen die spreken met kennis van zaken.

De komende week ga ik het nog voorzichtig aanpakken zodat we het project kunnen verderzetten. De focus ligt alvast op de marathon in Enschede. Via een teammate bij het ASICSFrontRunner team heb ik me kunnen inschrijven. Ik heb geen moment getwijfeld, alleen heb ik er niet echt bij stilgestaan dat het een eindje rijden is van Zomergem naar Enschede. Het belooft dan ook een vroege ochtend te worden komende zondag en een lange terugweg. Maar alles voor het goede doel en met een streepje muziek vliegt de tijd voorbij. Soms moet je niet nadenken, maar gewoon springen.

GOOI ER EEN KWARTJE IN

Vorige week was ik te gast bij de heren van looppraat, een Nederlandse podcast voor hardlopers door hardlopers. Als trouwe luisteraar van deze podcast was ik echt wel vereerd met de uitnodiging. Mijn enthousiasme was dan ook groot en dat is de luisteraar ongetwijfeld niet ontgaan. Praten over mijn passie en deze dan ook nog eens mogen delen, je zou je voor minder gedragen als een kwispelende puppy. Ik vond de aankondiging van de gastheren Tim en Anton-Jan dan ook geweldig: ‘Gooi er een uitdagend doel in, en Olivier blijft lopen. Gooi er een kwartje in, en Olivier blijft praten.’ Een compliment. Toch?

Ik voel wel dat ik, als een gewone Vlaming, nog steeds wel een verhaal te vertellen heb. Een verhaal dat herkenbaar blijft, net zoals datgene wat ik heb gedeeld in 2019. Ik kijk vol bewondering naar Koen Naert en Karel Sabbe, die op fysiek en mentaal vlak grenzen verleggen. Ik lees vol ontzag Jeroen Brouwers, die het gebruik van woorden verheft tot kunst. Vol emotie luister ik naar The Lau, die via zijn muziek diep kan binnendringen bij luisteraars. Met groot respect heb ik de afgelopen weken via de media Emmanuel Macron gevolgd, een filosoof van opleiding die mensen kan begeesteren.

Als ik dan zie waar ik mee bezig ben dan denk ik: en waar ligt nu mijn talent? Ik ben verstandig, maar geen intellectueel. Ik ben een loper, maar geen atleet. Ik voel geen jaloezie want dit is een gemoedstoestand die je niks bijbrengt. Of je kan het niet, en dan kan je je blijven frustreren in waarom het niet lukt en passeert je leven zonder voldoening. Of je wil het eigenlijk zelf niet, waardoor je leeft voor iemand anders. Ik tracht dan ook voor mezelf uit te maken wat ik echt wil en daarbij doe ik mijn uiterste best om zaken te laten slagen. Op die manier tracht ik een voorbeeld te zijn voor de mensen dicht bij mij, en hopelijk ook voor enkelen wat verderaf. Al moet ik eerlijk bekennen dat er nog wat werk aan de winkel is voor de mensen die het dichtst bij me staan. Het vinden van een evenwicht in mijn leven blijft een aandachtspunt. Want er is teveel verlangen en er is te weinig tijd.

Ik vind het dan ook belangrijker om te doen wat je graag doet dan het volgen van je talent. En daarom wil ik tonen dat het vinden van een passie zorgt voor zuurstof: op het werk en in je relatie. Ook voor jezelf is die zuurstof nodig om gezond te blijven en op een goede manier in het leven te staan. Stort je niet in een verhaal waarin je jezelf niet kan herkennen. Denk na over wat je echt wil en durf daar dan ook voor te kiezen. Ik zal dit ook na dit ‘afscheidsjaar’ trachten te doen. Want geloof het of niet, hoe groot mijn liefde voor het lopen ook is, er zijn nog zo veel mooie zaken in het leven!

