INTRO

‘Met een klein hartje, maar extra gemotiveerd’ luidt mijn antwoord wanneer mensen me vragen hoe ik mijn nieuw project voor 2022 zie. Het kleine hartje vindt zijn oorzaak in de, naar mijn aanvoelen, sportieve mislukking van mijn O-Five project. De voorbereiding verliep lange tijd volledig volgens plan, maar naar het einde toe had ik het gaspedaal niet nog wat harder mogen induwen. Overmoed, of hoe verklaar je zoiets? Ik hou het op niet willen falen en mensen ontgoochelen. Vandaar ongetwijfeld de extra motivatie waarmee ik dit nieuwe project aanvat: 42 marathons lopen in 42 weken en dit vanaf mijn 42e verjaardag volgende week zaterdag (29/01). Het is haalbaar, maar deze zomer heeft me laten zien dat ik een versnelling hoger moet schakelen op sportief vlak en een versnelling lager op organisatorisch (lees: niet-sportief) vlak.

Na bijna 14 jaar hardlopen, met verschillende marathons en ultralopen, was het in augustus even slikken bij het verdict dat ik fysiek niet verder kon. Een overbelasting in combinatie met een infectie. Te veel getraind en te veel stress in het lijf. Dat komt binnen. Zeker wanneer je de afgelopen jaren gespaard bent gebleven van blessures. Maar ik moet eerlijk zijn met mezelf. Mijn leven is niet meer te vergelijken met de jaren 2012-2016 en ik word, hoe lastig me dit ook valt om te zeggen, toch wel een dagje ouder. De bijna 50.000 gelopen kilometers laten de eerste sporen na. Daarom heb ik besloten om opnieuw te werken met een trainer, een sportarts en een kiné. Experts in hun vak die me gaan brengen tot in Athene.

Oprecht, mijn doel was om af te sluiten in 2021 met het O-Five project. Het zijn mooie, intense jaren geweest en ik verlang naar een loopleven waarin het niet zo nodig hoeft. De job vergt steeds meer energie en de weinige vrije momenten worden ingevuld door een training. Een afwezige vader/man wil ik niet worden en dus is ‘evenwicht’ een woord wat ik vaak laat vallen, maar waar ik niet in slaag om ook effectief naar te handelen. Het lopen is al zo veel jaren meer dan een uitlaatklep. Het vraagt opofferingen en commitment. En na bijna 14 jaar wil ik dit graag anders zien. Maar afsluiten in mineur, zo voelt het voor mezelf, is niet hoe ik wil terugblikken op mijn loopjaren. En geef toe, een jaar waarin ik 42 word vraagt ook gewoon om een Marathon-plan.

Ik heb dan ook beslist om het nieuwe project niet te koppelen aan een goed doel of te werken met partners en BV’s. Het vreet energie en het gaat voorbij aan wat ik echt wil: lopen en een voorbeeld zijn voor anderen. Een ambassador of movement, zoals we dit omschrijven binnen ons #ASICSFrontrunner team. Laat dit dan maar onmiddellijk mijn goede doel zijn voor het komende jaar: mensen laten bewegen en de positieve effecten van het hardlopen laten zien. Want begrijp me niet verkeerd. Ook al ga ik het na dit jaar wat rustiger aanpakken, ik zal blijven bewegen. Het is wie ik ben en het zorgt voor rust in het hoofd. Onmisbaar om alles in evenwicht te houden, al mag het dus wat minder intensief en ingrijpend zijn. Stiekem kijk ik daar zelfs al een beetje naar uit, al ken ik de aard van het beestje: het leven is te kort om het als een kabbelend beekje te laten passeren.

De grote lijnen voor het nieuwe project liggen vast. Nu hopen dat Covid-19 en het lichaam mijn sportieve verlangens kunnen inwilligen. Ik heb hier ongelooflijk veel zin in want er komen ongetwijfeld verrassende ontmoetingen, geweldig mooie locaties (zie mijn kalender) en intense ervaringen op mijn pad. Eindigen in Athene, hoe mooi kan alles samenvallen? Maar ik weet dat ik het niet cadeau zal krijgen. En net daarom wil ik het zo graag. Er zijn geen excuses bij het hardlopen: je staat er of je staat er niet.

 

ET C’EST PARTI

Zaterdag 29 januari 2022, 6u45 in de ochtend. De wekker is gezet, meer vanuit het idee ‘het zal me maar overkomen’ dan vanuit de vrees dat ik niet tijdig zou ontwaken. De nacht voor je een marathon moet lopen slaap je vaak net iets minder vast. Enfin, moeten is veel gezegd. Ik heb mezelf het doel gesteld om een marathon te lopen en zal dit 42 weken na elkaar trachten te herhalen. Onverwijld start ik met het vertrouwde ochtendritueel: geroosterde boterhammen met confituur, een kom Kellogg’s (Tony maakt de tijger in je los), 2 grote glazen water en een soldatenkoek. Op geen enkel moment sta ik stil bij het feit dat ik vandaag ook effectief 42 kaarsjes mag uitblazen. De iPhone laat ik bewust links liggen, omdat je niet te veel wil afgeleid worden van datgene wat voor jezelf cruciaal is: die eerste 42 kilometer op een zo vlot mogelijke manier afwerken.

Menig hardloper kan immers bevestigen dat een marathon lopen iedere keer opnieuw een grote inspanning vergt. Kilometers krijg je niet cadeau, ook niet op een dag zoals vandaag. Ondanks het feit dat ik reeds 94 marathons/ultralopen heb gelopen blijft die onzekerheid aanwezig of het ook deze keer zal lukken. Tel daarbij de twijfels na mijn blessure van vorige zomer en de bewust beperkt gelopen kilometers in de voorbereiding op deze eerste marathon, en ik besef dat de vraag zich onmiskenbaar opdringt: kan mijn lichaam dit nog wel?

De ochtend vliegt voorbij en geeft, met 2 kinderen in de buurt die voelen dat het geen normale zaterdagochtend is, geen ruimte om te mijmeren. Gelukkig kan mijn vrouw alles in goede banen leiden waardoor de timing niet in het gedrang komt. Na de nodige kusjes en knuffels vertrek ik naar sporthal Den Boer in mijn thuisbasis Zomergem. Logistiek lekker makkelijk om op deze manier te kunnen starten. De loopvrienden, de mama (met fiets) en enkele supporters zijn aanwezig. We voelen allemaal dat het mag beginnen. De goesting is groot. Op de planning staan 2 lusjes van 21km op de grens van onze gemeente. Onmiddellijk na het startschot worden er loopverhalen uitgewisseld, herinneringen gedeeld en voor we het weten hebben we 1 lusje gelopen. Ik kijk op geen enkel moment naar mijn HR, tijd en tempo. Enkel de navigatie verschijnt op het display van mijn Garmin. Heerlijk vind ik dit. Een korte navraag bij de vrienden maakt duidelijk dat we 1u47min hebben gelopen op de eerste halve marathon en ik voel dat ik geen enkele pijl heb verschoten.

Ik voel me klaar voor ronde 2, waarbij een aantal nieuwe gezichten aansluiten. Het tempo wordt licht opgetrokken en ook de wind beslist om een tandje bij te steken. Lange tijd blijft het een bondgenoot, tot de laatste 11km langs de Lieve. Kromgebogen beuken we tegen een niet aflatende wind. Waar het ongeveer 30km heerlijk liep wordt het nu echt wel een krachtmeting tussen de wind en het hoofd. Wie gaat het eerste liggen? Het wordt wat stiller in de groep. Waar het nu op neerkomt is om niet te veel te denken en niet te ver vooruit te kijken. Lopen in het moment en aanvaarden wat is. Kilometer per kilometer het tempo constant trachten te houden. Deze eerste marathon wordt dan toch net iets zwaarder dan verwacht, al gaan we het niet dramatiseren. De hartslag gaat wat hoger, maar alles bij elkaar genomen komen we behoorlijk vlot opnieuw aan de sporthal: 3h32min.

Van zodra we onze GPS afduwen en de data opslaan wordt het tijd om te denken aan de volgende marathon. Dit betekent de recuperatiedrank zo snel mogelijk opdrinken, douchen om wat warmer te krijgen, havermout eten en 40’ slapen. Eindelijk tijd om even aan mijn verjaardag te denken. Ik lees de vele berichten die zijn verstuurd, de verjaardagstaart mag worden aangesneden en de cadeautjes uitgepakt. Ik laat alles binnenkomen. Om de dag in schoonheid af te sluiten ga ik samen met mijn vrouw iets eten en wordt er nog geklonken tussen vrienden met een blauwe Chimay. Dit zijn momenten om te koesteren.

Het is een 42e verjaardag geworden zoals ik het had gehoopt: hardlopen, liefde en vriendschap.
Net voor ik het lichtje uitknipper denk ik aan de woorden van Stijn De Paepe: ‘zoek Het niet te ver, maar kijk waar het ligt’.

Op naar Zaltbommel!

HET HOEKJE IN ZALTBOMMEL

Zondag 6 februari 2022, Zaltbommel. Huilbuien die bij momenten aanvoelden als kleine steentjes, plagerige windstoten die ontelbaar lang het lichaam dwongen om niet langer te lopen maar te stoempen en dat over een afstand die lang genoeg was om niet snel te verlangen naar een koffie met appeltaart aan de haard. Dat was zo een beetje mijn zondag gisteren. Zo van die dagen waarop je plots een levensvraag overvalt: ‘Hoe ben ik nu precies in deze situatie terechtgekomen?’

Op een veel te vroege zondagochtend (wekker op 5u15) hoorde ik een fluitende wind door het huis terwijl de regen kletterde tegen het raam. Zo van die ochtendgeluiden waar je echt vrolijk van wordt. Ook al was het een bevestiging van wat ik op een (jawel) zonnige zaterdag had gelezen op het weerbericht, ergens hoop je dat de weersvoorspelling een dag verkeerd blijkt te zijn. Maar ook nu bleek het bij het aflopen van de wekker ijdele hoop te zijn. Voor zij die me ondertussen een beetje kennen: op deze momenten laat ik geen ruimte voor twijfel. Dat betekent het lichtje aanknipperen, douchen, loopkledij aantrekken, ontbijten, bevoorrading meenemen en met de wagen richting Nederland voor de 2e marathon van het jaar.

Laten we de zaken positief bekijken. Ik ben goed hersteld van die eerste marathon en ik loop niet alleen vandaag. Weliswaar zonder de bekende pappenheimers, maar met de steun van een aantal mensen van de organisatie van de Two Rivers Marathon, het kleine broertje (of moet je nu eigenlijk beter zusje zeggen?) van de Two Oceans Marathon in Kaapstad. In Zuid-Afrika wordt gelopen tussen de Indische en Atlantische Oceaan, in Nederland tussen de Maas en Waal. Andere verschilpunten zijn de afstand (56km tegenover 42km) en, je raadt het nooit, het klimaat.

Dit verschil in klimaat mocht ik gisteren voor de 2e keer aan den lijve mogen ondervinden. In 2020 was er namelijk de storm Ciara die roet in het eten kwam gooien. De wedstrijd werd afgelast, maar als ambassadeur mocht ik in de Sint-Maartenskerk een woordje plaatsen over mijn boek en dat in het gezelschap van niemand minder dan Koen De Jong, Hans Koeleman en Olivier Heimel. Een unieke en onvergetelijke avond. Eerlijk, dat er toen niet mocht gelopen worden was slechts bijzaak, mede door een huilnacht van de kleine Maxim waarbij mijn vrouw en ik geen oog hebben dichtgedaan. Ik vraag me nog steeds af op welke flanellen benen ik toen zou hebben gelopen. Sta je daar ’s avonds te verkondigen dat het hoofd zwaarder weegt dan de benen en kom je de volgende dag geen meter vooruit. Best lullig.

In 2021 werd er omwille van de bekende redenen niet gelopen en ook dit jaar werd de wedstrijd verschoven naar april. Ik was dan ook maar al te blij dat Marieke me stuurde dat ik mocht afzakken naar Zaltbommel op 6/2, dat zij zou meefietsen en dat er enkele lopers mij zouden vergezellen. Kon ik toen vermoeden dat de weergoden ons opnieuw zo ongunstig gezind zouden zijn. Of zou het zomaar eens kunnen dat de zon nooit schijnt in het land van Jip & Janneke, tussen Maas en Waal.

Gelukkig mocht ik rekenen op 10 Zaltbommelse bikkels en Marieke. Onverwoest en dapper liepen we zo dicht mogelijk bij elkaar tot aan hét hoekje. Het was het punt waar de wind werkelijk vol op de kop zou komen te zitten. Ed, niet de vertrouwde raket uit België maar één van de plaatselijke flandriens, wist me te vertellen dat het voor een Spartaan uit Vlaanderen best zou meevallen, maar éénmaal we hét hoekje omdraaiden voelde ik me niet de sterke Vlaming die hier wel eventjes vlot doorheen zou lopen. Het groepje viel uit elkaar en het was ieder voor zich al konden we met enkelingen dicht bij elkaar blijven en was Marieke op de fiets met de bevoorrading nooit ver weg (standbeeld voor die vrouw, 3u29 vrijwillig op de fiets in zo een weertje).

Op zo’n momenten kan ik terugvallen op ervaring, herkenbaarheid en het gevoel van: dit komt altijd opnieuw goed. Ik weet dat je even de knop moet omdraaien en dat de tijd en kilometers verder wegtikken. Niet te veel verwachten op zo een momenten, maar je optrekken aan het feit dat je nog loopt en dat het véél kouder zou zijn mocht je nu wandelen of de handdoek in de ring gooien. Nu blijven lopen zodat het sneller is afgelopen. Geen verwachtingen, geen doel, gewoon hardlopen. Ik ken moeilijkere zaken in het leven. Die 17cm tussen je oren, wie me kent weet het ondertussen al.

En op die manier zijn we als een kleine kudde verzopen kuikentjes opnieuw op de markt van Zaltbommel geraakt. Niet dat we daar aan hebben getwijfeld, maar de ‘runners high’ was soms even wat minder prominent aanwezig om het met een eufemisme te omschrijven. Natte koude klerezooi was bij momenten beter op zijn plaats. Ondanks de laatste striemende regenbui wou ik nog een foto bij Jip & Janneke, als blijvende herinnering aan later. Want jawel, iedere marathon is een blijvende herinnering. En deze zal ik niet snel vergeten. Het zijn net die moeilijkere marathons die later onvergetelijk worden. Opa heeft later een verhaaltje dat nog wat zal worden aangedikt bij de koffie en haardvuur. ‘Ik kan me die zondag begin februari 2022 nog goed herinneren, hondenweer was het, de natste en meest winderige zondag ooit gemeten in Nederland en uwen bompa was erbij’😊

Maar ik ben zo blij dat ik nummer 96 op de marathon/ultra teller mag plaatsen. Als ik nu terugblik dan denk ik aan het leuke gezelschap, de steun van Marieke en de zetelverwarming in de auto bij het wisselen van kledij. Alles plakte aan mijn lijf, maar die verwarming deed mijn lijf snel opwarmen. Ik hoop dat er nergens camera’s aanwezig waren die konden registreren hoe ik mijn tenue heb gewisseld. Ik schat een kleine 20’ om alles uit te krijgen en dan nog eens dezelfde timing om de droge kledij aan te trekken. En dan een dikke 2 uur met Neil Diamond op de achtergrond tegen ongeveer 90km/h op de snelweg (dat opa zijn gaat me nu al behoorlijk goed af) richting huis. Daar stond een warme koffie klaar, een eiwit shake en havermoutpannenkoeken. Die steun van vrouw en mama valt niet te beschrijven. In tegenstelling tot vorig weekend werd er niet geklonken met een blauwe Chimay. De eerste aflevering van twee zomers (aanrader!) heb ik nog net gehaald, maar dan was het tijd voor pépé om in zijn bedje te kruipen.

Vandaag een kort bezoekje aan de kinesist die me wist te vertellen dat alles goed voelt, enkel wat last van rug en schouders, maar dat komt door het zitten aan mijn sta bureau (lang verhaal).

Komend weekend gaan we ploeteren in de modder van het Leen, een provinciaal domein in Eeklo. Ik vraag me nu wel af of ik er goed aan doe om het weerbericht te bekijken? Misschien moet je af en toe het leven op je af laten komen. Come what may. Op naar nummer 3!

STRAATLOPER

Zo een week is in een vingerknip voorbij. Op maandag kan je nog even terugblikken op het voorbije weekend en de gelopen marathon, maar vanaf dinsdag komt de focus op de volgende. Onder focus begrijp ik niet rust en herstel, want er moet uiteraard worden gewerkt en het gezin heeft ook niet veel aan een man/papa die loopt en slaapt, maar wel bewust omgaan met voeding, slaap en training. Jawel, ook tussen de marathons dient er gelopen te worden. Het is nog even wat zoeken met coach Dennis hoe we het precies aanpakken en ongetwijfeld zal niet iedere week gelijk worden ingevuld het komende jaar, maar momenteel voel ik me goed bij het volgende regime: maandag rust, dinsdag rustig loslopen (45’), op woensdag een korte prikkel (bv. 6x400m), donderdag een vlotte korte duurloop (11km naar kantoor) en rust op vrijdag.

Het herstel de voorbije week verliep net iets minder vlot dan na die eerste marathon. De langere verplaatsing met de wagen en de intense weersomstandigheden tijdens het rondje Zaltbommel zitten daar ongetwijfeld voor iets tussen. Maar op vrijdag voelde ik de ‘loopbenen’ terugkomen. Er werd zon voorspeld voor het weekend en ik had best wel zin in een marathon dichtbij huis in een mooi en vertrouwd kader. De wedstrijd werd namelijk gelopen in het provinciaal domein Het Leen, een bosgebied van ongeveer 285ha groot, deels gelegen in mijn thuisbasis Lievegem. Ideale omstandigheden om voor en na de marathon zo weinig mogelijk energie te verbruiken. Maar als er wordt gesproken over een ‘voor’ en ‘na’, dan is er ook zoiets als een ‘tijdens’. En net daar heb ik blijkbaar weinig lessen getrokken uit het verleden. Het overkomt me wel vaker. In 2016 had ik al eens deelgenomen aan de trail in Eeklo en toen heb ik bij aankomst duidelijk gemaakt: ‘Dit nooit meer’. Het was koud, gevaarlijk lopen en loodzwaar. Nog maar eens het bewijs dat je zeer spaarzaam moet omspringen met dure woorden zoals ‘nooit’ en ‘altijd’.

Maar kijk, gisteren stond ik aan de start van ‘deze loop ik nooit meer’ trail in Eeklo. De zon was van de partij, héél wat (oude) bekenden stonden aan de start en ik voelde me best goed. Dit gevoel bleef zo aanhouden tot 3’32” na de start. Bijna onmiddellijk werd het mij vertrouwde asfalt van onder mijn voeten weggetrokken en ingeruild voor een alternatief die naam onwaardig. Modder, slijk en in het beste geval wat aarde met gras. Oh ja, dit zou een lange voormiddag dichtbij huis worden. Wegdromen tijdens de marathon was geen optie, wel het kopje erbij houden en goed kijken waar ik liep, die hartslag niet laten ontsporen en vooral blessures vermijden want het loopjaar is nog lang!

Als straatloper blijft het moeilijk om je vertrouwde vlot lopende ondergrond in te ruilen voor een alternatief waarbij je schoen wordt opgezogen door het slijk en je looptred wordt onderbroken door geschuif, geklungel en gescharrel. En toch, het kader was zo mooi dat ik bij momenten compleet was vergeten dat ik een wedstrijd aan het lopen was. De zon kwam telkens opnieuw piepen tussen de bomen, er hing een stilte in het bos die sterk voelbaar werd vanaf ronde 3 (+/- 25km) en er was het gevecht met mezelf om te blijven duwen. Met dat laatste ben ik ondertussen zo vertrouwd dat ik er ergens naar uitkijk om het opnieuw te beleven. Die eerste helft van een marathon is niet mijn favoriete deel. Tijdens dat deel tracht ik goed te eten, te drinken en de hartslag stabiel te houden. Je voelt je fris en je denkt aan andere, vaak praktische zaken of, zeker tijdens die eerste marathons, je telt met schrik af naar het moment waarop het zwaar begint te worden. Maar bij het wegtikken van de kilometers na die eerste halve sluipt er ongewild en geruisloos stil een ander gevoel binnen. Een gevoel waarbij het belangrijk wordt om alle mentale en fysieke ballast overboord te gooien en je enkel nog bezig te houden met wat je op dat moment aan het doen bent: lopen. Niks is nog belangrijk in het leven. Je hoeft alleen maar jezelf in beweging te houden en vooruit te gaan richting je doel. Heerlijk zou ik het niet noemen, wel onmisbaar. Iedere keer opnieuw besef ik achteraf dat net deze momenten me bijblijven. Het vormen kleine overwinningen op mezelf.

Gisteren kwam dit gevoel keihard binnen in de laatste ronde (tussen km 31 en 42). Waar het in de eerste drie rondes nog belangrijk was om niet te snel te gaan en alle energie te sparen voor de zware passages was het tijdens die laatste ronde belangrijk om spaarzaam om te springen met het laatste restje energie. De snelheid was volledig weg en het leek alsof ik op geen enkel moment nog het juiste spoor kon vinden. Iedere beslissing die ik nam was net die verkeerde. Het slijk trok ook net iets harder aan mijn benen dan tijdens die eerste drie passages. Neen, schoonheidsprijzen vielen er niet meer te winnen. Nog één keer ploeteren door de modder, de boomwortels ontwijken en stilletjes uitkijken naar die bidon recuperatie van 6dSportsNutrition (die choco is werkelijk overheerlijk). En voor ik het wist kwam het geroezemoes van de aankomstzone. Zo een geluid waar je op dat moment een klein gelukje ervaart. Het gevoel dat je er bijna bent en dat er nog weinig mis kan gaan. Het hoekje nog eens om, de laatste modderzone en dan een klein applaus van de organisatie. Nummer 3 was binnen!! Deze marathon wordt ongetwijfeld de zwaarste van de reeks, maar we zijn er zonder blessures doorgekomen. De schoenen zijn voor de vuilnisbak en het zal nog even duren vooraleer ik via het Leen terug naar huis loop. Maar één ding durf ik nu niet meer te zeggen: hier zien ze me nooit meer terug!

Vandaag was het heerlijk genieten samen met het gezin. Een bezoekje aan het Bulskampveld kadert binnen het actief herstel en ook de pannenkoeken hebben extra hard gesmaakt. We kijken uit naar volgend weekend. Dan gaan we een nachtmarathon lopen in Aalter en ondertussen de dappere ultravrienden aanmoedigen tijdens het BK 24h. Op naar nummer 4!

NACHTELIJKE KNALDRANG

Om bij te huilen, als je me vraagt naar het weer van de afgelopen weken. Het is alsof we het jaar zijn gestart met een gure herfst in plaats van winterse koude. Waar er vorige zomer nog sprake was van een tekort aan water, lijkt het mij dat de waterputten van de meeste Vlamingen voldoende zijn gevuld. Tijd voor fluitende vogeltjes en een streepje groen, al is er een kans dat we nog een koude prik krijgen. Ik zou er mee kunnen leven. Eens lopen zonder natte kledij en zonder te moeten beuken tegen de wind zou best fijn zijn.

Voor afgelopen zaterdag werd er weinig goeds voorspeld. De storm Eunice was fel afgezwakt, maar er was nog kans op windstoten en een strakke wind. Naast, uiteraard, een emmertje regen. Maar waar het tijdens de eerste week in en Zaltbommel nog zo dik tegen zat, was het alsof de weergoden hadden besloten om even een (zeg gerust: welverdiende) koffiepauze te nemen tijdens mijn nachtmarathon in Aalter. Geen druppeltje regen en ok, een krachtige wind, maar geen storm of iets wat nog maar in de buurt komt. Helaas hadden de echte helden daar in Aalter minder geluk. De ultralopers die hadden ingetekend voor het Belgisch kampioenschap 24u hebben alle bagger over zich gekregen. Petje af voor iedereen die daar is gestart. Mijn vierde marathon is maar klein bier in vergelijking met die fysiek en mentaal keiharde ‘het klokje rond lopen’.

Voor mij was het de vierde van het reeksje afgelopen weekend. Na de regen, wind en modder was het nu tijd om eens ’s nachts te lopen. Op het vlak van timing had ik geen beter moment kunnen kiezen. Het rijk der vrijheid zou dan toch geen luchtkasteel worden, hoewel ik me nog altijd geen raad weet met hoe ik deze term dien in te vullen. Is vrijheid niet de facto een illusie? Soit, de filosofische bedenkingen hou ik misschien beter voor later, of gewoon voor mezelf. We mochten dus opnieuw wat langer buiten komen. Zelfs in die mate dat het woord van het jaar in België nu echt nog eens mocht bovengehaald worden: knaldrang. Of de ‘intense behoefte om te feesten’. Misschien ligt het aan de leeftijd, maar deze behoefte is bij mij minder aanwezig. Ik heb mijn uurtjes feest mooi kunnen aantikken tijdens mijn studententijd waardoor ik de jongeren die deze drang wel voelen volkomen kan begrijpen.

Ik voelde ook niet de drang om te knallen op het rondje van 950m in en rond het Emmaüs instituut, een secundaire school in Aalter. Net zoals vier jaar geleden had ik er naar uitgekeken om te lopen tijdens een deel van de nacht, tot op het moment dat je werkelijk moet vertrekken en de warme gezelligheid van thuis moet verlaten om rondjes te gaan draaien. Na al die jaren wordt het steeds iets lastiger om die knop om te draaien. Misschien moet mijn vrouw iets minder hard haar best doen om het thuis zo aangenaam te maken. Dat beetje ongelukkigheid waar ik vroeger kon op bouwen is weggevallen, waardoor het karakter iets minder hard is geworden. Gelukkig blijven de koppigheid en het doorzettingsvermogen aanwezig.

Bij het aankomen met de wagen kon ik al onmiddellijk enkele bekende gezichten spotten: Adinda, Roel, Wim, Hilde, Kristof, Thierry, Chris, enz. En ja, zelfs een oud vertrouwde WE.ALL.LOVE.RUNNING gezicht was van de partij om mee te lopen (Kenneth, waar is de tijd?) en de pappenheimer Ed Raket was er ook opnieuw bij om te supporteren. De goesting om te lopen stroomde van het hoofd naar de benen. Niet veel later waren we vertrokken. De eerste rondjes was het wat bijpraten met Kenneth en wat peptalk geven aan de ultralopers. We zijn hier vanavond maar met één doel en dat is uitlopen zonder fysieke hinder. Al de rest is bijzaak. En het voelde goed. De passage op het instituut was iedere 950m opnieuw een leuk moment: een streepje muziek, een kleine aanmoediging en de speaker die het aantal gelopen rondjes wist af te roepen. In totaal 45 rondjes dienden er gelopen te worden. En die eerste twintig vlogen voorbij. Het eet- en drinkplan staat nu echt wel op punt, alleen is het ’s avonds een beetje zoeken naar wat je wil eten. Doorheen de dag heb ik er keihard opgelet om niet te veel, maar ook niet te weinig te eten. Zo een nachtmarathon is een beetje zoeken naar hoe je de dag moet plannen. Ik weet dat ik dat vier jaar geleden niet heb gedaan en daar heb ik mijn misschien wel enige kans op een overwinning tijdens een marathon laten liggen. Enfin, ik heb niks laten liggen, de endeldarm besloot dat de focus niet langer kon gaan naar het tempo houden, maar wel naar de sluitspier en bekkenbodemspier, waardoor ik ieder rondje net iets krampachtiger begon te lopen tot op het moment dat ik tot driemaal toe een sanitaire stop diende in te lassen. Shit happens, laten we het daar op houden.

Gelukkig werkte het volledige lijf vanavond wel mee. Dan toch tot rondje 34.  Vanuit het niets was daar opnieuw het gevoel van vier jaar geleden. Crap. Or what’s in a name. Een draaiende machine tot stilstand brengen zorgt voor een breukmoment. De flow is plots even heel erg ver te zoeken. Gelukkig ben ik wat getraind op deze ‘pitstops’, waardoor de schade beperkt blijft. Het doel is en blijft om dit project 42 keer tot een goed einde te brengen, niet om hier zo snel mogelijk te lopen. Een doelstelling die ik mezelf keihard zal moeten voorhouden op de mooie marathons die nog komen, waarbij het verleidelijk kan worden om net dat tikkeltje harder te gaan en bijgevolg net dat tikkeltje meer te verzuren. De rustperiode tussen 2 marathons is voldoende groot, maar bij overdaad tijdens het lopen kan het snel omdraaien naar een veel te korte rust en ontstaan er blessures door de kleine scheurtjes in de spieren. Kopje er bijhouden is de boodschap.

Toen op kilometer 38 er opnieuw een minder aangenaam gevoel opstak was het zaak om de snelheid iets terug te schroeven en de laatste vier rondjes wat rustiger af te werken. Eten en drinken was nu geen optie meer, maar na deze laatste rondjes zou ik dat ruimschoots goedmaken met mijn koolhydraatrijke eiwitshake en proteïne bar. Zoals reeds gezegd, mijn volgende marathon begint onmiddellijk na de aankomst. En voor ik het wist mocht ik de benen stil houden en het was alsof de darmen de benen volgden. Best aangenaam eigenlijk. Nummer 4 was een feit.

Wij laten de nachtmarathon van Aalter achter ons, maken een groen vakje in het schema en beginnen morgen met het toewerken naar marathon nr. 5 van komende zaterdag. We vertrekken aan de kust (casino Knokke) en lopen in één rechte lijn naar huis langs het kanaal. Dit traject kent voor mij geen geheimen meer. In mijn Spartathlon periode was dit de ideale training: lange, rechte en eenzame stukken. Het was twee jaren alleen lopen zonder muziek en zonder afleiding. Uren alleen op weg vormt een mens.

Voor komende zaterdag neem ik wel een risico met deze marathon in lijn: het is de wind 42km in de rug of op de kop. Geen tussenweg. Zwart of wit. Ik voel dat het weer een bondgenoot zal worden.

ZON ZONDER LENTEKRIEBELS

Na de voorbije week stel ik me nog harder dan ooit de vraag: in wat voor wereld leven wij?

Exact twee jaar geleden leek het alsof er al jaren geen vuiltje aan de lucht was. Geen Corona, geen exploderende energieprijzen en al zeker geen oorlog. Nu we kunnen terugblikken op deze ‘pre’ periode lijkt het alsof we toen in alle vrijheid het maximum uit het leven konden halen. Geen strobreed werd ons in de weg gelegd om te ondernemen en onze dromen na te jagen. Ik zou al eens diep moeten nadenken, en vermoedelijk ook Wikipedia raadplegen, om te achterhalen welke historische gebeurtenissen er toen hebben plaatsgevonden die een grote impact hadden op onze maatschappij. Het valt ongetwijfeld in het niets met wat er sinds begin 2020 op ons is afgekomen.

Het lijkt allemaal zo onrealistisch, maar toch gebeurt het echt. De beelden uit Oekraïne komen keihard binnen. Net zoals de beelden uit het noorden van Italië bij de uitbraak van het coronavirus. Onze vertrouwde normen en waarden krijgen mokerslagen te verwerken, waarbij het voor sommigen onder ons moeilijk wordt om positief in het leven te blijven staan. Om te geloven dat het wel goed komt als je je best doet, zoals ons vroeger met de paplepel werd meegegeven. De voorbije periode heeft helaas aangetoond dat je best doen soms niet voldoende is. Kijk maar naar de jongeren die twee jaar hun best moesten doen. Het was jong zijn zonder jong te zijn. Kijk maar naar de ouderen. Het was vaak ouder worden in eenzaamheid. Kostbare tijd werd velen van ons afgenomen. En nu we eindelijk voorzichtig positief vooruit durven kijken, dan beslist een aristocraat om een democratisch buurland binnen te vallen zonder gegronde reden. Een volledig van de pot gerukt idee van een Russische kabouter die denkt dat hij de wereld kan veranderen door te heersen als een dictator. Je zal maar in Oekraïne wonen. Of in Rusland. Of in Wit-Rusland. En zo kunnen we helaas nog wel even doorgaan. Maar ik blijf erin geloven dat er véél meer goede dan slechte mensen zijn en dat velen onder ons wel nog voorzichtig positief durven vooruit kijken.

Ondanks de zware perikelen op wereldvlak waren er ook kopzorgen op veel kleinere schaal, namelijk op kantoor. Het was zo een week waarvan je denkt: waarom ben ik nu ook weer zelfstandig geworden? Je geeft je iedere dag 100% op kantoor en dan komen er plots bedenkingen of vragen van klanten waarbij je denkt: hoe is dit nu mogelijk? En die bedenkingen en vragen zorgen dan voor een beperkte nachtrust en twijfels. Over je capaciteiten. Over je manier van werken. Over de groei van het kantoor. Over de focus op bepaalde zaken. Het is goed om af en toe eens een kritische noot te horen want je mag de scherpte in je werk niet verliezen. Maar de grens is soms dun tussen kritisch zijn, scherp blijven en eronder door gaan. Hoe ver kan je buigen tot je breekt?

Het deed dan ook geweldig veel deugd om op vrijdagavond de deuren van het kantoor te sluiten en op zaterdag die 5e marathon af te werken. In tegenstelling tot het droevige weer van de voorbije weken werd het nu een marathon onder een stralend zonnetje. Op deze momenten vind ik het lopen van een marathon gewoon heel erg fijn. Die eerste kilometers sta je nog in het nu, waarbij je gedachten ongewild nog gaan richting de vermelde perikelen. Maar naarmate de kilometers wegtikken wordt alles even helemaal onbelangrijk. De fysieke inspanning zorgt steeds meer voor mentale rust. Het parcours was ook perfect om weg te dromen: lange rechte stukken langs het water zonder ook maar één auto te kruisen. Enkel naar het einde toe voelde ik dat mijn lijf de korte nachten niet zo goed heeft verwerkt. Het werd nog even doorduwen, maar dat valt in het niets met wat vele andere mensen meemaken. Er zijn veel belangrijkere zaken in het leven dan wat vermoeidheid in het lichaam.

We staan te weinig stil bij hoe geprivilegieerd velen onder ons wel zijn. Ik zal dan ook steeds positief in het leven staan. Misschien eerder een positieve ontevredenheid, want ik ben er vaak van overtuigd dat het beter kan. De strengheid voor mezelf zal ik niet meer van me los kunnen schudden. Het heeft me al veel mooie momenten bezorgd. Maar even vaak zorgt het voor onrust en een blijvende drang naar beter. Dat maakt het voor mezelf niet makkelijk. Vaak delen we de mooie momenten en de vreugdevolle gebeurtenissen. Het is bij mij niet anders. Maar na het delen van mijn verhaal enige jaren geleden hoop ik dat velen ook zien dat niks vanzelf komt. Dat maakt het mooi, maar breekbaar. Soms moeten we dan ook eens veerkrachtig zijn en durven buigen, voor we breken.

Ik durf alvast tijdig aan de noodrem trekken. Vaak (te?) kort. Even op adem komen om dan opnieuw door te gaan. Een belangrijke les voor het lopen van de marathon is om af en toe even rust te vinden in de inspanning. Ook op die manier is het lopen een levensles.

We nemen deze week geen vakantie, maar ik hoop dat ik ergens wat meer rust kan vinden want komend weekend trek ik naar Kruibeke voor marathon nr. 6 van #authentic42. Het wordt zowaar mijn 100ste marathon/ultra. Wie had dit ooit kunnen vermoeden toen ik op een zwoele zomeravond in het jaar 2009 in Torhout aan de start kwam te staan van mijn eerste marathon. Knikkende knieën en een hartslag die al dicht bij het omslagpunt lag nog voor het startschot werd gegeven. Het werd een nacht om nooit meer te vergeten. Ik ben nog steeds blij dat ik toen heb durven springen in het onbekende.

CELLULITIS TENOSYNOVITIS

100. Het aantal marathons en ultraruns die ik de voorbije 13 jaar heb gelopen. Het zijn er officieus ongetwijfeld meer, maar uiteindelijk blijft dit slechts een cijfer en was het nooit een streefdoel. Maar nu ik die 100 zo zie staan overvalt me wel een gevoel van trots. Het wijst toch op een zekere mate van toewijding en doorzetting de voorbije jaren. En ook al komt er na al die jaren een zekere gewenning, ik beschouw geen enkele marathon of ultraloop als vanzelfsprekend. Ik hoor en lees soms verhalen waarbij een marathon niet langer als een uitdaging wordt gezien. Ik kan dat moeilijk begrijpen. De grootste fout die je op een dergelijke afstand kan maken is te denken dat het vanzelf zal gaan. Ik voel nog altijd die kriebels als we naar die laatste meters van de marathon gaan. Het gevoel van: Yes, het is me opnieuw gelukt om het tot die laatste meter vol te houden. Akkoord. De kans dat ik een marathon met een goed gevoel kan uitlopen is veel groter dan 10 jaar geleden, maar dat komt net omdat ik nooit denk dat het vanzelf zal gaan. Ik blijf ervan overtuigd dat iedereen een marathon kan lopen als je er de tijd voor neemt en het verstandig aanpakt. Soms wil het hoofd meer dan de benen, maar het is en blijft cruciaal om je lichaam de tijd te gunnen om die afstand te overbruggen. Als je het graag genoeg wil dan neem je ook die tijd en ga je beseffen dat de weg naar die marathon vaak zo veel mooier is dan die marathon zelf.

Bij mijn 100ste marathon/ultra viel afgelopen weekend alles net op het juiste moment mooi samen: zon, geen zuchtje wind en een geweldig mooi (loop)kader, namelijk de polders van Kruibeke. Voor wie er nog niet is geweest, doen! Het ligt op een boogscheut van Antwerpen, je ziet aan de overkant van de Schelde zelfs de haven liggen (de 2e grootste van Europa, na Rotterdam), maar je loopt in alle stilte door een overstromingsgebied met een gevarieerd landschap. Ik mocht er voor de 3e keer starten. En deze keer was het, in tegenstelling tot het lopen op eigen initiatief vorig jaar, opnieuw ‘the full package’. En dat neemt de organisatie ook echt wel ernstig: een perfecte organisatie, meer dan voldoende bevoorrading, muzikale ondersteuning onderweg en speakers die de heerlijkste quotes en oneliners boven halen (soms zegt een naam meer dan voldoende: Kartje Kilo #breken). Als die 100ste dan ook nog eens perfect verloopt dan mag Lou Reed zijn klassieker nog eens boven halen op het moment dat ik in de wagen stap. Instant wegdromen met een vermoeid lichaam en de zon op je snoet. Onbetaalbare momenten.