Maar eerst nog een terugblik naar afgelopen weekend: de marathon van Enschede. Op uitnodiging van Emma, een teamgenoot bij het ASICS FrontRunner team, ben ik afgezakt naar het oosten van Nederland. Nu zijn er onmiddellijk twee zaken waar ik me niet bewust van was bij het ingaan op dit aanbod. Vooreerst is het maar liefst 344km rijden naar Enschede, wat zorgde voor een kleine verzuchting bij mezelf en een iets grotere bij de wederhelft (er is echt geen mogelijkheid om dichter bij huis te lopen?). Vervolgens heb ik me laten vertellen dat de marathon van Enschede de oudste marathon van Nederland is, wat het argument om dichter bij huis te lopen onmiddellijk van tafel wist te vegen. De oudste van Nederland, jawel schat, je hoort het goed. Die moet ik toch eens gelopen hebben? Op zo’n momenten zegt een stilte meer dan woorden. Het argument ligt ongetwijfeld nog ergens op tafel. Niet zonder risico. Ik hou jullie op de hoogte.

Bij het aankomen in Enschede werd onmiddellijk duidelijk dat ik vandaag niet alleen zou lopen. Een stadsmarathon zorgt voor een totaal andere beleving dan het lopen van een lokale marathon om de hoek. Beide hebben voor- en nadelen. Als ik héél eerlijk mag zijn dan opteer ik voor het kleinschalige. Omwille van de rust en de focus op het lopen. Bij een grote marathon spelen er zaken die niks meer met het lopen te maken hebben. Zelfs ik had gisteren zowaar een klein gevoel van stress voor de start. Tussen de massa lopers voel je je klein en komt het gevoel: wat sta ik hier te doen? Ga ik dit vandaag wel kunnen? Terwijl het uiteindelijk slechts lopen is en blijft, iets wat je al zo vaak hebt gedaan in je vertrouwde omgeving. Hier moet ik ook gewoon de éne voet voor de andere zetten en trachten zo rustig mogelijk te blijven. Vertrouwen op mijn voorbereiding en me niet gek laten maken door andere lopers en supporters. Op zo een moment helpt het wel dat ik dit gevoel al zo vaak heb ervaren dat er snel een zekere rust over mij kwam. Eénmaal vertrokken viel alles weg en was ik blij dat ik na een autorit van ongeveer 195’ eindelijk de benen kon strekken.

De eerste kilometers verliepen niet héél vlot. Het was druk en ik voelde me niet echt klaar voor een marathon. Vorige week was het gevoel super, nu was er twijfel of ik wel zin had om 42km te lopen. Was het omwille van het vroege opstaan en het gemis van het thuisfront dat het even niet echt lekker liep? Feit is wel dat ik onmiddellijk de knop heb omgedraaid en de beslissing heb genomen om ook op marathon nr. 10 van #authentic42 mijn uiterste best te doen. Met gebrombeer win je niks!

Tot aan de halve marathon was er immens veel ambiance onderweg. Een sfeertje waar wij Vlamingen nog wel iets van kunnen leren. Het ging van ‘Ik moet zuipen’ over ‘Only girl’ van Rihanna naar het beste wat Nederland te bieden heeft (ieder zijn smaak uiteraard), André Hazes. Als muziekliefhebber vind ik dat die knallende muziek onderweg een geweldige boost kan geven, maar als ik loop kom ik graag tot rust. Ik was dan ook blij dat de marathonlopers na een splitsing alleen verder mochten. Plots viel er een zekere stilte over Enschede. Of toch op de plek waar ik op dat moment liep. Even helemaal alleen op de wereld. Zalig. Er volgden langere eenzame stukken waar je op jezelf bent aangewezen. Geen externe boost, enkel jezelf. Heerlijk. Alleen mocht de  wind iets minder enthousiast zijn.

En toen kwam kilometer 34. Een hongerklopje. Alsof er een hamburger was geplakt op het bordje dat de juiste kilometer aangaf en mijn maag nu echt wel wist wat het nodig had. Er kwam een zekere ijlheid in het hoofd, alsof die in verbinding stond met mijn maag. Patat. Een wafel. Ook niet de juiste woordkeuze op zo’n moment, maar het beschrijft het gevoel dat velen herkennen aan kilometer 30. Plots knipperen ze het licht uit. Dit ben ik niet meer gewoon want mijn eten/drinken voor, tijdens en na een marathon staat op punt. Geen speldje tussen te krijgen. Maar op dagen waarop je om 4u45 moet eten en pas om 10u de beentjes kan losgooien dan valt het perfecte plan in duigen. Een stukje banaan was welkom, maar in de verste verte onvoldoende voor wat mijn maag naar verlangde: frieten, een steak met pepersaus en een tiramisu. Daar kan je mee verder. Maar goed, de banaan en de sportdrank deden hun werk en voor ik het wist zag ik het bordje van kilometer 40. Het beoogde doel van de dag (3u30) kon niet meer verkeerd lopen. De aankomst zorgde ook deze keer voor een kippenvelmomentje. Best verslavend zo een marathon.

Het was alweer zo een mooie dag waarvan je achteraf denkt: blij dat ik er bij ben geweest. Een zoveelste herinnering om te koesteren. Op de terugweg ben ik dan even gestopt op een parking om de ontknoping van Luik-Bastenaken-Luik te volgen. Nabij Breda zag ik Remco zijn eerste monument winnen en dacht ik vol bewondering: wat een talent! Wat moet het heerlijk zijn om die emoties te beleven na enkele moeilijke maanden. Sport is hard, maar brengt je diep intense momenten.

Komend weekend trek ik richting Limburg. Het is nog even kijken welke route we gaan volgen in de bloesemstreek: De Gulle Natuur (Sint-Truiden) of de Fruitige Natuur (Alken). Wat het ook mag worden, ik ga mijn best doen om ook marathon 11 tot een goed einde te brengen!

KAPOT NA 5 MINUTEN

Wanneer loont een inspanning de moeite?

Vaak willen we te snel te veel. Time is money. Het moet onmiddellijk opbrengen of het is verloren tijd. En toch zijn we hierin absoluut niet consequent. Wat brengen dagelijks 188’ op die smartphone ons bij? Naast wat extra BBB-vet, afhankelijkheid van dat rechthoekje in onze handen en soms nog eens bijkomende stress. Onze aandachtsspanne wordt korter dan die van een goudvis en onze bereidheid tot het leveren van een inspanning komt in de buurt van die van een koala. Ik hoor de niet-lopers nu al luidop denken: meneer wil ons doen sporten, maar wat brengt dat hardlopen nu eigenlijk bij? Het ligt voor de hand om nu de evidente voordelen op te sommen van het bewegen (goed voor het hart en de bloedsomloop, het bezorgt je energie en zelfvertrouwen, je komt buiten, je wordt creatiever en gezonder,enz.) maar eigenlijk hebben die argumenten vaak weinig zin. Niemand moet van mij iets doen en al zeker niet gaan lopen, tenzij je het zelf wil. Dan ben ik de eerste om je aan te moedigen. Ik wil gewoon aangeven dat ik meer dan me lief is moet vaststellen dat velen onder ons de jaren zien wegkwijnen in de dagelijkse sleur. Die kan rustgevend zijn en nodig, maar een klein genot in je leven brengt die extra sparkle. Neem je tijd om even na te denken over wat voor jou die sparkle (muziek, gezin, voeding, sport, dansen,…) is en neem vervolgens opnieuw je tijd om het je eigen te maken. Een gewoonte vraagt tijd en geduld.

Het is een oefening die ik ook voor mezelf vaak moet maken want ook ik breng te veel tijd door met zaken die irrelevant zijn. Ook ik leg niet altijd de juiste prioriteiten en denk te makkelijk dat ik gezond leef omdat ik wekelijks een marathon loop. Maar niks is minder waar. Zeker na het afgelopen weekend moet ik eerlijk bekennen dat het fysieke aspect wat meer op de voorgrond mag treden. Als ik alle balletjes in de lucht wil houden zal ik de tijd moeten nemen om eens goed na te denken welke inspanningen de moeite waard lonen.