Maar nog even terug naar voor de start. Ik was naar Kruibeke afgezakt om vooreerst 3 mensen te plezieren met mijn boek, maar ook om opnieuw een groen vakje te kunnen plaatsen in mijn schema. Ook al heb ik nooit echt een ander doel dan de marathon uitlopen, toch blijft die 12km/h vaak wel in mijn achterhoofd aanwezig. Dus als de omstandigheden het toelaten wil ik graag starten met een eindtijd van 3u30min als doel. Maar net voor de start liep ik Tom Hendryckx van team Fischer tegen het lijf. Hij wou graag een PR lopen en dat was een tijd van 3u25. Dus besloot ik samen met Bavo en Johnny om bij hem te blijven tot de halve. Uiteindelijk zijn we tot km 30 samen gebleven. Ik voelde dat het voor mij voldoende was en wou niet meer doorduwen. Eten, drinken en die HR onder controle houden was nu het belangrijker dan die paar minuten sneller binnen zijn. En eerlijk, Tom was ook gewoon de sterkste van ons groepje. Ik ben blij dat hij zijn PR heeft behaald. En ik ben meer dan tevreden met mijn eindtijd van 3u24min.

Het lijkt nu wel alsof ik ieder weekend net iets sneller loop. Waar gaat dat eindigen, vragen sommigen zich luidop af. Maar een eindtijd zegt niet alles. In tegenstelling tot die eerste weken moet ik niet meer beuken tegen de wind of lopen in de regen en dat maakt op het vlak van intensiteit een zeer groot verschil. Op dagen zoals afgelopen zaterdag kan ik de hartslag makkelijk onder controle houden en tracht ik zo verstandig en zuinig mogelijk te lopen.

Maar, er is een maar. In het Engels drukken ze dat zo mooi uit: put the elephant on the table. Alles verloopt op wieltjes, maar een mogelijk aanwezig probleem moet je durven benoemen. Cellulitis Tenosynovitis, oftewel een infectie/ontsteking van een pees. De blessure aan mijn linkeronderbeen die me vorig jaar heeft gedwongen om te stoppen met lopen. Ook nu blijft die plaats gevoelig (mede door een aantasting van het kraakbeen) en ook al lach ik het soms weg, er zijn van die momenten waarop ik een vervelend gevoel ervaar. Een nieuwe ontsteking aan het onderbeen moet ik ten alle koste vermijden. Als ik dit project tot een goed einde wil brengen moet ik aandachtig luisteren naar de signalen die mijn lichaam me geeft en rekening houden met de input van kiné Saar en coach Dennis. Van zodra het te vaak op en neer gaat dan voel ik de dag na mijn training een reactie. Voorlopig niet meer dan vervelend en het geraakt iedere week opnieuw tijdig hersteld. Maar we zijn pas marathon 6.

Na overleg met de kiné en de coach heb ik dan ook beslist om volgend weekend niet te starten op de Heuvelland marathon. Het klimmen en dalen in de Vlaamse Ardennen vorig jaar is de oorzaak van mijn ontsteking. Hoogtemeters moet je geleidelijk aan opnemen in je schema en je moet daar specifiek op trainen. Iets wat ik héél graag wil doen, maar beter niet in dit ‘Marathon jaar’. Een nieuwe sportieve ontgoocheling zou echt wel zwaar vallen. Want ook al is het maar lopen, het is voor mij onmisbaar in mijn dagelijks leven. Ik mag er niet aan denken om nu uit te vallen, net op een moment dat alles op wieltjes loopt en waarbij Gent, Parijs en Rotterdam op de kalender staan.

Het is moeilijk in te schatten hoe ik me de komende weken/maanden ga voelen. Gaat de conditie in stijgende lijn en word ik elk weekend sterker? Of moet ik wekelijks wat percentjes inboeten en er rekening mee houden dat ik langer rust nodig heb of trager moet gaan lopen tijdens die marathon? Het hoofd staat niet stil. Maar laat ons beginnen met komend weekend: de Elfdorpenroute, waarbij we lopen langs pittoreske dorpjes in de buurt van Deinze. Zin in!

WIJSHEID IS VAAK GRIJS

De kop is er af. Ik hoor jullie denken: het was toch marathon 7 afgelopen weekend? Juist, maar er moest een moment komen waarop het voor geen meter zou lopen. Wel, die primeur heb ik dan ook gehad. Ik zou wel graag een afspraak maken met mijn lijf dat we het aantal ‘het loopt voor geen meter’ marathons zo beperkt mogelijk trachten te houden dit jaar. Eerlijk. De stevige terugval in en rond Deinze kwam niet geheel onverwacht na een vermoeiende week (werk) en weekend (leuke dingen). Als je ieder weekend een marathon moet lopen dan is het niet mogelijk om er iedere keer opnieuw 100% fysiek en mentaal klaar voor te zijn. Ik moet goed voor ogen houden waar ik mee bezig ben: kijken en aanvoelen wat het met me doet om ieder weekend die magische afstand te volbrengen. De intensiteit en tegelijk ook schoonheid van dit project zit in het feit dat ik niet weet hoe dit zal aflopen. Het is al lopend ervaren en beleven. Sterker worden en terugvallen. En omgekeerd.

De beslissing om niet te starten in het Heuvelland is de juiste gebleken. In het verleden zou ik halsstarrig vast hebben gehouden aan mijn schema. Ervaring leert dat het vaak verstandig is om op het juiste moment bij te sturen. Ik heb leren nuanceren, wat ook professioneel van pas komt. Vaak zijn zaken niet zwart-wit. We durven namelijk al eens vergeten dat er nog zoiets als het midden bestaat. De wijsheid is vaak grijs. Ook al klinkt dit niet echt ondernemend en gedurfd, op langere termijn ben ik ervan overtuigd dat je de vruchten plukt van het af en toe minder rechtlijnig zijn. Bij dit project moet ik ook verder durven kijken dan het eerst komende weekend en het grotere plaatje voor ogen houden. In mijn geval is dit mijn 42ste marathon van dit jaar uitlopen in Athene, het kantoor doen groeien en de liefde laten bloeien. Het klinkt makkelijk als ik het zo neerschrijf, maar dat is het niet. Het vergt discipline en opoffering, maar ik tracht me geen zorgen te maken in een goede afloop. Dat zorgt enkel voor verloren energie en vermindert de kans op slagen.

Terug naar afgelopen zondag. Het heuvelland werd ingeruild voor de Elfdorpenroute in en rond Deinze. Een absolute aanrader met de fiets of te voet, op voorwaarde dat de bordjes juist en duidelijk zichtbaar worden geplaatst. Zonder mijn Garmin 945 met een uitstekende GPS zouden we meerdere malen de mist zijn ingegaan. Jullie lezen het goed, we. Want voor het eerst in weken was ik opnieuw op pad met de running buddy, Ed Raket. Omwille van dit project trekken we voor het eerst in ongeveer 11 jaar niet meer samen op pad en dat is een aanpassing. De rustige standvastigheid van mijn loopbuddy wordt soms gemist. Ook al voelde het lijf zich niet klaar voor die 42km, het gezelschap en het bijpraten zorgden voor de nodige motivatie. Daarnaast was de steun van de mama op de fiets meer dan welkom, zeker nadat Ed na 26km opnieuw aan de auto was gekomen en ik nog enkele kilometers moest beuken tegen de wind. Haar stille aanwezigheid op de fiets is op zo een momenten onbetaalbaar. Want ook al liep het voor geen meter, er werd geen moment getwijfeld aan een goede afloop. Nog maar eens een bewijs dat je soms niet te veel moet nadenken en gewoon doen. Er kan immers maar iets gebeuren als je iets doet!

En zo geschiedde. Na 37km kwam ik in het laatste dorpje (Astene) en werd de markt van Deinze opnieuw tastbaar. Waar je op zo een momenten soms energie tankt om er nog een laatste restje energie uit te halen, was het bij mij echt wel op. Fysiek, maar ook mentaal. Als je bij de start al voelt dat het niet je dagje zal worden, dan duurt zo een marathon best lang. Ik was dan ook héél blij dat ik mijn vrouw en de kindjes terugzag op de markt. Zo van die kleine gelukzalige momenten waar je het voor doet. Samen in de auto, samen eten en samen in de zetel in slaap vallen. Soms moet het leven niet veel meer zijn.

3 WEKEN GEEN SEKS

Na de belabberde marathon van vorig weekend was het toch even afwachten of het als een ‘accident de parcours’ gecatalogeerd kon worden of dat het vormpijl toch een knikje had gekregen. Het is duidelijk dat dit project niet in een stijgende of dalende lijn zal verlopen, maar dat het ieder weekend valt af te wachten hoe ik mij voel. Het vormdipje van vorig weekend kent mogelijks een niet zo verrassende conclusie. Ik hoor het jullie denken: Corona. Jawel, Karen en Maxim hebben gisteren positief getest. Hoofd- en keelpijn in combinatie met vermoeidheid deed Karen vermoeden dat er meer aan de hand was. En haar vermoeden werd door de dokter bevestigd. Ik heb me getest op zaterdag en maandag, beide keren met een negatief resultaat. Vandaag dan ook een bezoekje aan de dokter gebracht om alle risico’s uit te sluiten en de bevestiging gekregen dat het virus me inderdaad niet te pakken heeft. Een pak van mijn hart gelet op hetgeen komt. Blijkbaar is mijn lichaam behoorlijk resistent of heb ik gewoon geluk. Ik weet nog dat ik na de terugkomst van de Spartathlon klierkoorts heb gekregen, maar gewoon ben blijven werken omdat ik dacht dat de vermoeidheid enkel te wijten was aan de fysieke en mentale inspanning. Maar achteraf bleek dat er meer aan de hand was. Laat ons hopen dat deze moeilijke periode zonder kleerscheuren overwaait. Al heb ik uiteraard wel te doen met mijn allerliefste wederhelft: geen energie, samen thuis met een zieke Maxim, apart eten en slapen. Geen zaken om gelukkig van te worden. Ik wou dat ik kon helpen, maar ik wil ook gewoon zelf niet ziek worden. Een onhoudbare spreidstand die voor velen onder ons bekend in de oren zal klinken.

Nochtans was het voorbije weekend echt wel een voltreffer. Op zaterdag de nieuwe teamgenoten van het ASICSFrontRunner team leren kennen in Amsterdam. Een dagje samen rondkuieren rond de grachten, het Vondelpark en het Museumplein en beseffen dat we toch geprivilegieerd zijn dat we dit kunnen doen. De zon was van de partij, onze nieuwe outfit mocht geshoot worden en ondertussen leerden we elkaar wat beter kennen. Keep on running in a free world. Het is helaas niet voor iedereen aan de orde. In volle euforie helaas geen aandacht besteed aan het bijvullen van de tank voor de marathon op zondag. Ik heb het proberen goedmaken bij thuiskomst om te vermijden dat het opnieuw een marathon zou worden met 42km lang duwen en trekken. Je wil niet met twee flanellen benen aan de start verschijnen. Een groot voordeel was het startuur: 11u. Nog voldoende tijd voor een goede nachtrust.

 

Bij het ontwaken op zondag was zowaar de zon van de partij. Ik overwoog om een korte broek aan te trekken en het vestje thuis te laten. Tot ik nog snel even het adres van de wedstrijd wou opzoeken en ik zowaar sneeuwplaatjes zag passeren. Onmiddellijk de lange broek uit de kast genomen en een iets warmer vestje aangetrokken. Onderweg met de wagen richting Hamme bleek inderdaad dat het geen fake news was: dikke witte vlokken dwarrelden uit de lucht. Een sneeuwbui heb ik dit jaar nog niet gehad. Na de regen en de niet aflatende wind tijdens de eerste maanden van het jaar kon dit er nog wel even bij. Eenmaal aangekomen bleek het weer wat wispelturig te zijn. Daar was plots vanuit het niets de zon en misschien al héél voorzichtig de lente. Alsnog twijfel over de kledij, maar toch vastgehouden aan die lange broek en vestje. Onderweg voelde het net iets te warm, maar dit was eerder te wijten aan het vlotte tempo waarmee we van start zijn gegaan. Ik vreesde vermoeide benen in deel 2 en Bavo had net hetzelfde idee na enkele minder goede nachten.

Na een halve marathon mochten we op onze beide oren slapen. Met een tijd van 1u39 mocht ik met vertrouwen starten aan het 2e lusje van 21km door het mooie natuurgebied langs de oevers van de Schelde. Ik waande me even opnieuw in Kruibeke. Het was een zalig momentje zo alleen onderweg, met voor het eerst in mijn loopleven muziek in de oren. Ik heb héél lang geen oortjes gedragen (2009-2017) tijdens het lopen, maar dan toch de voordelen ervan ingezien. Zeker als je héél vaak loopt en graag naar muziek luistert dan vormt het bij momenten een bondgenoot. Als muziekliefhebber stel ik graag lijstjes samen op mijn Spotify account. Ik had er nu ook ééntje gemaakt met enkele ‘pompnummers’ die de (vroegere?) Johnnie in mij wel naar waarde weet te schatten, maar ook met enkele rustige zweefnummers. De afwisseling onderweg was verrassend aangenaam, tot de laatste kilometers. De vermoeidheid sloeg nu echt wel toe en ik had nood aan een muzikale oppepper. Zo een nummer waarvan je denkt: foute boel, maar het dak gaat er af. Door de ‘shuffle mode’ wist ik op mijn moeilijkste moment niet welk nummer er zou komen. Ik hoopte zo hard op ‘The City of Shamballa’. Dan zou ik nog even die benen net wat verder strekken. Die looppas met die paar centimeter verlengen. Maar neen, wie kwam er ten tonele: Ingeborg. ‘Als dat gebeurt, zie me dan graag. Hou me dan stevig vast en laat me niet meer los vandaag’. Tja Ingeborg, wat wil je dat ik hierop zeg? Laten we het houden op bad timing. Dus maar met een slakkengangetje en net iets meer innerlijke vrede en zingeving mijn tocht verder gezet richting aankomst: 3u27min. Daar ben ik onverdeeld tevreden mee.

Na de wedstrijd, bij het inleveren van ons borstnummer, zagen we een jonge kerel terug die zijn eerste marathon had gelopen en zich de gevleugelde en o zo bekende woorden liet ontvallen: ‘dit nooit meer’. We kennen het allemaal en weten hoe vergankelijk deze uitspraak kan zijn. Ik kan me perfect inbeelden hoe het voelt. Je traint maanden voor die dag en dan duurt die marathon gewoon een uur te lang. Levensvragen in de lijn van ‘Waarom doe ik dit?‘ worden opgeroepen en blijven onbeantwoord. Maar chapeau voor het getoonde karakter, want ik zag hem al een beetje breken net na de halve. Zijn vader blonk van trots en ik wou ook hem feliciteren met de prestatie van zijn zoon. We geraakten kort aan de praat en de vader liet zich plots in alle enthousiasme ontvallen: ‘Ik hoor dat jij wel de nodige loopervaring hebt: klopt het dat je na een marathon 3 weken geen seks mag hebben?’ Ik wou het antwoord wat in het midden laten, wetende dat ik er 42 weken lang elk weekend ééntje moet lopen. Reken maar uit (lacht).

Nu komen de 3 geweldige weekends echt wel dichtbij: Gent, Parijs en Rotterdam. Vermits het virus hier nu ronddwaalt hoop ik dat ik op de been kan blijven. Het leven kan verrassende wendingen nemen, maar nu graag even niet. No alarms and no surprises. Sorry Thom Yorke.

NIE NEUTE MAAR EVEN NOODGEDWONGEN PLEUJE

Op de dag dat ik de marathon van Gent zou lopen ben ik de woorden aan het zoeken die mijn gevoel vandaag het best kunnen omschrijven. De benen kunnen niet spreken dus hoop ik dat het neerschrijven van mijn gedachten enige afleiding kan bieden. Waar ik in mijn vorige blog nog zo uitkeek naar 3 geweldige weekends moet ik vandaag de feiten onder ogen zien: lopen door mijn favoriete stad met de vele (loop)vrienden is geen optie. Nadat mijn vrouw en zoontje vorige week zaterdag besmet zijn geraakt door het virus, heb ik me de volledige week zo afzijdig mogelijk trachten te houden. Het is samenleven als een koppel dat gezamenlijk de beslissing heeft genomen om in de beste verstandhouding uit elkaar te gaan, maar het nog even samen moet uitzingen. Een aanwezige afwezigheid die kil en afstandelijk aanvoelt. Concreet betekent dit apart slapen, thuiskomen van kantoor en onmiddellijk die trap op om boven verder te werken, alle fysiek contact vermijden (wat niet makkelijk is met een kind van 3 jaar) en elke dag hopen dat het virus je niet te pakken krijgt.

Iedere dag opnieuw was er slechts één streepje waar te nemen bij de zelftest. Hoopvol. Om alle twijfels uit te sluiten heb ik daarnaast ook nog eens een EKG test en een bloedonderzoek laten afnemen. Alle resultaten toonden aan dat er geen vuiltje aan de lucht was. Hoe verder de week vorderde, hoe meer vertrouwen ik kreeg in een goede afloop. Tot ik op vrijdagochtend wat begon te hoesten en hinder ondervond van een schurende keel. Niks alarmerends, maar achteraf bekeken misschien wel een eerste indicatie van een mogelijke besmetting. Met een klein hartje de dagelijkse test afgenomen en opnieuw negatief. Een diepe zucht van verluchting, want die dag had ik een héél leuke keynote bij SD Worx tijdens de E3-prijs in Harelbeke. De locatie was top (B&B De Refuge op de Kapelleberg, Maarkedal) en iedereen had zin in een dagje netwerken en het volgen van een klassieker op twee wielen langs Vlaamse wegen. De tijd die ik kreeg op de bühne was net iets te kort om alles gezegd te krijgen, maar wat heb ik opnieuw genoten van dat kleine moment.

Na de keynote was het tijd voor een aperitiefje in de zon voor we naar de eerste passage van de renners zouden kijken. Voor mij voelde het dubbel. Ik wou genieten van het moment, maar ondanks de negatieve test wou ik me nog 2 dagen kalm houden. Vooreerst om niemand anders te besmetten en ten tweede om mijn marathon op zondag niet in het water te laten vallen. Maar in de vooravond van vrijdag voelde ik plots de bui hangen. Het exacte moment kan ik me niet meer voor de geest halen, maar het was alsof plots de energie wegvloeide uit mijn lichaam en de hoest/keelpijn sterker doorduwde. Een slecht teken dat werd bevestigd op zaterdagochtend: positief.

Fuck. Fuck. Fuck. Fuck. Fuck.

Onmiddellijk het besef dat starten in Gent geen optie meer was. Ik heb een voorbeeldfunctie en bij een positieve test kan ik het niet maken om daar doodleuk aan de start te verschijnen. Ook voor mezelf wil ik geen risico’s nemen. Ik zou de eerste (recreatieve) sporter niet zijn die problemen krijgt met de hartspier bij het leveren van een zware fysieke inspanning tijdens de besmetting. Ik kan me wel voornemen om rustig te lopen, het blijft een marathon. En ook al weet ik dat er veel ergere zaken zijn in het leven, dit komt echt wel even hard binnen. Het project komt niet in gevaar, de weg is nog lang en ik heb nog tijd om die marathon in te halen, maar ik was er zo graag bij geweest in Gent. Nogmaals: fuck.

Vandaag voel ik me best goed. Niet om te juichen goed, maar gelet op de situatie hoor je me niet klagen. Het verloopt allemaal net iets lastiger omwille van de hoofd- en keelpijn en het lage energiepijl, maar misschien maak ik wel een korte wandeling rond het blokje thuis. Zonder loopschoenen uiteraard, want als ik die twee sloebers aantrek kom ik plots ongewild in een soort zweeffase die eerder lijkt op lopen dan op wandelen. Ongewild. Uiteraard. Laten we de kat niet bij de melk zetten.