Ik verklaar me nader. Afgelopen zaterdag hadden we een teamdag met het #ASICSFrontRunner team in Gent. We hadden afgesproken in de Blaarmeersen voor een mindfulrun, een bootcamp en een loop clinic. Tijdens de bootcamp werd duidelijk dat mijn lichaam spieren heeft die ik de laatste jaren niet meer heb gebruikt. Hoe je op 5’ volledig kapot kan gaan tijdens een liedje van AC/DC was dé verrassing van de dag. Ik vermoed dat mijn lichaam dacht: kerel, als je me 3 jaar in slaap wiegt mag je nu ook geen te hoge verwachtingen stellen als het gaat om verzuring. Te vaak draait het bij mij om lang onderweg zijn zonder jezelf te snel op te branden. Lopen met het kopje en bij voorkeur zo economisch mogelijk. Het was een eyeopener die ik misschien wel nodig had. Ik let op mijn voeding, werk mijn trainingen zo goed als mogelijk af en de alcohol wordt beperkt tot een absoluut minimum. En toch kan het nog beter. De loop clinic die volgde op de bootcamp bracht nog enkele pijnpunten boven water. Nu zijn er 2 opties: of ik vind van mezelf dat ik al voldoende inspanningen lever door ieder weekend een marathon te lopen of ik maak werk van de aandachtspunten en zorg ervoor dat ik nog iets meer atleet kan worden. De keuze lijkt me duidelijk.

Goed. De bovenstaande oefening is mooi, maar we mogen niet voorbij gaan aan wat dit jaar absoluut prioritair is: het lopen van een marathon tijdens het weekend. Helaas kon ik mijn lichaam niet de tijd gunnen om die ‘onnozelheden’ te verwerken. En alsof dat nog niet voldoende was had ik nu net besloten om te starten in Sint-Truiden. Voor wie de streek een beetje kent, echt biljartvlak kan je het daar niet noemen. De uitgestippelde fietsroute had de naam de Gulle Natuur, een tochtje van 35km waaraan ik een lusje van 7km heb toegevoegd. Voor we (ik kon immers rekenen op de geweldige steun van mijn vrouw, alweer) het goed en wel beseften kwam de eerste kuitenbijter. Het enige aan mijn lijf dat op zo een moment nog enig teken van leven vertoonde waren mijn darmen. Waar de rest nog half murw was geslagen, had dit orgaan besloten om uitgerekend vandaag eens op de voorgrond te treden. Kort samengevat: omhoog lopen met de billen toe is eigenlijk een discipline op zich. Doorbijten, stiller zijn dan anders en gewoon met focus iedere kilometer afwerken. Enkel op het meest moeilijke moment, kilometer 28, was er even geen sprake meer van zen. De gpx was, net als ikzelf kilometers eerder, volledig de weg kwijt. Terugkeren, verder lopen, toch opnieuw terugkeren om uiteindelijk te beseffen dat we toch op on track waren. ‘Losers’ van Balthazar, omdat het muzikaal moet matchen op zo een moment. Gelukkig gaat alles in het leven voorbij en bereikten we na 42 kilometer opnieuw Sint-Truiden. Moe maar voldaan zullen we het maar noemen.

Tenslotte, moet ik eerlijk bekennen dat niet enkel onze teamdag ervoor heeft gezorgd dat het een zware zondag is geworden. Op kantoor waren er veel afspraken na de kantooruren, er moeten cruciale beslissingen genomen worden inzake de verbouwing en op donderdagavond was er het YUKI event in de handelsbeurs in Antwerpen. Als je daar de eer en het genoegen mag hebben om te mogen plaatsnemen naast Marc Coppens, CEO van Yuki, dan moet je die kans grijpen. Een avondje naast een echte ondernemer brengt je een aantal levenslessen die je doen nadenken over een aantal zaken waardoor je ook professioneel verder kan groeien (© styn.be). Hoe graag ik ook loop, dergelijke zaken zou ik echt niet willen missen. Geen lopen zonder ondernemen. En omgekeerd.

Het werd dan ook alweer een boeiende week die je dan cash betaald op zondag. Daar hou je rekening mee. Het is zoals het leven, met ups en downs. Maar het belangrijkste is dat we de inspanning blijven leveren waardoor er opnieuw ééntje kan worden afgevinkt. Komend weekend trekken we richting Bornem voor de Great Breweries marathon. Daar loop ik ongetwijfeld veel bekenden tegen het lijf. Maar laat me eerst mijn eigen lijf nog wat verzorgen zodat we er op zondag 8 mei (jawel, lopen op moederdag, dat is niet echt puntjes scoren) opnieuw fysiek en mentaal klaar voor zijn!

VREUGDE EN VERDRIET LIGGEN DICHT BIJ ELKAAR

Ben je iemand voor wie het glas halfvol of halfleeg is?

Het is een uitspraak die aangeeft hoe je naar de dingen kan kijken in het leven. Voor mij is het glas halfvol. Laten we deze blog dan ook maar starten met een positieve emotie: vreugde.

De Great Breweries marathon van afgelopen zondag was over de volledige lijn een voltreffer. Ik heb 42km kunnen lopen met een goed gevoel (eindelijk!), het parcours was mooi met een streepje nostalgie (de dodentocht), er was de stralende zon en voor de start héél wat bekende gezichten. Zelfs zowaar een gezicht dat ik voor het laatst heb gezien in 2016 in de buurt van de Acropolis: Philippe-Michel Panza. Mijn compagnon de route tijdens de Spartathlon tot ongeveer 1/3 wedstrijd. Vanuit het niets kwam JM plots ten tonele verschenen, zowaar in Breendonk.  ‘Rise like a phoenix’ hoor ik Conchita Worst (?) luidkeels brullen. Heerlijk bijpraten na al die tijd, zelfs in het Frans. De eerste 10km vlogen werkelijk voorbij, tot JM besliste om een stop in te lassen om een Duvel te drinken onderweg. Dus toch niet zo random een marathon gekozen door de Waalse levensgenieter.

Het tempo voelde goed en ik kwam kort na het afscheid met JM aansluiten bij Bavo. Het was alweer even geleden dat we nog eens samen een marathon hebben gelopen. We besloten om samen te blijven vandaag. Na 19km kregen we het gezelschap van Dirk, een man van 50 jaar die vol wou gaan voor een PR op de marathon (3u30). We lagen op dat moment zo ver voor op schema dat ik Dirk gerust kon stellen: bij ons blijven en het is binnen vandaag. Tot km 32 was het ongeveer met de vingers in de neus, maar toen begon het kaarsje uit te doven. Het gekende gevoel waarbij je eigenlijk gewoon wil dat het gedaan is. Dat je de benen mag stil houden en dat het duwen, duwen, duwen niet meer hoeft. Ontspannen. Zitten, liggen, hangen, rollen, kruipen, werkelijk alles maar niet meer lopen. Maar het was toch nog 10km voor Dirk. En wat heeft hij zich in ons wiel vastgebeten. Trots op die man. Een dik PR was het dik verdiende cadeau. Blij dat Bavo en ik ons steentje hebben kunnen bijdragen.

Na de aankomst was het dan toch snel tijd om naar huis te gaan. Moederdag, weet je wel. Puntjes scoren zit er alweer niet meer in wanneer je in de vroege ochtend de woning verlaat om te gaan lopen. Maar de schade beperken noemen ze dit. Bij thuiskomst snel douchen en samen met de vrouw en kindjes een bezoekje aan mijn mama gaan brengen. Toch ergens ook dubbel, want de mama van Karen is 25 jaar geleden overleden aan kanker. Het blijft onwezenlijk om op zo jonge leeftijd je moeder te verliezen. Ik zou niet weten waar ik zou staan zonder de mama. Ik voel ook bij Karen dat het gemis door de jaren heen niet minder wordt. Integendeel. Zeker op zo een dagen weegt dit extra door.

Het werd een bijzonder gezellige namiddag met pannenkoeken, ijscrème, aardbeien, spelende kindjes en een glaasje recuperatiedrank. Jawel, na een marathon tracht ik mijn kopje er nog bij te houden om zo snel mogelijk te herstellen voor de volgende marathon, maar ook voor mijn werk op kantoor op maandag. De recuperatie is minstens zo belangrijk als de marathon zelf. Helaas werd de gezelligheid af en toe verstoord door de border collie, Lund. Ze is vaak onrustig, maar afgelopen zondag was ze niet in te tomen. Hevig blaffen, tegen het raam springen en er alles aan doen om toch maar tot bij ons te komen terwijl ze speelruimte zat heeft op het grasveld.