Ik durf nu niet te ver vooruit te kijken, maar ergens is er de hoop dat ik dit binnen een paar dagen achter mij kan laten. Naast de fysieke rust zal ik nu een weekje moeten werken in quarantaine. De meetings die zijn gepland moeten verschoven worden, maar het werk kan gelukkig worden verdergezet vanuit het kantoor thuis. Eén van de voordelen aan onze job is dat het grootste deel van het werk kan worden verricht in de cloud. Op die manier zal het kantoor niet al te veel hinder ondervinden van deze periode. Ik hoop dat het voor mijn lichaam en conditie niet anders is.

Naast het schrijven van mijn korte blog zorgt ook de marathon van Parijs van volgend weekend voor enige afleiding en motivatie. Ik mag the bigger picture niet uit het oog verliezen. Het doel zal worden gehaald. Punt. We kunnen nu wel palaveren over het hoe, wat en wanneer maar de belangrijkste vraag is en blijft: waarom? En daarop is het antwoord omdat ik het doodgraag wil. Een dergelijke ingesteldheid is nodig om mijn doel te halen. Een tegenslag onderweg is ingecalculeerd en mag niet betekenen dat het einddoel plots zou wegvallen. Rust en kalmte zijn cruciaal tijdens moeilijkere momenten. We laten het kopje niet hangen en sturen bij. Volgende week starten in de straten van Parijs is nu mijn voornaamste drijfveer. Keep hope alive!

PARIJS IS NIET ALTIJD EEN GOED IDEE

Het is moeilijk om aan mijn blog te beginnen wanneer een sluimerende twijfel rond me hangt. Een gevoel van onzekerheid over de komende dagen en weken (maanden?). Laat ons op dit moment niet doemdenken, maar realistisch in het nu staan. We bekijken de situatie dag per dag en zoals vaak als je je niet 100% zeker voelt is er niet onmiddellijk beterschap in zicht. Maar net dan moet je nog harder vastklampen aan je doel. Om de focus te houden en niet toe te geven aan een gevoel van: och ja, het zal voor een andere keer zijn. We zien wel. Fout. If the plan doesn’t work, change the plan, but never the goal!

Waar ik vorige week nog hoopvol was inzake mijn startkansen voor de marathon van Parijs, moet ik een week later eerlijk bekennen dat de besmetting iets ernstiger is dan ik kon vermoeden. Ik had gehoopt dat een paar dagen relatieve rust voldoende zouden zijn om klaar te zijn om rustig door de straten van Parijs te lopen. Uiteindelijk kan zo’n besmetting na 2 prikken en een boosterprik toch niet zo zwaar doorwegen? De drie korte testloopjes maakten duidelijk dat ook de HR onder controle was, al moet ik eerlijk bekennen dat het laatste loopje van 45’ aanvoelde alsof ik een lange duurloop had afgewerkt met een slecht gevoel. Een teken aan de wand, maar je tracht dat voor jezelf te minimaliseren. Hoe vaak is het niet voorgekomen in het verleden dat het de week voor de marathon voor geen meter draaide? Geen te grote zorgen maken, maakte ik mezelf wijs. De vrouw en de mama wisten toen duidelijk beter. Had ik maar.

Ondanks de kritische bedenkingen van het thuisfront, op zaterdagochtend dan toch richting Parijs met de overtuiging te starten. Alles was tot in de puntjes geregeld: kledij, bevoorrading en hotel. Enkel het startnummer ontbrak. Na het inchecken in het hotel onmiddellijk richting de expo in Parijs om het nummer op te halen. En daar voelde ik de bui plots hangen. Als je thuis werkt zijn de fysieke inspanningen tot een minimum beperkt. Maar nu waren daar plots de trappen van de metro, een gure koude wind en de drukte in de expo. De kleinste handelingen slorpten energie en brachten opnieuw die hoofdpijn naar boven. Niet enkel bij mezelf, ook bij Karen. Na een korte wandeling en het eten van een broodje in het centrum besloten we om vroeger naar het hotel terug te keren, even te rusten en dan nog wat stapelen voor de marathon. Zo gezegd zo gedaan en om 18u lagen we in bed. Oma en opa in Parijs.

Karen viel als een blok in slaap, ik bleef piekeren. Hoe zou ik nu morgen een marathon kunnen lopen? Ik bekeek nog even het parcours en het was alsof de moed me nog meer in de schoenen zakte. Dit heeft geen zin, ik moet slapen. Even alles aan de kant en ook de oogjes dicht. Een uurke, dat was de afspraak. Maar de korte powernap werd er ééntje van de volle drie uur. Allebei volledig uitgeteld. Verdomme toch! Op dit moment bestaan er geen wondermiddelen. Mijn lichaam schreeuwt NEEN. Ik kan het nu volproppen met pijnstillers om toch maar te kunnen lopen, maar dan ga ik voorbij aan waar ik al 14 jaar voor sta. Ik wacht nog even de nacht af. Tegen beter weten in.

De nacht was kort omwille van de vele onderbrekingen door het gepieker. Na Gent zal ook Parijs niet lukken. Ik moet mezelf geen blaasjes meer wijsmaken. Zonde van de centjes, maar vooral zonde van het mooie drieluik in mijn ‘afscheidsjaar’. Ik doe er alles aan om de blessure aan het been onder controle te houden en dan krijg ik dit. Het lijkt alsof 13 jaar alles in de juiste plooi viel en dat het laatste jaar mij niks meer is gegund. Wieldoppen, zou Blaze zeggen. (Mensen met jonge kinderen begrijpen wat ik bedoel). Ik zal het beleefd houden op klootvis.

Nu lopen geen optie meer was hadden we nog de keuze: of we sprokkelen onze spullen samen en rijden naar huis, of we gaan nog eens naar de Eifeltoren om de sportievelingen een hart onder de riem te steken.  Even mijn persoonlijke frustraties en ontgoochelingen aan de kant schuiven en er nog iets van maken. Voor de wederhelft en omwille van het feit dat we dit de juiste plaats moeten kunnen geven. Wat is kunnen we niet veranderen, maar we kunnen er wel het beste van maken. En dat hebben we gedaan. Tot kort na de middag. Het vat was af. Nog iets eten in zo een typische Franse bistro en dan met de wagen terug naar huis. Het enige waar ik kon aan denken was mijn bed. Om de gemoedstoestand kort samen te vatten. Gelukkig werd er nog een foto genomen kort voor de middag (lacht).

Eénmaal terug thuis bekeek ik verder de massale berichtenstroom die ik had ontvangen. En wat bleek: er zijn immens veel mensen die momenteel ziek zijn en hetzelfde gevoel als mij ervaren. Hoofdpijn, keelpijn en vermoeidheid heb ik zo vaak horen terugkomen. Achteraf bekeken echt wel verstandig dat ik niet heb gelopen, ook al was de twijfel groot. Je bent in Parijs en je startnummer ligt op je loopkledij naast je bed. Verleidelijk toch?

Ik ben wel echt verrast door de vele oprechte bekentenissen van vele lopers en niet-lopers die een besmetting hebben opgelopen. Als het een steuntje in de rug kan zijn voor anderen: durf te luisteren naar je lichaam en mensen die het beste met je voorhebben. Wees je ervan bewust dat je niet alleen bent die een moeilijke periode doormaakt. Durf een doel op korte termijn even on hold zetten om daarna sterker terug te komen. En weet dat het uiteindelijk goed komt. Dat is zowat de conclusie die ik maak uit de vele berichten die ik heb ontvangen. Er is altijd licht aan het einde van de tunnel. Ik heb het gevoel dat ik vandaag opnieuw een stapje verder sta in het herstel. Of dit betekent dat ik komende zondag de marathon in Rotterdam ga lopen weet ik niet. Ik bekijk het dag per dag en ik zal enkel starten als ik me 100% goed voel. Morgen heb ik alvast een afspraak bij de dokter.

Aan iedereen die nu hetzelfde doormaakt als ik: maak geen overhaaste beslissingen en neem je tijd om te herstellen. Take care! En aan Audrey Hepburn: Paris is not always a good idea.

BASOFIELEN MILD VERHOOGD

De voorbije week was een rollercoaster aan emoties. Van een vermoeid gevoel op maandag, over beterschap op dinsdag naar hoop op woensdag om alsnog #demooiste te lopen in Rotterdam.

Het betere gevoel op dinsdag werd echter onmiddellijk de kop ingedrukt door een bezoek aan de dokter waar ik kreeg te horen dat het aangeraden was om de marathon pas te hervatten vijf weken na de besmetting. Dit op basis van de algemene richtlijnen die zijn uitgevaardigd voor sporters (zie tabel). Concreet zou dit betekenen dat ik pas op zondag 30 april 2022 mijn 9e marathon zou kunnen lopen. Maar naast het meten van mijn bloeddruk (11/7, normaal) werden er geen bijkomende testen afgenomen. Ik zou het dan ook moeten doen met de algemene richtlijnen. Veilig, maar ook misschien wel te voorzichtig en, ook al is dit bijkomstig, vervelend voor het project #authentic42.

Lopen in Gent was geen optie want de dag na een besmetting wou ik niet het risico nemen om anderen nodeloos in gevaar te brengen en ook voor mezelf zou het onverantwoord zijn geweest om dan te lopen. In Parijs was ik na een weekje quarantaine geen gevaar meer voor anderen, maar wel voor mezelf. Hoe graag ik ook wou lopen, wat blijkt uit het feit dat ik nog afgezakt ben naar Parijs, mijn lichaam gaf ieder mogelijk signaal om het niet te doen. En ik weiger op zo een moment medicatie te nemen om toch te kunnen starten omdat die geen structurele oplossing bieden. Het maskeert enkel de fysieke klachten en een struisvogelpolitiek is nefast op lange termijn voor het lichaam. Dus wijselijk niet gelopen.

Maar ondertussen waren we elf dagen na de besmetting en voelde ik me veel beter in mijn vel. Er was nog een lichte vermoeidheid en een vervelende droge prikkelhoest, maar alle andere symptomen waren volledig verdwenen. Ik wou graag een bevestiging van het advies van de dokter, maar nog meer wou ik op basis van een medische controle en het bijhorende oordeel van een sportarts weten hoe mijn lichaam er nu aan toe was. Meten is weten, heb ik in mijn periode bij Decathlon geleerd.

Ik besloot daarom contact te nemen met een sportarts met de concrete vraag: mag ik de marathon van Rotterdam lopen of moet ik effectief nog wachten tot 30 april om er ééntje te lopen? Als ik mijn gevoel zou hebben gevolgd dan was het lopen van de marathon in Rotterdam een zekerheid. De voorbije weken heb ik dagelijks contact gehad met coach Dennis waarbij mijn hartslag en bijhorende gevoel van doorslaggevend belang waren om een training al dan niet aan te vatten. Tempo’s, blokjes en korte sprints waren uiteraard niet aan de orde. Onderhoudend en rustig lopen was het enige mogelijke alternatief. Alle indicatoren gaven aan dat het de goede kant uitging. Hopelijk ook goed genoeg voor Rotterdam.

Op vrijdag mocht ik dan langsgaan bij de sportdokter. Er werd een EKG genomen, een bloedafname en een grondig onderzoek. Ik voelde dat de arts wou meedenken over een oplossing en ook dat de marathon van Rotterdam niet noodzakelijk een no go zou zijn. Echter, op het EKG was er een uiterst miniem knikje te zien. Niks alarmerend, maar het advies van een sportcardioloog drong zich op.

Ook mijn droge prikkelhoest was nog een uitloper van de Covid besmetting. Een beslissing voor Rotterdam werd nog niet genomen. Het was wachten op het resultaat van het bloedonderzoek alvorens de knoop definitief door te hakken. Gelukkig was er tijdens de drukke btw-periode voldoende afleiding om niet constant aan het resultaat te denken. Wat het ook zou worden, ik voelde me omringd met mensen die handelen met kennis van zaken. De sportarts, de coach en kiné zorgen ervoor dat ik bewust met mijn lichaam omga. Dit was toch wel anders tijdens mijn O-Five project van afgelopen zomer. Toen was het: meer is beter. Het is ook vaak een dunne grens bij het ultralopen. Je wil er alles voor doen om klaar te zijn, zeker als het talent ontbreekt. Maar dat alles er voor doen ligt ook in het luisteren naar je lichaam en duidelijke signalen niet negeren. De afgelopen week heb ik gemerkt dat veel lopers dezelfde fouten als ik maken, namelijk het volgen van hun eigen gevoel bij het beslissen om al dan niet de training te hervatten na een Covid besmetting. Want uiteindelijk ken je je eigen lichaam het best. Toch?

Ik zou iedereen dan toch willen aanraden om ofwel de richtlijnen die hoger staan vermeld te volgen en op zekerheid te spelen, of om een goede sportdokter te raadplegen die een helder en medisch verantwoord advies kan geven. Je hebt tenslotte maar 1 lichaam, je moet er bewust en verstandig mee omgaan. Niks op het gevoel beslissen als het gaat over je eigen gezondheid op de lange termijn.

Uiteindelijk kwam het resultaat iets voor 18 uur via een telefoontje van de dokter. Het verdict. Vooreerst wat het EKG betreft: de sportcardioloog gaf groen licht om te lopen, zeker gelet op mijn historiek, omdat het knikje onvoldoende was om me niet te laten lopen. Maar, liet de dokter haar ontvallen. En dan weet je eigenlijk al hoe laat het is. Uit het bloedonderzoek blijkt dat de basofielen (witte bloedcellen, om het eenvoudig te houden) nog mild verhoogd zijn. Concreet: lopen mag, maar een marathon op zondag is een absolute NO GO. Slik. Zucht.

Ergens had ik niet meer gerekend op Rotterdam, maar toch blijft er dat sprankeltje hoop. Zeker als je gevoel aangeeft dat er op zich geen probleem meer is. De ochtendpols ligt in lijn met wat die gewoonlijk aangeeft (test: deze mag geen 5 slagen hoger zijn dan normaal, zoniet kan dit wijzen op vermoeidheid) en tijdens het werk heb ik geen moment meer last van hoofdpijn. Er is enkel nog die prikkelende droge hoest. Ook dit speelt mee in de beslissing van de sportarts om niet te lopen. Als deze weg is tegen volgende week woensdag dan mag ik op zondag gewoon die marathon lopen. Is die nog niet weg, dan is het opnieuw een NO GO.

De conclusie van dit verhaal is dat je zelf niet kan bepalen hoe ernstig de impact van Covid is geweest op je lichaam. Laat je testen voor je opnieuw de trainingen hervat. Wees je ervan bewust dat bepaalde complicaties niet altijd zichtbaar of voor jezelf waarneembaar zijn. En vooral: doe het voorzichtig tijdens die eerste dagen. En als we kijken op langere termijn: neem een trainer bij de hand als je het iets professioneler wil aanpakken. Dankzij Dennis moet ik niet meer nadenken over mijn looptrainingen en word ik tijdig afgeremd in mijn gedrevenheid.

Vandaag was het nog even op de tanden bijten toen ik de vele foto’s en filmpjes van Rotterdam zag passeren. Maar we bekijken het positief: onder een stralende zon heb ik mijn loopschoenen aangetrokken voor een babbelrondje van 17km op zondag met buddy Ed Raket. Heerlijk! Zo heeft ieder nadeel ook zijn voordeel. En als volgende week die hoest is verdwenen en het bloedonderzoek toont dat ook die witte bloedcellen opnieuw in orde zijn, dan loop ik op zondag de marathon van Gent. Uitstel is geen afstel. Omdat ik zo graag door Gent wou lopen zal ik volgende week zondag het parcours volgen van 27 maart. Een aankomst in de sporthal met supporters zit er helaas niet meer in, maar misschien hebben ze bij Golazo nog ergens een medaille in een schuif liggen die ik kan overhandigen aan Maxim. Op die manier krijgt mijn schema alsnog een groen vakje.

Het vertrouwen in een goede afloop van dit project is er altijd geweest. We gaan er nog 33 keer 100% voor gaan. Doubt kills more dreams than faillure ever will.

EEN ONGELUK KOMT NOOIT ALLEEN

Pas als je ziek bent komt het besef dat gezond zijn geen vanzelfsprekendheid is. Een lichaam is zo een complex en mysterieus systeem dat we er vaak niet bij stil staan hoe wonderlijk het is wanneer alles normaal functioneert. We vinden het evident dat we kunnen doen wat we willen wanneer we het willen. Maar van zodra er een schakel in de keten niet naar behoren werkt ondervinden we aan den lijve dat we ongelooflijk dankbaar mogen zijn wannneer we door een goede gezondheid onze levensdoelen mogen en kunnen nastreven. Uiteindelijk was mijn Covid besmetting slechts klein bier. Een tweetal dagen ziek en daarna een vervelende hoest en vermoeidheid. Punt. En toch was het bepalend voor mijn levenskwaliteit. Ik kon niet meer doen wat ik wou. Het ging niet meer vanzelf. Niet op kantoor, niet thuis en niet al lopend onderweg. Frustrerend. Je bent enkel de architect van je eigen leven als je gezond bent. Dat is nog eens keihard binnengekomen de voorbije weken.

Gisteren mocht ik gelukkig alweer iets langer op pad. Jawel, ik werd opnieuw losgelaten. Het lijkt me dat ik het bijhorende gevoel niet hoef te omschrijven. Laat het ons houden op blij en opgelucht. Want wat heb ik 3 weekends op mijn tanden moeten bijten om die 3 mooie marathons niet te lopen, wetende dat mijn project op deze manier net iets moeilijker zou worden. De vrije momenten zijn immers beperkt en hoe meer weekends ik zou missen, hoe moeilijker de puzzel zal kunnen worden gelegd. De vele mooie plaatjes maakten het gemis nog net iets groter. Het helpt natuurlijk niet wanneer 80% van de mensen die je volgt op de social media hardlopen als hobby hebben en dan nog eens vaak erin slagen om de mooiste plaatjes met de wereld te delen. Het is iedereen van harte gegund, maar op zo’n momenten misschien net iets minder. Als ik niet kan lopen dan zouden de weersomstandigheden van die aard moeten zijn dat hardlopen geen optie is. Iedereen binnen blijven, loopschoenen aan de kant en wachten op beterschap. Rusten is ook trainen dames en heren. Wel, neem dan die rust op die momenten waarop ook ik aan de kant sta. En als de weergoden dan toch beslissen om het mooie weer te maken dan zou er zoiets moeten bestaan als een verplicht collectief altruïsme (lacht).

Maar kijk, ook moeilijkere momenten passeren en de loopschoenen mochten opnieuw opgeblonken worden. Omdat ik de marathon van Gent niet heb kunnen lopen op zondag 27 maart 2022, was het idee van Edwin om deze alsnog te lopen. Ik zag onmiddellijk de voordelen: dicht bij huis, een mooi parcours, de allerliefste die er bij kon zijn en ongetwijfeld mijn eerste overwinning op een marathon. Geen getwijfel over deze optie. Eerst nog even Maxim bij de oma afzetten en dan met de fiets in de koffer richting de Topsporthal aan de watersportbaan in Gent. Een mooie startplaats voor marathon nr. 9 van #authentic42. Het zonnetje was van de partij en ik had echt wel veel zin om nog eens héél zachtjes het licht te doven.