Op een bepaald moment sloeg de sfeer om. Er kwam een geluid dat anders klonk. Dit is niet goed. We gingen kijken en Lund was erin geslaagd haar volledig klem te zetten tussen de houten omheining en een Bekaert draad. Ze wou er zich tussen wringen, maar kwam muurvast te zitten. Wij hebben getracht om haar eruit te duwen, maar er kwam geen verbetering. Ook niet wanneer we met volle kracht de houten omheining bijna kapot trokken. Plots zag ik bloed op mijn handen. Wat we niet hadden gemerkt was het feit dat de gaasdraad zich in het lichaam van Lund had geboord. Vreselijk. Het duwen en trekken werkte nefast en Lund had de kracht niet meer om nog een inspanning te leveren om los te komen. Op zo een moment voel je je compleet machteloos.

Geen enkele dierenarts kon tot bij ons thuis komen (toch wel verrassend), dus hebben we de brandweer gebeld. Na nog geen 10’ waren ze ter plaatse. De houten omheining werd onmiddellijk voor een deel kapot getrokken en de Bekaert draad werd volledig losgevezen zodat Lund kon worden bevrijd. Maar het was duidelijk dat ze ons zachtjes aan het verlaten was. Ze keek rond maar tegelijk naar niets of niemand. Echt verschrikkelijk. Een beeld dat op het netvlies staat gebrand.

De brandweermannen namen haar met spoed mee naar de dierenkliniek. Wij volgden in de wagen, maar toen we aankwamen kwam de dierenarts onmiddellijk met de harde realiteit: Lund was onderweg overleden. Baf. Even valt alles weg, zeker voor mijn mama. Ze heeft 8 jaar lang op een geweldige manier voor Lund gezorgd. Een hond met een karakter is het minst wat je kan zeggen. Verlatingsangst, onrustig en onvermoeibaar. Geen cadeau. Maar de mama was er altijd om ervoor te zorgen dat ze 8 mooie jaren heeft gehad. En plots komt er een einde aan een leven op een manier die je niets of niemand toewenst. Een doodsstrijd van 30’. Ik herhaal het: verschrikkelijk. Gelukkig konden we de kindjes op een afstand houden. De dood hoort bij het leven, maar niet op deze manier. Rust zacht Lund.

Tot zover de emotie verdriet. Omdat het glas halfvol is wil ik eindigen met een positieve noot. Het leven is te kort om niet dankbaar te zijn voor de mooie momenten samen, binnen ons gezin, met vrienden en familie. Momenten die dit jaar veel te schaars zijn door allerlei activiteiten. Ik heb dan ook besloten om geen presentaties en keynotes meer te geven voor het einde van mijn project #authentic42. Het is gewoon te veel van het goede voor mezelf en voor de mensen die ik graag zie. Het leven bestaat uit keuzes maken.

Deze moeilijke blog sluit ik af met een kleurrijke foto aan de bekende discotheek Carré in Willebroek. Ik ben er zelf nooit geweest, maar op deze manier heb ik toch nog een foto voor het gebouw. Om werkelijk binnen te mogen ga ik nog wat meer sterallures moeten krijgen. Komend weekend richting Leiden voor marathon nummer 13. Als dat maar goed komt!

NIET LULLEN, MAAR POETSEN

Vorige week was het zonnig in Breendonk, afgelopen zondag was het warm in Leiden. En die eerste echte warmte op een marathon vergt een aanpassing voor het lichaam. Plots spelen er andere factoren voor, tijdens en na de wedstrijd. Vooreerst is er het extra drinken en de ORS opname voor de start. Je zorgt ervoor dat je voldoende bent gehydrateerd voor je begint te lopen. Tijdens tracht je dan voldoende vocht op te nemen, zonder hierin te overdrijven. Want je kan ook te veel water drinken. Ik herinner me een ultraloop op en rond een atletiekpiste waarbij ik ongeveer iedere ronde halt hield aan de drankpost en me opgeblazen voelde waardoor ik niks meer van voeding kon/wou opnemen. Dan gaat de sportieve prestatie pijlsnel achteruit, want op water alleen blijf je niet lopen. Ik neem nu ook ORS tijdens het lopen en gebruik het water even vaak om polsen en nek te verfrissen om op die manier de lichaamstemperatuur onder controle te houden. Na de wedstrijd doe ik wat extra water in mijn recovery shake om snel te herstellen van de inspanning.