Iets voor negen uur gaven we zelf het startschot. Ik was alleen waardoor de champagne al fris mocht worden gelegd. Het enige dat nog een stok in de wielen zou kunnen steken was het lichaam. Het kopje zat goed (wat wil je na 3 weken ophokplicht) en ik voelde dat het lijf wel zou volgen. Onmiddellijk na het vertrek ging de tocht richting centrum. Het dient gezegd te worden: de dames en heren van Golazo zijn van hun woord. De marathon van Gent bracht wat ik had verwacht: een stukje historisch centrum (gras- en korenlei), een groene passage (Assels) en een stuk lopen langs het water (Leie en Schelde).

Mede door het goede gevoel was het genieten van de eerste tot de laatste meter. De HR bleef constant goed onder controle (+/- 136bpm) ondanks het vele gebabbel met mijn wederhelft. De tijd vloog voorbij en voor ik het wist kwam Edwin aansluiten aan km 24. Het zijn zo van die dagen waar je op hoopt. De laatste 10km was het iets meer beeld zonder klank, maar ik wou mijn energie een beetje sparen. Uiteindelijk waren we na 3u28min lopen opnieuw aan de Topsporthal en kon ik nummer 9 met een goed gevoel afsluiten. Nog snel een foto en dan tijd voor de koers.

Maar, het had geen haar gescheeld of ik was gisteren niet vertrokken voor mijn 9e marathon van dit jaar. Zoals jullie hebben gelezen werd Parijs een afknapper omwille van de gekende reden. Maar er was meer. Bij terugkomst van de Franse hoofdstad bleek dat ik mijn steunzolen was vergeten in het hotel. Een ongeluk komt nooit alleen. Ik loop sinds 2013 met steunzolen (elke 2 jaar laat ik nieuwe maken) en dat is de eerste maal dat me dit overkomt. Vermoedelijk te wijten aan een zekere vermoeidheid en onoplettendheid. Stom. Maar dat is het altijd wanneer je iets kwijtspeelt. Lopen zonder die zolen is voor mij helaas geen optie omdat mijn lijf niet recht staat bij het lopen en mijn voeten eigenlijk al een beetje scheef staan wanneer ik mijn loopschoenen aantrek. Dat is door mijn blessure van vorig jaar nog slechter geworden. Bij het lopen buig ik nog net iets meer dan vroeger wat door naar rechts, om het scheve bekken te compenseren. Daarvoor moet ik dus naar de kiné, sinds kort voor het eerst naar de chiropractor en zijn mijn steunzolen onmisbaar. Gelukkig kon Irene Vansteenland me binnen de 3 dagen depanneren. Meer zelfs, de nieuwe zooltjes voelen nog iets beter aan. Ik ben dan ook Irene ongelooflijk dankbaar voor de snelle professionele tussenkomst. En ook coach Dennis, kiné Saar en sportarts Petra wil ik ongelooflijk bedanken voor hun professioneel en persoonlijk advies op maat. Het zijn mensen die spreken met kennis van zaken.

De komende week ga ik het nog voorzichtig aanpakken zodat we het project kunnen verderzetten. De focus ligt alvast op de marathon in Enschede. Via een teammate bij het ASICSFrontRunner team heb ik me kunnen inschrijven. Ik heb geen moment getwijfeld, alleen heb ik er niet echt bij stilgestaan dat het een eindje rijden is van Zomergem naar Enschede. Het belooft dan ook een vroege ochtend te worden komende zondag en een lange terugweg. Maar alles voor het goede doel en met een streepje muziek vliegt de tijd voorbij. Soms moet je niet nadenken, maar gewoon springen.

GOOI ER EEN KWARTJE IN

Vorige week was ik te gast bij de heren van looppraat, een Nederlandse podcast voor hardlopers door hardlopers. Als trouwe luisteraar van deze podcast was ik echt wel vereerd met de uitnodiging. Mijn enthousiasme was dan ook groot en dat is de luisteraar ongetwijfeld niet ontgaan. Praten over mijn passie en deze dan ook nog eens mogen delen, je zou je voor minder gedragen als een kwispelende puppy. Ik vond de aankondiging van de gastheren Tim en Anton-Jan dan ook geweldig: ‘Gooi er een uitdagend doel in, en Olivier blijft lopen. Gooi er een kwartje in, en Olivier blijft praten.’ Een compliment. Toch?

Ik voel wel dat ik, als een gewone Vlaming, nog steeds wel een verhaal te vertellen heb. Een verhaal dat herkenbaar blijft, net zoals datgene wat ik heb gedeeld in 2019. Ik kijk vol bewondering naar Koen Naert en Karel Sabbe, die op fysiek en mentaal vlak grenzen verleggen. Ik lees vol ontzag Jeroen Brouwers, die het gebruik van woorden verheft tot kunst. Vol emotie luister ik naar The Lau, die via zijn muziek diep kan binnendringen bij luisteraars. Met groot respect heb ik de afgelopen weken via de media Emmanuel Macron gevolgd, een filosoof van opleiding die mensen kan begeesteren.

Als ik dan zie waar ik mee bezig ben dan denk ik: en waar ligt nu mijn talent? Ik ben verstandig, maar geen intellectueel. Ik ben een loper, maar geen atleet. Ik voel geen jaloezie want dit is een gemoedstoestand die je niks bijbrengt. Of je kan het niet, en dan kan je je blijven frustreren in waarom het niet lukt en passeert je leven zonder voldoening. Of je wil het eigenlijk zelf niet, waardoor je leeft voor iemand anders. Ik tracht dan ook voor mezelf uit te maken wat ik echt wil en daarbij doe ik mijn uiterste best om zaken te laten slagen. Op die manier tracht ik een voorbeeld te zijn voor de mensen dicht bij mij, en hopelijk ook voor enkelen wat verderaf. Al moet ik eerlijk bekennen dat er nog wat werk aan de winkel is voor de mensen die het dichtst bij me staan. Het vinden van een evenwicht in mijn leven blijft een aandachtspunt. Want er is teveel verlangen en er is te weinig tijd.

Ik vind het dan ook belangrijker om te doen wat je graag doet dan het volgen van je talent. En daarom wil ik tonen dat het vinden van een passie zorgt voor zuurstof: op het werk en in je relatie. Ook voor jezelf is die zuurstof nodig om gezond te blijven en op een goede manier in het leven te staan. Stort je niet in een verhaal waarin je jezelf niet kan herkennen. Denk na over wat je echt wil en durf daar dan ook voor te kiezen. Ik zal dit ook na dit ‘afscheidsjaar’ trachten te doen. Want geloof het of niet, hoe groot mijn liefde voor het lopen ook is, er zijn nog zo veel mooie zaken in het leven!

Maar eerst nog een terugblik naar afgelopen weekend: de marathon van Enschede. Op uitnodiging van Emma, een teamgenoot bij het ASICS FrontRunner team, ben ik afgezakt naar het oosten van Nederland. Nu zijn er onmiddellijk twee zaken waar ik me niet bewust van was bij het ingaan op dit aanbod. Vooreerst is het maar liefst 344km rijden naar Enschede, wat zorgde voor een kleine verzuchting bij mezelf en een iets grotere bij de wederhelft (er is echt geen mogelijkheid om dichter bij huis te lopen?). Vervolgens heb ik me laten vertellen dat de marathon van Enschede de oudste marathon van Nederland is, wat het argument om dichter bij huis te lopen onmiddellijk van tafel wist te vegen. De oudste van Nederland, jawel schat, je hoort het goed. Die moet ik toch eens gelopen hebben? Op zo’n momenten zegt een stilte meer dan woorden. Het argument ligt ongetwijfeld nog ergens op tafel. Niet zonder risico. Ik hou jullie op de hoogte.

Bij het aankomen in Enschede werd onmiddellijk duidelijk dat ik vandaag niet alleen zou lopen. Een stadsmarathon zorgt voor een totaal andere beleving dan het lopen van een lokale marathon om de hoek. Beide hebben voor- en nadelen. Als ik héél eerlijk mag zijn dan opteer ik voor het kleinschalige. Omwille van de rust en de focus op het lopen. Bij een grote marathon spelen er zaken die niks meer met het lopen te maken hebben. Zelfs ik had gisteren zowaar een klein gevoel van stress voor de start. Tussen de massa lopers voel je je klein en komt het gevoel: wat sta ik hier te doen? Ga ik dit vandaag wel kunnen? Terwijl het uiteindelijk slechts lopen is en blijft, iets wat je al zo vaak hebt gedaan in je vertrouwde omgeving. Hier moet ik ook gewoon de éne voet voor de andere zetten en trachten zo rustig mogelijk te blijven. Vertrouwen op mijn voorbereiding en me niet gek laten maken door andere lopers en supporters. Op zo een moment helpt het wel dat ik dit gevoel al zo vaak heb ervaren dat er snel een zekere rust over mij kwam. Eénmaal vertrokken viel alles weg en was ik blij dat ik na een autorit van ongeveer 195’ eindelijk de benen kon strekken.

De eerste kilometers verliepen niet héél vlot. Het was druk en ik voelde me niet echt klaar voor een marathon. Vorige week was het gevoel super, nu was er twijfel of ik wel zin had om 42km te lopen. Was het omwille van het vroege opstaan en het gemis van het thuisfront dat het even niet echt lekker liep? Feit is wel dat ik onmiddellijk de knop heb omgedraaid en de beslissing heb genomen om ook op marathon nr. 10 van #authentic42 mijn uiterste best te doen. Met gebrombeer win je niks!

Tot aan de halve marathon was er immens veel ambiance onderweg. Een sfeertje waar wij Vlamingen nog wel iets van kunnen leren. Het ging van ‘Ik moet zuipen’ over ‘Only girl’ van Rihanna naar het beste wat Nederland te bieden heeft (ieder zijn smaak uiteraard), André Hazes. Als muziekliefhebber vind ik dat die knallende muziek onderweg een geweldige boost kan geven, maar als ik loop kom ik graag tot rust. Ik was dan ook blij dat de marathonlopers na een splitsing alleen verder mochten. Plots viel er een zekere stilte over Enschede. Of toch op de plek waar ik op dat moment liep. Even helemaal alleen op de wereld. Zalig. Er volgden langere eenzame stukken waar je op jezelf bent aangewezen. Geen externe boost, enkel jezelf. Heerlijk. Alleen mocht de  wind iets minder enthousiast zijn.

En toen kwam kilometer 34. Een hongerklopje. Alsof er een hamburger was geplakt op het bordje dat de juiste kilometer aangaf en mijn maag nu echt wel wist wat het nodig had. Er kwam een zekere ijlheid in het hoofd, alsof die in verbinding stond met mijn maag. Patat. Een wafel. Ook niet de juiste woordkeuze op zo’n moment, maar het beschrijft het gevoel dat velen herkennen aan kilometer 30. Plots knipperen ze het licht uit. Dit ben ik niet meer gewoon want mijn eten/drinken voor, tijdens en na een marathon staat op punt. Geen speldje tussen te krijgen. Maar op dagen waarop je om 4u45 moet eten en pas om 10u de beentjes kan losgooien dan valt het perfecte plan in duigen. Een stukje banaan was welkom, maar in de verste verte onvoldoende voor wat mijn maag naar verlangde: frieten, een steak met pepersaus en een tiramisu. Daar kan je mee verder. Maar goed, de banaan en de sportdrank deden hun werk en voor ik het wist zag ik het bordje van kilometer 40. Het beoogde doel van de dag (3u30) kon niet meer verkeerd lopen. De aankomst zorgde ook deze keer voor een kippenvelmomentje. Best verslavend zo een marathon.

Het was alweer zo een mooie dag waarvan je achteraf denkt: blij dat ik er bij ben geweest. Een zoveelste herinnering om te koesteren. Op de terugweg ben ik dan even gestopt op een parking om de ontknoping van Luik-Bastenaken-Luik te volgen. Nabij Breda zag ik Remco zijn eerste monument winnen en dacht ik vol bewondering: wat een talent! Wat moet het heerlijk zijn om die emoties te beleven na enkele moeilijke maanden. Sport is hard, maar brengt je diep intense momenten.

Komend weekend trek ik richting Limburg. Het is nog even kijken welke route we gaan volgen in de bloesemstreek: De Gulle Natuur (Sint-Truiden) of de Fruitige Natuur (Alken). Wat het ook mag worden, ik ga mijn best doen om ook marathon 11 tot een goed einde te brengen!

KAPOT NA 5 MINUTEN

Wanneer loont een inspanning de moeite?

Vaak willen we te snel te veel. Time is money. Het moet onmiddellijk opbrengen of het is verloren tijd. En toch zijn we hierin absoluut niet consequent. Wat brengen dagelijks 188’ op die smartphone ons bij? Naast wat extra BBB-vet, afhankelijkheid van dat rechthoekje in onze handen en soms nog eens bijkomende stress. Onze aandachtsspanne wordt korter dan die van een goudvis en onze bereidheid tot het leveren van een inspanning komt in de buurt van die van een koala. Ik hoor de niet-lopers nu al luidop denken: meneer wil ons doen sporten, maar wat brengt dat hardlopen nu eigenlijk bij? Het ligt voor de hand om nu de evidente voordelen op te sommen van het bewegen (goed voor het hart en de bloedsomloop, het bezorgt je energie en zelfvertrouwen, je komt buiten, je wordt creatiever en gezonder,enz.) maar eigenlijk hebben die argumenten vaak weinig zin. Niemand moet van mij iets doen en al zeker niet gaan lopen, tenzij je het zelf wil. Dan ben ik de eerste om je aan te moedigen. Ik wil gewoon aangeven dat ik meer dan me lief is moet vaststellen dat velen onder ons de jaren zien wegkwijnen in de dagelijkse sleur. Die kan rustgevend zijn en nodig, maar een klein genot in je leven brengt die extra sparkle. Neem je tijd om even na te denken over wat voor jou die sparkle (muziek, gezin, voeding, sport, dansen,…) is en neem vervolgens opnieuw je tijd om het je eigen te maken. Een gewoonte vraagt tijd en geduld.

Het is een oefening die ik ook voor mezelf vaak moet maken want ook ik breng te veel tijd door met zaken die irrelevant zijn. Ook ik leg niet altijd de juiste prioriteiten en denk te makkelijk dat ik gezond leef omdat ik wekelijks een marathon loop. Maar niks is minder waar. Zeker na het afgelopen weekend moet ik eerlijk bekennen dat het fysieke aspect wat meer op de voorgrond mag treden. Als ik alle balletjes in de lucht wil houden zal ik de tijd moeten nemen om eens goed na te denken welke inspanningen de moeite waard lonen.

Ik verklaar me nader. Afgelopen zaterdag hadden we een teamdag met het #ASICSFrontRunner team in Gent. We hadden afgesproken in de Blaarmeersen voor een mindfulrun, een bootcamp en een loop clinic. Tijdens de bootcamp werd duidelijk dat mijn lichaam spieren heeft die ik de laatste jaren niet meer heb gebruikt. Hoe je op 5’ volledig kapot kan gaan tijdens een liedje van AC/DC was dé verrassing van de dag. Ik vermoed dat mijn lichaam dacht: kerel, als je me 3 jaar in slaap wiegt mag je nu ook geen te hoge verwachtingen stellen als het gaat om verzuring. Te vaak draait het bij mij om lang onderweg zijn zonder jezelf te snel op te branden. Lopen met het kopje en bij voorkeur zo economisch mogelijk. Het was een eyeopener die ik misschien wel nodig had. Ik let op mijn voeding, werk mijn trainingen zo goed als mogelijk af en de alcohol wordt beperkt tot een absoluut minimum. En toch kan het nog beter. De loop clinic die volgde op de bootcamp bracht nog enkele pijnpunten boven water. Nu zijn er 2 opties: of ik vind van mezelf dat ik al voldoende inspanningen lever door ieder weekend een marathon te lopen of ik maak werk van de aandachtspunten en zorg ervoor dat ik nog iets meer atleet kan worden. De keuze lijkt me duidelijk.

Goed. De bovenstaande oefening is mooi, maar we mogen niet voorbij gaan aan wat dit jaar absoluut prioritair is: het lopen van een marathon tijdens het weekend. Helaas kon ik mijn lichaam niet de tijd gunnen om die ‘onnozelheden’ te verwerken. En alsof dat nog niet voldoende was had ik nu net besloten om te starten in Sint-Truiden. Voor wie de streek een beetje kent, echt biljartvlak kan je het daar niet noemen. De uitgestippelde fietsroute had de naam de Gulle Natuur, een tochtje van 35km waaraan ik een lusje van 7km heb toegevoegd. Voor we (ik kon immers rekenen op de geweldige steun van mijn vrouw, alweer) het goed en wel beseften kwam de eerste kuitenbijter. Het enige aan mijn lijf dat op zo een moment nog enig teken van leven vertoonde waren mijn darmen. Waar de rest nog half murw was geslagen, had dit orgaan besloten om uitgerekend vandaag eens op de voorgrond te treden. Kort samengevat: omhoog lopen met de billen toe is eigenlijk een discipline op zich. Doorbijten, stiller zijn dan anders en gewoon met focus iedere kilometer afwerken. Enkel op het meest moeilijke moment, kilometer 28, was er even geen sprake meer van zen. De gpx was, net als ikzelf kilometers eerder, volledig de weg kwijt. Terugkeren, verder lopen, toch opnieuw terugkeren om uiteindelijk te beseffen dat we toch op on track waren. ‘Losers’ van Balthazar, omdat het muzikaal moet matchen op zo een moment. Gelukkig gaat alles in het leven voorbij en bereikten we na 42 kilometer opnieuw Sint-Truiden. Moe maar voldaan zullen we het maar noemen.

Tenslotte, moet ik eerlijk bekennen dat niet enkel onze teamdag ervoor heeft gezorgd dat het een zware zondag is geworden. Op kantoor waren er veel afspraken na de kantooruren, er moeten cruciale beslissingen genomen worden inzake de verbouwing en op donderdagavond was er het YUKI event in de handelsbeurs in Antwerpen. Als je daar de eer en het genoegen mag hebben om te mogen plaatsnemen naast Marc Coppens, CEO van Yuki, dan moet je die kans grijpen. Een avondje naast een echte ondernemer brengt je een aantal levenslessen die je doen nadenken over een aantal zaken waardoor je ook professioneel verder kan groeien (© styn.be). Hoe graag ik ook loop, dergelijke zaken zou ik echt niet willen missen. Geen lopen zonder ondernemen. En omgekeerd.

Het werd dan ook alweer een boeiende week die je dan cash betaald op zondag. Daar hou je rekening mee. Het is zoals het leven, met ups en downs. Maar het belangrijkste is dat we de inspanning blijven leveren waardoor er opnieuw ééntje kan worden afgevinkt. Komend weekend trekken we richting Bornem voor de Great Breweries marathon. Daar loop ik ongetwijfeld veel bekenden tegen het lijf. Maar laat me eerst mijn eigen lijf nog wat verzorgen zodat we er op zondag 8 mei (jawel, lopen op moederdag, dat is niet echt puntjes scoren) opnieuw fysiek en mentaal klaar voor zijn!

VREUGDE EN VERDRIET LIGGEN DICHT BIJ ELKAAR

Ben je iemand voor wie het glas halfvol of halfleeg is?

Het is een uitspraak die aangeeft hoe je naar de dingen kan kijken in het leven. Voor mij is het glas halfvol. Laten we deze blog dan ook maar starten met een positieve emotie: vreugde.

De Great Breweries marathon van afgelopen zondag was over de volledige lijn een voltreffer. Ik heb 42km kunnen lopen met een goed gevoel (eindelijk!), het parcours was mooi met een streepje nostalgie (de dodentocht), er was de stralende zon en voor de start héél wat bekende gezichten. Zelfs zowaar een gezicht dat ik voor het laatst heb gezien in 2016 in de buurt van de Acropolis: Philippe-Michel Panza. Mijn compagnon de route tijdens de Spartathlon tot ongeveer 1/3 wedstrijd. Vanuit het niets kwam JM plots ten tonele verschenen, zowaar in Breendonk.  ‘Rise like a phoenix’ hoor ik Conchita Worst (?) luidkeels brullen. Heerlijk bijpraten na al die tijd, zelfs in het Frans. De eerste 10km vlogen werkelijk voorbij, tot JM besliste om een stop in te lassen om een Duvel te drinken onderweg. Dus toch niet zo random een marathon gekozen door de Waalse levensgenieter.

Het tempo voelde goed en ik kwam kort na het afscheid met JM aansluiten bij Bavo. Het was alweer even geleden dat we nog eens samen een marathon hebben gelopen. We besloten om samen te blijven vandaag. Na 19km kregen we het gezelschap van Dirk, een man van 50 jaar die vol wou gaan voor een PR op de marathon (3u30). We lagen op dat moment zo ver voor op schema dat ik Dirk gerust kon stellen: bij ons blijven en het is binnen vandaag. Tot km 32 was het ongeveer met de vingers in de neus, maar toen begon het kaarsje uit te doven. Het gekende gevoel waarbij je eigenlijk gewoon wil dat het gedaan is. Dat je de benen mag stil houden en dat het duwen, duwen, duwen niet meer hoeft. Ontspannen. Zitten, liggen, hangen, rollen, kruipen, werkelijk alles maar niet meer lopen. Maar het was toch nog 10km voor Dirk. En wat heeft hij zich in ons wiel vastgebeten. Trots op die man. Een dik PR was het dik verdiende cadeau. Blij dat Bavo en ik ons steentje hebben kunnen bijdragen.

Na de aankomst was het dan toch snel tijd om naar huis te gaan. Moederdag, weet je wel. Puntjes scoren zit er alweer niet meer in wanneer je in de vroege ochtend de woning verlaat om te gaan lopen. Maar de schade beperken noemen ze dit. Bij thuiskomst snel douchen en samen met de vrouw en kindjes een bezoekje aan mijn mama gaan brengen. Toch ergens ook dubbel, want de mama van Karen is 25 jaar geleden overleden aan kanker. Het blijft onwezenlijk om op zo jonge leeftijd je moeder te verliezen. Ik zou niet weten waar ik zou staan zonder de mama. Ik voel ook bij Karen dat het gemis door de jaren heen niet minder wordt. Integendeel. Zeker op zo een dagen weegt dit extra door.

Het werd een bijzonder gezellige namiddag met pannenkoeken, ijscrème, aardbeien, spelende kindjes en een glaasje recuperatiedrank. Jawel, na een marathon tracht ik mijn kopje er nog bij te houden om zo snel mogelijk te herstellen voor de volgende marathon, maar ook voor mijn werk op kantoor op maandag. De recuperatie is minstens zo belangrijk als de marathon zelf. Helaas werd de gezelligheid af en toe verstoord door de border collie, Lund. Ze is vaak onrustig, maar afgelopen zondag was ze niet in te tomen. Hevig blaffen, tegen het raam springen en er alles aan doen om toch maar tot bij ons te komen terwijl ze speelruimte zat heeft op het grasveld.

Op een bepaald moment sloeg de sfeer om. Er kwam een geluid dat anders klonk. Dit is niet goed. We gingen kijken en Lund was erin geslaagd haar volledig klem te zetten tussen de houten omheining en een Bekaert draad. Ze wou er zich tussen wringen, maar kwam muurvast te zitten. Wij hebben getracht om haar eruit te duwen, maar er kwam geen verbetering. Ook niet wanneer we met volle kracht de houten omheining bijna kapot trokken. Plots zag ik bloed op mijn handen. Wat we niet hadden gemerkt was het feit dat de gaasdraad zich in het lichaam van Lund had geboord. Vreselijk. Het duwen en trekken werkte nefast en Lund had de kracht niet meer om nog een inspanning te leveren om los te komen. Op zo een moment voel je je compleet machteloos.

Geen enkele dierenarts kon tot bij ons thuis komen (toch wel verrassend), dus hebben we de brandweer gebeld. Na nog geen 10’ waren ze ter plaatse. De houten omheining werd onmiddellijk voor een deel kapot getrokken en de Bekaert draad werd volledig losgevezen zodat Lund kon worden bevrijd. Maar het was duidelijk dat ze ons zachtjes aan het verlaten was. Ze keek rond maar tegelijk naar niets of niemand. Echt verschrikkelijk. Een beeld dat op het netvlies staat gebrand.

De brandweermannen namen haar met spoed mee naar de dierenkliniek. Wij volgden in de wagen, maar toen we aankwamen kwam de dierenarts onmiddellijk met de harde realiteit: Lund was onderweg overleden. Baf. Even valt alles weg, zeker voor mijn mama. Ze heeft 8 jaar lang op een geweldige manier voor Lund gezorgd. Een hond met een karakter is het minst wat je kan zeggen. Verlatingsangst, onrustig en onvermoeibaar. Geen cadeau. Maar de mama was er altijd om ervoor te zorgen dat ze 8 mooie jaren heeft gehad. En plots komt er een einde aan een leven op een manier die je niets of niemand toewenst. Een doodsstrijd van 30’. Ik herhaal het: verschrikkelijk. Gelukkig konden we de kindjes op een afstand houden. De dood hoort bij het leven, maar niet op deze manier. Rust zacht Lund.

Tot zover de emotie verdriet. Omdat het glas halfvol is wil ik eindigen met een positieve noot. Het leven is te kort om niet dankbaar te zijn voor de mooie momenten samen, binnen ons gezin, met vrienden en familie. Momenten die dit jaar veel te schaars zijn door allerlei activiteiten. Ik heb dan ook besloten om geen presentaties en keynotes meer te geven voor het einde van mijn project #authentic42. Het is gewoon te veel van het goede voor mezelf en voor de mensen die ik graag zie. Het leven bestaat uit keuzes maken.

Deze moeilijke blog sluit ik af met een kleurrijke foto aan de bekende discotheek Carré in Willebroek. Ik ben er zelf nooit geweest, maar op deze manier heb ik toch nog een foto voor het gebouw. Om werkelijk binnen te mogen ga ik nog wat meer sterallures moeten krijgen. Komend weekend richting Leiden voor marathon nummer 13. Als dat maar goed komt!

NIET LULLEN, MAAR POETSEN

Vorige week was het zonnig in Breendonk, afgelopen zondag was het warm in Leiden. En die eerste echte warmte op een marathon vergt een aanpassing voor het lichaam. Plots spelen er andere factoren voor, tijdens en na de wedstrijd. Vooreerst is er het extra drinken en de ORS opname voor de start. Je zorgt ervoor dat je voldoende bent gehydrateerd voor je begint te lopen. Tijdens tracht je dan voldoende vocht op te nemen, zonder hierin te overdrijven. Want je kan ook te veel water drinken. Ik herinner me een ultraloop op en rond een atletiekpiste waarbij ik ongeveer iedere ronde halt hield aan de drankpost en me opgeblazen voelde waardoor ik niks meer van voeding kon/wou opnemen. Dan gaat de sportieve prestatie pijlsnel achteruit, want op water alleen blijf je niet lopen. Ik neem nu ook ORS tijdens het lopen en gebruik het water even vaak om polsen en nek te verfrissen om op die manier de lichaamstemperatuur onder controle te houden. Na de wedstrijd doe ik wat extra water in mijn recovery shake om snel te herstellen van de inspanning.

Ook belangrijk voor de warme dagen: ga niet tot het gaatje. Vergeet dat PR en je vooropgesteld doel en volg je gevoel. Gelukkig ligt de lat dit jaar op het vlak van snelheid niet te hoog, omdat ik ieder weekend ééntje moet lopen en zo een weekje vliegt voorbij. Fysiek en mentaal is het de focus behouden. Mijn tactiek is en blijft dan ook eenvoudig: de eerste halve marathon loop ik 5sneller dan het tweede deel. Concreet betekent dit 1u40 tot de halve en dan 1u45 in deel 2. Op die manier hou ik nog wat marge voor die 3u30 en bouw ik wat herstel in voor de week erna door wat meer te eten en te drinken in het tweede deel. De tijd is nooit een doel op zich, maar een snelheid van 12km/h voelt als een inspanning zonder dat je echt te zwaar afziet.

Al moet ik na afgelopen weekend dit laatste toch een klein beetje nuanceren, want ik ben toch dieper moeten gaan dan ik had verwacht. Ongetwijfeld door het warme weer, waardoor het lichaam meer energie verbruikt en de HR stijgt, maar ook door het feit dat de volledige familie van de partij was in Leiden. Begrijp me niet verkeerd, het is super om zij die je het liefst ziet dicht bij je te hebben op een marathon. Maar het zorgt ook voor extra energie, zeker voor Karen die de kids een dagje moet entertainen. Niet evident om tijdens een drukke stadsmarathon een kleine schavuit zoals Maxim constant in de gaten te houden. El sympathico is de beste vriend van iedereen.

Maar wat de marathon ook best zwaar heeft gemaakt is het feit dat ik mijn GPS te laat heb gestart waardoor ik geen signaal kon vinden. Menig loper zal kunnen bevestigen dat die data na verloop van tijd toch onmisbaar worden. Voor mij is mijn Garmin vaak een houvast. Ik check mijn pace, mijn HR, de afstand,… Maar nu klopten de gegevens voor geen meter. Tel daarbij nog de bij momenten lange rechte stukken in de polders en ik hoef er geen tekening bij te maken dat het net iets te snel wat meer puffen en zuchten was naast het bakken en braden. Niet lullen, maar poetsen zouden de vrienden uit Rotterdam zeggen. Geen woorden, maar daden. Gaan zoeken naar excuses die we achteraf kunnen bovenhalen als we ons doel niet halen ligt niet in mijn aard. Je geeft wat je kan en soms is het gewoon niet voldoende, maar je laat je kopje niet hangen. Even de moppersmurf de bovenhand laten halen is gepermitteerd, maar achteraf wil ik tevreden terugblikken op een dagje karakter in en rond de Leidse grachten en polders.

Wat loop ik trouwens graag bij onze noorderburen. De supporters zijn uitbundiger dan in Vlaanderen, de vlaggen worden bovengehaald, zalige Nederlandse smartlappen klinken door de boxen en het heerlijke enthousiaste woordgebruik zorgt voor binnenpretjes. Keurig. Netjes. Niet ouwehoeren. Oh ja, ik kijk al uit naar zondag 29/05 wanneer ik de Via Belgica loop in Maastricht.

Maar komend weekend gaan we eerst nog even iets dichter bij huis de benen strekken: starten aan het Godshuis in Sint-Laureins en lopen langs de Boerekreek en de Vlaamse polders. Een omgeving die me tot rust brengt en in het verleden vaak het decors was van een bloedstollende strijd tussen de vrienden langs het Leopoldskanaal. Hagel, wind, regen en koude waarbij de stervende lokale zwanen zich even flandriens mochten voelen. Akkoordjes waren uit den boze. Een bikkelharde strijd op twee benen voor eeuwige roem en een zak brood.

MEESTER OLIVIER

Een woord is een woord: vorige week woensdag was mijn laatste keynote. Voor de ultieme marathon in Athene op 13/11 beloof ik op mijn plechtige-communie-zieltje dat ik niet zal toehappen bij de vraag of ik alsnog een presentatie wil geven. Hoe graag ik het ook doe (doodgraag eigenlijk, misschien zelfs nog liever dan het lopen zelf), er moeten keuzes worden gemaakt. Zelfs bij een exuberant voorstel zal het antwoord neen blijven. In het leven moet je consequent durven zijn. Zeker als je net zoals ik soms net iets te enthousiast bent bij het horen van een nieuw voorstel, moet je af en toe de trein laten passeren. Zonder schuldgevoel. Soms is er een hoger doel (gezin en gezondheid) en soms is er een ander doel (#authentic42 en het kantoor). Er volgen nog treinen en mogelijkheden. Het mooiste is ongetwijfeld gepasseerd, maar de meest intense, uitdagende en memorabele momenten moeten nog komen. Optimism is a moral duty.

Laat er wel evenwel geen misverstanden over bestaan: vanaf 2023 wik ik graag opnieuw werk maken van het delen van mijn overtuigingen. De voorbije jaren was de rode draad door mijn keynote het stellen van een groot (sportief) doel. Maar door zo vaak door Vlaanderen te trekken, mensen te spreken en boeken te lezen zal de komende jaren de focus nog meer worden verlegd naar het ondernemen in de meest ruime betekenis van het woord. Jongeren, en eigenlijk ook graag iets ouderen, warm maken om een beslissing te nemen. Of ze net niet nemen. Day one or one day. Hierbij wil ik graag mijn eigen parcours delen. Omdat het er ook ééntje was van vallen en opstaan, waarbij kansen werden gegrepen die achteraf bekeken niet beter niet werden gegrepen en waarbij kansen links werden gelegd die misschien wel een meerwaarde hadden betekend. Ook vandaag worstel ik met knopen die moeten worden doorgehakt: blijven we ons accountantskantoor houden in de huidige structuur of breiden we verder uit? Is een fusie of een overname een optie? Doe ik alsnog iets met mijn liefde voor het lesgeven en anderen enthousiast maken voor een doel/project? Hoe gaan we jongeren warm maken voor een cijferberoep en moet ik hierbij mee aan de kar trekken? Of misschien moet ik wel verder springen en mijn huidige job verlaten om CFO te worden bij Runnerslab? Of borrelen tegen 2024 opnieuw die politieke ambities op? Misschien blijft het allemaal bij denken en dromen en mag ik zielsgelukkig zijn dat ik en de mensen die ik het liefste zie gewoon gezond blijven. Het leven is en blijft vaak onvoorspelbaar.

Jullie merken het. Het kopje staat niet stil en het mag duidelijk zijn dat het intensieve lopen en de grote loopprojecten echt wel een vervaldatum kennen. Mooier dan met dit project kan ik het niet afsluiten. Het wordt tijd om volwassen te worden (lacht). En eerlijk is eerlijk: het lichaam snakt naar wat meer rust. Afgelopen weekend had ik last van de buik, eind maart was er Covid, vorig jaar voor het eerst een ernstige blessure en nu beginnende tandpijn. Allemaal niet dramatisch erg, maar de kleine vervelende kwaaltjes worden lastiger om dragen als je zo vaak lang op pad moet gaan. Zeker als je ook op professioneel vlak verdere stappen wil zetten is een gezonde geest in een gezond lichaam een absolute prioriteit. En dan heb je evenwicht nodig om het allemaal vol te houden.

Maar goed, ondertussen zitten we aan 1/3 van het project. Dit betekent 14 marathons gelopen, nog 28 te lopen. In principe zou de teller op 17 moeten staan, maar daar heeft het virus een stokje voor gestoken. Dat betekent dat ik er ééntje moet in halen en daar gaan we morgen mee starten. Een extra marathon in en rond Brugge. Over de marathon van afgelopen weekend kan ik kort zijn: alles verliep volgens het boekje tot aan km 22. Dan kwamen er plots buikkrampen. Het werd ongewild een soort intervaltraining: billen toe en tempo laten zakken bij hoogdringendheid en tijdens de minder spannende momenten het tempo wat opdrijven om vervolgens wat voorovergebogen als een pinguin verder te huppelen. Je moest erbij geweest zijn zeggen ze dan.

Uiteindelijk komt alles wel goed (3u25min) en kan een vinkje worden gezet naast marathon nummer 14 met start en aankomst aan het Godshuis in Sint-Laureins. Nu gaan we trachten op tijd in ons bed te kruipen, morgen een dagje gas te geven op kantoor om tijdig te kunnen vertrekken vanuit Brugge voor marathon nr. 15. We denken nog even niet aan komende zondag wanneer de wekker op de dag des Heren onchristelijk vroeg het signaal zal geven om te vertrekken richting Maastricht voor de Via Belgica. Zin in, dat wel. Die goesting heb je ook nodig om er iedere week te staan. Come what may!

SJIEK IS MIECH DAT

Wordt niet kunnen kunnen als je erin gelooft?

In het leven heb je bij veel zaken die je onderneemt vertrouwen nodig. Dit kan van buitenaf komen, maar het is nog veel belangrijker om het ook innerlijk te ervaren. Geloven in je eigen kunnen, zonder dat het overhelt naar overmoed. Bij mij groeit het vertrouwen elke week omdat ik ieder weekend kan ervaren waar het eventueel fout zou kunnen lopen, maar het toch nooit fout loopt. Niet elke dag is hetzelfde, maar er zijn toch enkele vaste recepten die ervoor zorgen dat ik ieder weekend een groen vinkje kan plaatsen in het schema.  Mijn lichaam aanvoelen is er zo ééntje. In vergelijking met de vorige marathons ben ik afgelopen zondag bewust iets rustiger van start gegaan. Door de inhaalmarathon op woensdag, de aangename nevenactiviteiten (onder andere 1 jaar huwelijk met wijn en bubbels) en de tandpijn van de voorbije dagen wist ik dat het vooral een zaak zou worden van energie sparen tijdens de marathon in en rond Maastricht. Het is daar niet bepaald biljartvlak.

Dit laatste werd duidelijk toen we van de finish naar de start werden gebracht me de bus. Zo krijg je een beeld van wat je mag verwachten, lijkt me het achterliggende idee van de organisatie van de Via Belgica te zijn geweest. En jawel, die Nederlanders zijn van hun woord want de eerste kilometer ging stijl omhoog. Puffen en blazen bij het eerste trilsignaal van de GPS. Dit kan weleens een lange dag worden dacht ik bij mezelf. Maar deze gedachte was maar voor even want de volgende 41 kilometer had ik constant een goed gevoel. Voor wie de groene streek rond Rimburg, Landgraaf, Heerlen, Valkenburg en Maastricht een beetje kent zal het mooie kader geen verrassing zijn. Voor mij was het alvast een leuke kennismaking. Ik heb echt genoten van deze marathon. Geheel onverwachts. Zo blijkt nog maar eens dat de ene dag de andere niet is. Al heeft de Geulhemmerberg zijn best gedaan om me aan kilometer 32 alsnog een beetje dood te nijpen. Maar traag en gestaag bleef ik het goede gevoel aanhouden. What goes up must come down dacht ik. En zo geschiedde. De verloren tijd werd ingehaald tijdens de afdaling en voor ik het wist waren we in Mestreech. Heerlijk!

Na de aankomst zag ik onmiddellijk de #ASICSFrontRunner teamgenoten Raoul Spronken en Jo Schoonbroodt. Jo wie, is misschien wel een terechte vraag. Wel, denk even aan jullie papa of opa. Zou hij in staat zijn om een marathon te lopen? Bij mij is het antwoord overduidelijk neen. Wel, de heer Schoonbroodt liep vorige maand op de gezegde leeftijd van 71 jaar een tijd van 2:54:19. Zowaar een WR. Dit betekent dat niemand op deze aardbol op die leeftijd ooit sneller een marathon heeft gelopen dan Jo. Hoe sjiek is miech dat? Op die leeftijd hoop ik nog 42km te kunnen fietsen aan die snelheid. Beyond words.