Ook belangrijk voor de warme dagen: ga niet tot het gaatje. Vergeet dat PR en je vooropgesteld doel en volg je gevoel. Gelukkig ligt de lat dit jaar op het vlak van snelheid niet te hoog, omdat ik ieder weekend ééntje moet lopen en zo een weekje vliegt voorbij. Fysiek en mentaal is het de focus behouden. Mijn tactiek is en blijft dan ook eenvoudig: de eerste halve marathon loop ik 5sneller dan het tweede deel. Concreet betekent dit 1u40 tot de halve en dan 1u45 in deel 2. Op die manier hou ik nog wat marge voor die 3u30 en bouw ik wat herstel in voor de week erna door wat meer te eten en te drinken in het tweede deel. De tijd is nooit een doel op zich, maar een snelheid van 12km/h voelt als een inspanning zonder dat je echt te zwaar afziet.

Al moet ik na afgelopen weekend dit laatste toch een klein beetje nuanceren, want ik ben toch dieper moeten gaan dan ik had verwacht. Ongetwijfeld door het warme weer, waardoor het lichaam meer energie verbruikt en de HR stijgt, maar ook door het feit dat de volledige familie van de partij was in Leiden. Begrijp me niet verkeerd, het is super om zij die je het liefst ziet dicht bij je te hebben op een marathon. Maar het zorgt ook voor extra energie, zeker voor Karen die de kids een dagje moet entertainen. Niet evident om tijdens een drukke stadsmarathon een kleine schavuit zoals Maxim constant in de gaten te houden. El sympathico is de beste vriend van iedereen.

Maar wat de marathon ook best zwaar heeft gemaakt is het feit dat ik mijn GPS te laat heb gestart waardoor ik geen signaal kon vinden. Menig loper zal kunnen bevestigen dat die data na verloop van tijd toch onmisbaar worden. Voor mij is mijn Garmin vaak een houvast. Ik check mijn pace, mijn HR, de afstand,… Maar nu klopten de gegevens voor geen meter. Tel daarbij nog de bij momenten lange rechte stukken in de polders en ik hoef er geen tekening bij te maken dat het net iets te snel wat meer puffen en zuchten was naast het bakken en braden. Niet lullen, maar poetsen zouden de vrienden uit Rotterdam zeggen. Geen woorden, maar daden. Gaan zoeken naar excuses die we achteraf kunnen bovenhalen als we ons doel niet halen ligt niet in mijn aard. Je geeft wat je kan en soms is het gewoon niet voldoende, maar je laat je kopje niet hangen. Even de moppersmurf de bovenhand laten halen is gepermitteerd, maar achteraf wil ik tevreden terugblikken op een dagje karakter in en rond de Leidse grachten en polders.

Wat loop ik trouwens graag bij onze noorderburen. De supporters zijn uitbundiger dan in Vlaanderen, de vlaggen worden bovengehaald, zalige Nederlandse smartlappen klinken door de boxen en het heerlijke enthousiaste woordgebruik zorgt voor binnenpretjes. Keurig. Netjes. Niet ouwehoeren. Oh ja, ik kijk al uit naar zondag 29/05 wanneer ik de Via Belgica loop in Maastricht.

Maar komend weekend gaan we eerst nog even iets dichter bij huis de benen strekken: starten aan het Godshuis in Sint-Laureins en lopen langs de Boerekreek en de Vlaamse polders. Een omgeving die me tot rust brengt en in het verleden vaak het decors was van een bloedstollende strijd tussen de vrienden langs het Leopoldskanaal. Hagel, wind, regen en koude waarbij de stervende lokale zwanen zich even flandriens mochten voelen. Akkoordjes waren uit den boze. Een bikkelharde strijd op twee benen voor eeuwige roem en een zak brood.

 

back to home