Nu, ik ben blij dat ik ondertussen een marathon heb ingehaald. Vorige week woensdag liep ik namelijk in mijn ééntje van Brugge naar huis, waarvan 32km in rechte lijn langs het kanaal. Onmiddellijk na het werk vertrokken om die marathon af te werken. Het was meer zuchten en puffen voor de start dan tijdens, want de zin om vertrekken richting Brugge was niet bijster groot. De tocht leek ook nog eens een eeuwigheid te duren. Wat een groot contrast met de marathon van afgelopen zondag. Maar op het schema krijgen ze allebei een groen vakje. Nu nog twee marathons inhalen waarvan graag ééntje voor de zomervakantie. Maar we gaan van start met Stockholm. Een grote marathon waar ik echt enorm naar uitkijk. Zeker na het missen van Rotterdam en Parijs. Nu hopen dat de tandpijn snel kan worden aangepakt (afspraak bij de endodontoloog is nodig) zodat we fysiek in orde blijven. Mentaal sta ik sterk.

Tenslotte, als ik terugdenk aan de Via Belgica is er één beeld enorm blijven plakken. In Heerlen stond er een meisje aan de kant van de straat in een woonwijk met een bordje als aanmoediging. Ik veronderstel een meisje van ongeveer een jaar of 10. Helemaal alleen, geen haartjes op het hoofd en een doordringende blik. Het bracht me van mijn melk. Waarom staat dat meisje alleen aan de straatkant en wat is het verhaal achter het kale hoofdje? Kan je nog ongedwongen en vrij in het leven staan als je op zo jonge leeftijd een dergelijke ziekte moet doormaken? Het deed me nog maar eens beseffen hoeveel geluk ik heb om gezond door het leven te kunnen en mogen gaan. Dus hierbij een stevige knuffel voor het dappere meisje dat ondanks de dreigende wolken de kracht en moed wist te verzamelen om ons, gezegende hardlopers, aan te moedigen.

VENETIË VAN HET NOORDEN

In de zekerheid van vandaag ligt de onzekerheid van morgen. Het is een zinnetje dat als een mantra bij me bleef tijdens de marathon van Stockholm. Als ondernemer staat het professionele leven nooit stil en zo hoort het ook. Begrijp me niet verkeerd, stilstaan is niet achteruitgaan, maar een stilstand mag niet betekenen dat je maar wat doelloos aanmoddert. Even de bestaande situatie behouden en verder uitdiepen kan op lange termijn vruchten afwerpen. Soms moet je gewoon tijd nemen. Maar evengoed kan een radicale verandering ervoor zorgen dat je sneller kan groeien, als ondernemer, en ruimer, als mens. Met deze gedachten kwam ik de eerste kilometers door in Stockholm. Over eten en drinken tijdens een marathon hoef ik niet meer na te denken, dus wil ik me mentaal met iets bezighouden om mezelf te verstrooien.

We zijn nu ondertussen 17 marathons ver en ik kan wel stellen dat die eerste halve marathon echt wel zeer vlot in de benen zit. Niet dat je die kilometers cadeau krijgt, maar ik voel dat ik snel de focus leg op kilometer 22. Ik ben ook iedere keer opgelucht dat die eerste kilometers zijn gelopen, omdat je dan echt voelt hoe het gaat. Alsof het pas ieder weekend echt start na die halve marathon. Dit zeg ik zonder enige vorm van arrogantie of minachting voor die eerste 21 kilometer. Want iedere kilometer moet gelopen worden, maar na die halve kan ik perfect inschatten wat het zal worden. Is er een gevoel van ‘ik kan blijven lopen’ of komt de bedenking ‘heb ik hier werkelijk voor betaald?’ Gelet op het inschrijvingsgeld voor de marathon in Stockholm hoopte ik uiteraard op het eerste gevoel.

Mijn vrouw en ik hadden enorm uitgekeken naar deze citytrip. Aankomst op donderdagavond en vanuit de luchthaven een taxi genomen naar ons hotel. Als ik een tip mag geven: neem de ‘Flygbussarna’, komt financieel minder hard aan. Bij ons was het helaas al wat later op de avond en vrij druk in de stad. De regen in combinatie met de ‘International Climate and Environment week’ zorgde voor een grote drukte en de massale aanwezigheid van politie. De taxi leek ons de beste optie om nog iets te kunnen eten in Stockholm en nog even de sfeer op te snuiven. Gelukkig bleef de regen uit en konden we nog even met ons tweetjes genieten van een kleine wandeling in het centrum. Op vrijdagochtend na het ontbijt hebben we mijn borstnummer voor de marathon opgehaald en dan een stevige wandeling gemaakt door Stockholm. De zon was van de partij en zorgde ervoor dat de pracht van Stockholm nog beter zichtbaar werd.

Wisten jullie trouwens dat Stockholm is gebouwd op 14 eilanden die zijn verbonden door meer dan 50 bruggen? Vandaar dus de naam ‘Het Venetië van het Noorden’. Na het bezoek aan Gamla Stan (de oude stad, zeker een bezoekje waard) werd me duidelijk dat de naam niet gestolen was. Dat belooft voor de marathon dacht ik bij mezelf. Vooraf had ik niks opgezocht over het parcours met het idee: we gaan voor de verrassing. Niet te veel plannen en rekenen, maar gewoon doen. Na een dagje met ongeveer 20.000 stappen was ik blij dat ik ‘s avonds de voetjes onder tafel kon schuiven voor een koolhydraat rijk diner. Geen biertje en geen wijntje. Om 22u30 knipper ik het licht uit. In principe ga ik vroeger slapen, maar de start werd pas om 12u gegeven. Uitzonderlijk voor een grote stadsmarathon, maar zalig. Zo kan je rustig samen ontbijten en je klaarmaken voor de start.

Alleen bleek dit keer het late startuur niet echt een voordeel te zijn. De zon deed voor veel lopers namelijk iets te hard zijn best. Bij de start was het zonnetje best aangenaam, maar na ongeveer 90’ lopen had ik door dat het best een zware, windstille en bijgevolg warme namiddag zou worden. Gelukkig voelde ik me vrij goed tot aan kilometer 22. Karen zag ik daar voor de 3e keer (perfecte support, again) en ik gaf iedere keer aan dat ik me best goed voelde. Geen vuiltje aan de lucht. Alleen bleven de kleine brugjes en kleine hellingen vanuit het niets verschijnen. Telkens sneden ze me net iets meer de adem af tot aan kilometer 29 waar ik het even helemaal had gehad. Zo een moment waarop je denkt: waar ben ik nu eigenlijk allemaal mee bezig? Waarom niet kiezen op je 42e voor 42 gezellige culinaire weekends. Een mens kan toch onverstandige niet doordachte beslissingen nemen in zijn leven. Blijkbaar komt er bijna ieder weekend wel zo een momentje voorbij. Het is alsof ik dit even nodig heb.

Maar bij mij gaan die gedachten even snel weg of ze komen. Positief denken brengt me ieder weekend aan de eindmeet en dat zal nu niet anders zijn. Blijven lachen en doorgaan. Moeilijk gaat ook en de voldoening na een zware marathon is nog zo groot. Steeds meer mensen rondom mij besloten om te wandelen. Zien wandelen doet ook vaak wandelen, maar deze optie staat bij mij in geen enkel draaiboek.

Toch kwam er onverwacht een klein paniekmomentje rond kilometer 35, net na de grote brug. Ben je even blij dat die lange brug achter de rug ligt en stel je vast dat je nummer niet meer vasthangt aan je gordel. Wat een groot geluk dat het nummer nog maar pas op de grond was terechtgekomen. Wat een opluchting! Stel je voor dat ik zou aankomen zonder mijn nummer met een DNF achter mijn naam. Ik zag het nummer liggen, maar me omdraaien en bukken verliepen behoorlijk moeizaam. Stel je een 84-jarige man voor met artrose die iets van de grond wil nemen. Te pijnlijk om te lachen. Maar wat was ik blij dat ik mijn nummer bij me had. Bij de bevoorrading aan kilometer 38 ben ik dan even gestopt om wat water te drinken en mijn laatste fruit gelly op te nemen. Uit kleine frustratie dan ook maar mijn gordel in de vuilnisbak gedropt. Ik was klaar voor de laatste kilometers richting het Olympisch stadion. Een monument. Gebouwd in 1912 ter gelegenheid van de Olympische Spelen. Een plaats waar menig record is gebroken. Ik zal er geen aan toevoegen.

Ik zag het stadion van een afstand liggen en kon zien dat we blijkbaar nog eerst even langs het stadion dienden te lopen alvorens de atletiekpiste te betreden. Mijn Garmin gaf reeds 42 kilometer aan, waardoor die laatste meters net dat tikkeltje zwaarder aanvoelden. Maar éénmaal ik het stadion binnen liep kwam er een gevoel van euforie en ontlading. Nummer 17 was binnen. Zo blij dat ik ook vandaag heb volgehouden en niet heb toegegeven aan dat kleine stemmetje dat fluisterde: ‘eens een weekendje wat minder streng zijn voor jezelf en wat extra rust nemen heb je wel verdiend. Wandel maar even om op krachten te komen, je hoeft je voor niemand te bewijzen. Aankomen is voldoende, de tijd is irrelevant.’

Net voor het bereiken van de finish zag ik mijn vrouw zitten op de tribune en wou ik mijn borstnummer tonen. Zo blij dat ik dit nog bij me had. Zo blij dat mijn lichaam en kopje me wederom niet in de steek hebben gelaten. Na de finish hebben we er nog een leuke dag van gemaakt. Rusten en slapen waren even niet aan de orde. Het weer was te mooi. De stad te sprankelend. Het moment te uniek. Op naar een volgende blijvende herinnering.

FLASHBACK NAAR O-FIVE

Wat doe je als je marathon van bij de start vlot verloopt? Schakel je zo snel mogelijk een versnelling hoger of blijf je voorzichtig en tracht je het goede gevoel zo lang mogelijk vast te houden omdat je misschien wel een beetje schrik hebt voor wat volgt?

Bij mij was de keuze afgelopen weekend snel gemaakt. Na enkele langere verplaatsingen (Leiden, Maastricht en Stockholm) was ik blij dat ik deze keer dicht bij huis kon lopen. Het vertrekpunt was namelijk Kortrijk, meer bepaald de Broeltorens. Van bij de start had ik echt een goed gevoel en bijgevolg heb ik snel beslist om op geen enkel moment door te duwen. Een marathon op automatische piloot, al blijf ik héél voorzichtig om dit zo te omschrijven. Ik wil geen gevoel van ‘dit lukt me wel’ ervaren. Daarvoor is het respect voor de afstand te groot en mijn verleden te bepalend. Laat ons zeggen dat het goede gevoel welkom was.

Wat een verschil met een jaar geleden. Toen kwam ik na een dagje hardlopen en met 84km op de teller aan bij de Broeltorens. Samen met mijn vrouw (Karen) wou ik een intens loopweekend inplannen als voorbereiding op mijn O-Five project: gedurende 1 week 2 marathons per dag lopen door de 5 Vlaamse provincies en dit met de steun van 5 vrienden. Karen en ik zijn toen vertrokken op de Muur van Geraardsbergen om dwars door de Vlaamse Ardennen te lopen/fietsen en (te veel?) kilometers verder aan te komen in Kortrijk. Een korte overnachting in Kortrijk centrum om de volgende dag opnieuw net iets meer dan 70km af te haspelen richting de Belgische kust. Dit allemaal voor het goede doel: de Overkop huizen, een veilige plek waar jongeren een luisterend oor kunnen vinden en beroep kunnen doen op professionele therapeutische hulp, zonder een label opgeplakt te krijgen. Als ik er nu aan terugdenk dan komt een gevoel van: waar haal je het uit? Soms moet ik drie keer nadenken alvorens me te storten in een sportief doel. Maar goed, terwijl ik dit schrijf bedenk ik me ook dat dit jaar aantoont dat het drie keer nadenk blijkbaar niet onmiddellijk binnen mijn verstandelijk vermogen ligt (lacht).

Ik zag het project als een mooie afsluiter van mijn 13-jarig intensief loopleven, maar zoals jullie weten heeft het niet mogen zijn. Omwille van fysieke problemen heb ik toen voor het eerst een project noodgedwongen moeten staken. De oorzaak van het niet slagen is misschien wel deels te wijten aan ons ‘we gaan er nog eens volledig over’-weekendje Geraardsbergen – Kortrijk – Belgische kust. De vele hoogtemeters, het grote aantal kilometers gedurende vele maanden en als klap op de vuurpijl het gezeul met die zware damesfiets van mijn vrouw waarbij ik eerst de hellingen opliep om dan terug te keren om samen die verdomde fiets naar boven te duwen. Te veel van het goede.  En dit dan nog wel 14 dagen na ons huwelijk. Voor de enkeling die zich nu zorgen zou maken: we zijn nog steeds gelukkig samen. Een dergelijke uitspatting zorgt ook voor een blijvende herinnering die je band sterker maakt. Het ploeteren onderweg, de aangename stiltes, het fysiek en mentaal dicht bij elkaar zijn, de steun om er samen te geraken en het gelach omwille van onze eigen knulligheid. Alle emoties op twee dagen. Een herhaling zit er echter niet onmiddellijk aan te komen (knipoog).

Met dit streepje geschiedenis voor ogen wist ik dat het afgelopen zaterdag niet fout kon gaan. Uiteindelijk waren het nu ‘slechts’ 42 platte kilometers. Er was een beetje twijfel omdat we nog een etentje hadden de avond ervoor (Fou du Goût, aanrader) en ik enorm kan genieten van een glaasje wijn bij het eten. In theorie was het verleidelijk om ook nu een glaasje te nuttigen, maar zij die mee een beetje kennen weten dat de verleiding op dergelijke momenten eigenlijk niet bestaat. Je gaat er vol voor of je blijft thuis. Ook al zal dat glaasje wijn geen verschil maken, ik wil liever geen enkel risico nemen dit jaar.

Over de marathon kunnen we tenslotte kort zijn. Met een fantastische begeleiding van de mama op de fiets ging het via de Leie van Kortrijk naar Lievegem. Het groene vinkje in het schema doet opnieuw deugd en deze keer ben ik niet te veel energie verloren aan de randanimatie. The simple art of running. Ook komende vrijdag wordt het een korte verplaatsing naar Torhout, dé plaats waar het voor mij allemaal begon tijdens de Nacht van Vlaanderen in 2009. Nu mag ik er zowaar pacen voor de 3u30. Wat een eer. Ik ga keihard genieten van de avond en de nacht en hopelijk kan ik enkele mensen onderweg helpen bij het behalen van hun sportieve doel.

EEN ZWOELE ZOMERAVOND IN TOROET

Bepaalde omstandigheden heb je niet in de hand. Zoals het weer. Wanneer de hitte toeslaat dan moet je je zo goed als mogelijk aanpassen: voldoende drinken (vergeet de ORS niet), de juiste ventilerende kledij (met petje) dragen en je tempo aanpassen. Je HR kan je als indicatie nemen want die is bij warm weer vaak 10 tot 15 slagen hoger. Er wordt immers extra energie gevraagd van het lichaam om die warmte kwijt te raken. Bijgevolg zal het hardlopen moeizamer aanvoelen. Het was bij mij afgelopen vrijdag niet anders. Komt daar nog bij dat de marathon in Torhout (beter bekend als de Nacht van Vlaanderen) plaatsvindt op een vrijdagavond, op het einde van een drukke werkweek. Dit geeft soms vleugels omdat het weekend voor de deur staat, maar zorgt ook soms voor flanellen benen waardoor je geen poot aan de grond krijgt. Helaas heb ik niet kunnen kiezen tussen beide opties.

Ondanks de moeilijkere omstandigheden wou ik deze marathon absoluut lopen. Er hangt zoveel geschiedenis in Torhout. Ik ben er gestorven richting Lichtervelde, een paar keer bijna weggeblazen tussen de patattenvelden en evenveel keer uitgeregend in het niemandsland. Maar ik ben er ook luid aangemoedigd door een massa supporters op de markt, herrezen tussen diezelfde patattenvelden en boven mezelf uitgestegen op de meest onverwachte momenten. Als je de marathon 9x hebt gelopen dan mag je spreken van een connectie. Er zijn niet veel marathons die ’s avonds van start gaan en laat me dat nu net mijn favoriete loopmoment zijn. Er valt een stilte over dorpen, huizen en straten. Plots lijkt het alsof je even helemaal alleen onderweg bent, tot je vanuit het niets in de verte muziek hoort weerklinken. Hoe zwaar ik het nu ook heb gehad, ik zou deze marathon aan iedereen aanbevelen. In het West-Vlaamse Toroet worden herinneringen voor het leven gemaakt.

Het was trouwens de eerste marathon die ik mocht pacen en ik heb mijn doelstelling niet gehaald. Geen doekjes omwinden, gewogen en te licht bevonden. Het begon nochtans allemaal perfect, maar na 16km wist mijn medepacer me te vertellen dat hij geen goede dag had en zou stoppen na de halve voelde ik een extra verantwoordelijkheid op mijn schouders. De halve marathon verliep perfect (1:44), maar ik voelde dat mijn lichaam niet klaar was voor een volledige. Ook het kopje had het moeilijk om de focus te houden. Plots werd de blik te ver vooruit gericht waardoor er nog een eindeloos lang stuk op me zou afkomen. Ik kon het even niet meer de juiste plaats geven. Op dat moment liep enkel Steff (Claeys) nog bij mij, dus ik had geen verantwoordelijkheid meer en besloot om de rol te lossen. Eerlijk, het pacewerk is ook niks voor mij. Ik voel me beknot in mijn vrijheid van lopen. Het is te vaak mijn horloge checken, terwijl ik het dit jaar net leuk vind om ongedwongen te lopen en pas na 21km te checken waar ik sta. Dus bij deze: chapeau voor alle pacers. En voor zij die de pacers volgen: toon altijd het nodige respect voor zij die hun marathon afstemmen op jouw doel.

Vanaf kilometer 24 viel ik dan ook helemaal alleen. Ik had meer dan voldoende gedronken: ORS, mijn sportdrank en water. Misschien wel te veel drank en te weinig eten want het energiepijl lag laag en de buik zat vol. Uit vermoeidheid bleef ik dan de foute keuzes maken: niet eten, nog meer water drinken en vanaf km 27 zelfs Pepsi. Dit doe ik normaal niet, maar nu waren alle middelen toegelaten om me op de weg te houden. Het was zo verleidelijk om na ronde 1 (21km) en ronde 2 (32) de handdoek in de ring te gooien. Nummer afspelden, auto in en naar huis. Maar net op die momenten vind ik altijd iets om me aan op te trekken. Deze keer was het mijn project #authentic42. Ik moet nu nog 2 marathons inhalen en ik wou er geen derde aan toevoegen. Dat laat de agenda niet toe. Dus op de tanden bijten en blijven verder lopen.

Alsof dit allemaal nog niet voldoende was om het kopje te laten hangen, kreeg ik plots flinke steken in mijn zij vanaf km 33. Dit was lang geleden. We moeten terug naar 2017 en de marathon van Eindhoven waar ik perfect op schema liep voor een tijd van 2:54 toen ik plots deze zelfde steken voelde opkomen. Daar kreeg ik 2’ aan mijn broek door 2 wandelmomenten naar het einde van de marathon. Deze keer waren de steker intenser. Lopen lukte niet meer. De eerste keer dit jaar dat ik tot 3x heb moeten stappen om die steken weg te krijgen. De oorzaak is ook niet ver te zoeken: een verkramping van het middenrif. De oplossing is dan gas terugnemen (nu dus wandelen) en diep in- en uitademen. Aanvaarden, berusten en van zodra mogelijk lopen.

De moeilijke nacht heeft er wel voor gezorgd dat ik voor het eerst aan Klaas Vantornhout (voormalig Belgisch kampioen veldrijden) heb durven vragen om even samen op de foto te gaan. Ik zie Klaas al menige jaren langs het parcours supporteren (buiten aan zijn woning) en iedere keer denk ik: zou ik een foto durven vragen? Maar vaak is of het tempo te vlot of ontbreekt me de energie om het te vragen. Nu waren alle doelstellingen weg en leek het me een gepast moment: foto genomen, korte babbel en terug weg. Een opsteker! Een kleine 2 kilometer verder was alle enthousiasme terug weg met dezelfde steken in de zij. Zucht. De laatste 4 kilometer waren dan lang aftellen en gewoon rustig binnenbollen. Wat uiteindelijk ook is gelukt na 3u46min lopen. Zo blij met deze medaille. Het tot 2x toe overgeven aan de aankomst zegt voldoende over hoe slecht ik me heb gevoeld. ‘Earned, not given’ dacht ik bij het terugwandelen naar de sporthal.

De komende week hoop ik op iets minder kopzorgen bij onze verbouwing, minder warme nachten waardoor Maxim beter slaapt en een lichaam dat voldoende snel is opgelapt want de rust is kort. Komende woensdag staat immers marathon nummer 20 op de agenda. Niet trunten zeggen we dan. Gewoon doen!

WHAT YOU THINK IS WHAT YOU GET

Het was kort dag de afgelopen week. Amper vijf dagen na mijn eindeloos lang lijkende marathon in het zwoele Torhout stonden mijn loopschoenen alweer te wachten voor een volgende tocht. Deze keer was het starten in het domein Bulskampveld, een plaats vol met jeugdherinneringen. Ik heb er zelfs nog beeldmateriaal van mijn communie. Pure nostalgie. Tijdens mijn O-Five project zijn we hier ook gepasseerd. Toen kwam ik aangewaaid van het zeetje (Oostende) en verliep de dagreis richting de Gentse waterburcht, het Gravensteen. Hierbij kreeg ik zelfs even het gezelschap van niemand minder dan Linde Merckpoel. Ik ben er haar nog steeds immens dankbaar voor. Onvergetelijke momentjes langs Vlaamse velden.

In tegenstelling tot vorig jaar diende ik nu geen 2 marathons maar ‘slechts’ ééntje af te werken. Mentaal zorgt dat voor iets meer zekerheid, want fysiek had ik geen idee hoe mijn lijf zou reageren na de inspanning van het weekend. Mind over body was mijn mantra. Van bij de start voelde het goed. Een warme en zachte wind in de rug tot km 25 tijdens een mooie zomeravond. Een wereld van verschil met die Westvlaamse calvarietocht. Enkel naar het einde toe werden de veel te korte nachten voelbaar. Maxim slaapt slecht door de windpokken én een oorontsteking, waardoor ook onze nachtrust beperkt is. Ik denk dat Karen dinsdagnacht zelfs geen oog heeft toegedaan. Gelukkig is onze kleine held nu eindelijk aan de betere hand! En ik heb iets langer kunnen genieten van golden hour met de steun van de mama en het onverwachte gezelschap van buddy (en routeplanner) Edwin. We bekijken de zaken positief en concluderen dat het onverhoopt veel vlotter is verlopen dan verwacht. Dit geeft een burger moed.

‘What you think is what you get’, had ik de voorbije week horen passeren tijdens de Acerta Summit in Brussel. Ik wou mezelf dan ook voorhouden dat mijn lichaam misschien wat vermoeider was, maar dat ik mezelf klaar voelde voor deze nieuwe marathon. Ik wil er geen % op kleven, maar uiteindelijk verloopt zo een lange tocht ook voor een groot deel tussen je oren. En als je daar negativiteit toelaat dan moet je een extra barrière overwinnen om je doel te laten slagen. Ik wou dan ook absoluut vermijden dat mijn kopje me in de steek zou laten. Dat kan ik trouwens ook niet maken na het uitbrengen van mijn verhaal (knipoog).

Het was echter niet mijn intentie om die kater zo snel te verwerken, maar het idee was om het weekend doorbrengen in de Efteling met de kids en de meter en peter van Anaïs, waardoor ik noodgedwongen die marathon diende af te werken op een weekdag. Maar doordat Maxim zo zwaar ziek is gevallen zijn de plannen alsnog gewijzigd en is het één dagje Efteling geworden zonder Maxim. Het sprookjesachtige vakantiepark is een absolute aanrader. Ja, het eten is er duur. Ja, het is bij momenten wat langer wachten voor je op een attractie mag. Maar het overwegende gevoel na zo een dag is toch: deze unieke momenten wil ik nog een keer beleven met de kinderen!

Voor volgende week heb ik de beslissing genomen om geen marathon in te halen, maar een extra bezoekje aan de kiné te brengen. Blessures vermijden blijft het grote aandachtspunt. Nummer 21 loop ik dan ook volgende week zaterdag of zondag. We moeten de puzzel hier nog leggen. Gelet op de komende btw-periode gaan we goed moeten kijken wat de schaarse mogelijkheden zijn. Het worden (alweer) 3 uitdagende weken. Ready or not, here I come!

EEN MOOIE HERINNERING 

Halverwege, in de betekenis van ‘op de helft van de weg of het werk’. Hoe toepasselijk kan onze dikke vriend het woord omschrijven. Een weg en werk die ik heb beleefd op 21 verschillende plaatsen. Van een schitterend stil natuurgebied (Kruibeke, Zaltbommel en Hamme) over plaatsen waar ik me even helemaal alleen op de wereld voelde (Torhout, Maastricht en Enschede) tot geweldig mooie en bruisende stadscentra (Stockholm, Leiden en Gent). Op 2 benen ontdek je de wereld! De voorbije maanden waren uniek op vele vlakken en ik ben er echt van overtuigd dat het mooiste nog moet komen. Mijn 100ste marathon met 42 vrienden en mijn finish in Athene om er nu langs mijn neus weg slechts 2 te noemen.

Ik voel me geprivilegieerd. Ook al is het bij momenten beuken en pompen, het gevoel dat overheerst is een zekere trots. Niet op de gelopen snelheid of op het feit dat ik 42km heb gelopen, maar wel dat ik ieder weekend durf te starten. Er gewoon staan, zonder te grote verwachtingen. Waarom ik dit zo graag doe blijft moeilijk te omschrijven. Vraag aan een voetballiefhebber waarom hij zo graag naar een live wedstrijd van zijn favoriete team gaat kijken? Dat valt ook niet in één zin duidelijk te maken aan iemand die niks heeft met het spelletje.

Want laat ons eerlijk zijn, het bijwonen van een voetbalwedstrijd brengt ook een aantal ‘vervelende’ momenten met zich mee. Zo moet je tijdig naar de wedstrijd vertrekken, kan het verkeer enerverend zijn en het vinden van een parkeerplaats een zweterige stresserende opdracht. En als je er in bent  geslaagd om je wagen veilig en reglementair te parkeren dan wacht nog een lange wandeltocht naar het stadion, waar je, als alles mee zit, misschien nog een pintje kan drinken voor de aftrap wordt gegeven. Want ook bij de drankenstand kan je geduld op de proef worden gesteld. Maar goed, je geraakt in het stadion. Als het dan niet te warm of koud is en je hebt zicht op het veld dan worden die eerste vervelende momenten slechts een vage herinnering die helemaal worden weggespoeld als je favoriete ploeg zijn rol waarmaakt. Euforie overheerst. Alsof de jeuk in één keer wordt weggekrabd. Het winnende doelpunt van jouw team spoelt alles weg. Niks anders bestaat nog dan dat moment. De volgende dag kan je nog enkel dat moment voor de geest halen. En dat wil je graag nog een keer beleven. Wel, exact dat gevoel heb ik de dag na een marathon. De moeilijke momenten en de bijhorende pijntjes verdwijnen als sneeuw voor de zon. Een mooie herinnering is wat rest. En je wil er zo graag nog ééntje.

En dat is exact wat ik nog 21 keer ga doen. Er ieder weekend nog ééntje toevoegen aan het ontastbare portfolio. Het zien duurt een seconde, de gedachte blijft voor altijd. Bedankt Matheus Josephus Lau.

BTW, WEG ERMEE

Ieder jaar pakt de Mediamarkt uit met een actie ‘Btw, weg ermee’. Een mooie financiële actie voor de particulieren. Voor ons, accountants, blijft de btw-periode ieder kwartaal (en deels maandelijks) een bijzonder intensieve periode. Ik wens me niet aan te sluiten bij de slogan van Mediamarkt, maar naar het einde toe van deze btw-periode overvalt me soms dat gevoel. Er komt een zekere btw moeheid waarbij je even geen facturen meer kan zien. Ondanks het feit dat we nu werken in de cloud en onze pieken spreiden, blijft het toch nog altijd even extra hard het gaspedaal induwen om alle aangiftes tijdig binnen te krijgen. Maar zonder die cloud zouden we ons klantenbestand niet meer kunnen managen en worden de deadlines niet gehaald. Lang leve de digitalisering!

We zijn er ook deze keer stevig ingevlogen en liggen perfect op schema om alle 180 btw-aangiftes tijdig binnen te krijgen. Eénmaal de btw-aangiftes zijn ingediend maken we verder werk van de belastingaangiftes. Never a dull moment at the office (lacht). En zoals jullie weten dient er ergens tussen de btw en de belastingen door ook nog een marathon te worden gelopen.

                

Afgelopen zondag ben ik samen met mijn vrouw richting Sluis getrokken. Sluis betekent voor mij traditioneel de halve marathon (Zwinstedenloop) als voorbereiding op de voorjaarsmarathon. Een goed moment om te voelen hoe ver je staat en aan welke puntjes nog moet gewerkt worden (snelheid, volume, tempo,…). Nu was Sluis een (tussen)doel op zich, namelijk marathon nummer 22 van #authentic42. We zijn zowaar voorbij de helft en alsof dat nog niet voldoende is om de feestslingers boven te halen verliep de marathon dan ook nog eens een pak beter dan vorig weekend. Mijn wederhelft op de fiets, een babbeltje, een streepje muziek en temperaturen waarbij je ook fysiek zin hebt om te lopen. Deugddoend en goed voor de moraal, want vorig weekend zat ik even wat dieper. Plots leek het zo eindeloos en volstrekt nutteloos. Gelukkig kan ik een dergelijk gevoel de juiste plaats geven en weet ik dat het een momentopname is. De aanhouder wint, een waarheid als een koe in het leven, en al zeker in een duursport.

Met het goede gevoel van afgelopen weekend maken we de planning voor de zomervakantie. Op kantoor nemen we geen verlof waardoor de structuur tijdens juli en augustus in grote mate behouden blijft. Dit maakt het makkelijker om alles te plannen. En eerlijk, doorwerken is ook de enige optie om onze verbouwingen in de mate van het mogelijke betaalbaar te houden. Voor alle duidelijkheid en voor er een gevoel van medelijden bij jullie zou komen opborrelen: geen vakantieplannen betekent niet dat we niks gaan doen deze zomer: een festival, een etentje, afspreken met vrienden, uitstapjes met de kindjes en een verlengd weekend naar CenterParcs. En daartussen blijven er ook nog 2 marathons in te halen. Never a dull moment outside the office. Op die manier houden we werk/privé mooi in balans, al mag het volgend jaar eindelijk iets rustiger zijn (knipoog).

   

DNF

Geef toe: een titel die uitnodigt om het vervolg te lezen. Toch? Mocht er hebben gestaan: ‘Marathon nummer 23 is binnen’ dan was de verleiding om de blog te lezen net iets minder groot. Of zou het nog net lukken om het artikel snel diagonaal te lezen terwijl je aan het multitasken bent (en dus gewoon eigenlijk twee zaken half doet). Een mens, en ik ben geen uitzondering, laat me daar duidelijk over zijn, leest nu éénmaal graag sensationeel nieuws: ongelukken, ontgoochelingen, echtscheidingen, moorden, seks, grote (en graag nog eens) onverwachte overwinningen, enz. Het trekt, gewild of ongewild, je aandacht. Jammergenoeg gaat het soms ten koste van diepgaander nieuws of wordt er te weinig rekening gehouden met de mens achter het nieuws. Ik ben dan ook blij dat ik geen BV ben maar hooguit een BZ (Bekende Zomergemnaar, mijn dorp, moet nog net lukken).

Maar om op de titel terug te komen: het gaat wel degelijk om een welgekozen DNF. Afgelopen weekend vond de 6 uur van Aalter plaats. Het werd er mijn 5e deelname en uiteraard was het alweer te warm om goed te kunnen lopen. Tradities zijn er om in eer te houden en op de derde zondag van juli hoort het blijkbaar ‘ovenweer’ te zijn. Het grote verschil met de vorige edities lag nu in het feit dat ik het na 42km voor bekeken mocht houden. Dat maakt mentaal een groot verschil bij de start. Op geen enkel moment was er immers de intentie om de 6h werkelijk tot in de laatste minuut uit te lopen. Vooreerst staat er op de nationale feestdag alweer een marathon op het strikte schema (ik moet er immers nog steeds 2 inhalen) en vervolgens is er ook nog mijn plan: mijn voorlaatste marathon van #authentic42 is mijn 100ste marathon en die wil ik lopen met 42 vrienden om dan de week erna in Athene mijn project te eindigen. Ik ben dan ook bewust gestart met het doel om niet aan te komen, want na een kleine 3u30 mocht ik mijn recup drinken en de beentjes omhoog leggen. Dat was bij de ongeveer 70 anderen (inschatting) niet het geval. Zij stonden voor een loodzware 360 minuten rondjes draaien in en rond de sporthal van Aalter (1 ronde = 1,86km), met in iedere ronde de kuitenbijter ‘Col de la Piscine’. In de trailwereld lachen ze met zo een puist, maar ik kan jullie verzekeren dat ik na 23 rondjes de puist ook begon te benoemen als een col, die naam waardig.

   

Dus bij deze: petje af voor iedereen die afgelopen zondag de 6 uur heeft uitgelopen. Je krijgt op die 6 uur niks cadeau. Voor wie nog nooit een marathon gelopen lijkt een 6 uur onbegonnen werk. En dat is het eigenlijk ook wel een beetje als je kilometers te kort komt. Voor wie al een marathon heeft gelopen is het soms moeilijk in te schatten hoe je na die mythische afstand er nog in slaagt om nog een paar uur verder te lopen zonder dat er een afstand wordt opgelegd. Dat is inderdaad aanpassen: de wedstrijd duurt voor de eerste en laatste even lang en is dus voor beiden zwaar. Na de marathon valt er vaak een groot doel weg en loopt je wat in het ongewisse: moet ik nu doorgaan of nog even wachten? Vaak voel je dat het beste ervan af is en vraag je je af hoe je dit in hemelsnaam moet volhouden. Wel, dat lukt, je moet het vooral zelf eens ondervinden. Het zal je helpen om mentaal sterker te worden op de marathon. En voor wie al een 6 uur heeft gelopen: het zwaartepunt ligt bijna altijd tussen uur 4 en 5. In dat uur wordt het verschil gemaakt. Je weet dat het beste deel achter de rug ligt en dat je best nog een eind moet verder doorbijten, wat het mentaal loodzwaar maakt. Het laatste uurtje kan je dan beginnen aftellen en loopt het (vaak) iets beter. Ook al kan ik na een 10-tal 6 uur-edstrijden inschatten hoe het voelt, je moet het toch zelf telkens opnieuw gewaarworden om te beseffen hoe zwaar het is, zeker bij deze warme temperaturen.

Voor mij werd het dus een ‘korte’ loop met een goed gevoel. Vlot vertrokken om dan in het tweede deel wat gas terug te nemen en wat meer te drinken en eten, beiden héél belangrijk bij dit weer. Wat mijn dag ook extra leuk heeft gemaakt was het weerzien met enkele bekende gezichten. Gezichten die er even niet meer waren en gezichten die al die jaren zijn blijven doorgaan. Wat hen typeert is de vastberadenheid om elk hun eigen doel te halen. Niks komt vanzelf. Voor niemand. En al zeker niet bij het ultralopen. Ik keek met grote ogen naar het doorzettingsvermogen en de wil van alle deelnemers om die 6 uur volledig uit te lopen. Ik kan me niet voor de geest halen dat ik het ooit zelf heb gedaan. Bizar. Maar tegelijk is dat een goed teken. We leven nu eenmaal niet in het verleden. Laat mij nu maar vastberaden vasthouden aan mijn #authentic42 en vol bewondering kijken naar iedereen die durft een grens te verleggen. Op sportief en niet-sportief vlak.

 

En aan de beste supporters ooit ter wereld: ik hou van jullie!

        

IK BEN BLIJ DAT JE HIER BENT

Het was de week van de dubbeldekker, wat betekent twee marathons in één week. Om de reisimpact van de ‘inhaalmarathon’ te beperken heb ik ervoor gekozen om op de Belgische nationale feestdag een plek op te zoeken waar ik ontelbare keren heb gelopen: het Drongengoedbos. Dichtbij en pure nostalgie. Gedurende ongeveer 10 jaar heb ik hier steevastop zondag mijn lange duurlopen afgewerkt als voorbereiding op een marathon. Weekend na weekend hetzelfde rondje tussen de bomen wat ervoor heeft gezorgd dat ik het bijna blind kan afleggen. Eén keer heb ik het rondje van 8km tot negen maal toe na elkaar gelopen, in voorbereiding op een 100 miles. Ik hoor jullie al denken. Terecht.

Met dit in het achterhoofd valt het wel mee om 5 rondjes af te werken met een koel briesje en licht gedruppel. Heerlijk loopweertje, wat ook al eens mag na enkele bloedhete dagen en vooral nachten. Alsof het welgekomen mindere weer nog niet voldoende was kon ik ook nog eens rekenen op de steun van de vrienden. Jawel, ze waren nog maar eens van de partij om me een hart onder de riem te steken. Ik heb geen meter alleen moeten lopen, geen meter naar mijn horloge gekeken en bijgevolg geen meter aan de meters gedacht. Hoe heerlijk is dat nu eigenlijk? Marathon nr. 24 is dan ook voorbij gevlogen. Een hart onder de riem.

Maar dan wordt het veel te snel alweer een zwoele zondag. Net op de dag dat we hebben besloten om samen met het gezin af te zakken naar Zoutelande voor een marathon in een geweldig kader beslist de zon om zich net iets te veel uit te sloven. De kindjes met de mama naar zee, en ik met oma (mijn mama dus) op de fiets het eiland verkennen. Het plan was gemaakt en ik kom niet graag terug op een gemaakte afspraak, ook niet bij weersomstandigheden die het lopen wat uitputtender maken. Moeilijk gaat ook, en soms zelfs beter.

Het begon ook lekker om 10u in de ochtend: cruisen over de duinen en het water met een licht briesje en wind in het gat. Maar al snel bleek dat het parcours voor de fiets niet echt ideaal was. Net iets te veel zand en kiezelsteentjes, smal en op bepaalde stukken best pittig met een gewone stadsfiets. Tel daarbij nog een aantal verkeerde GPS-beslissing en de keuze was gemaakt om de opgemaakte route te verlaten en gewoon langs de autowegen te lopen van Domburg richting Aagtekerke en Koudekerke (what’s in a name). De druppel was het tweede poortje waar we de fiets bijna niet voorbij kregen. Een bord ‘verboden voor fietsers’ staat daar niet zomaar, maar soms steekt een mens al eens zijn kop in het zand. Vraag het maar aan de mannen van Kommil Foo (heerlijk nummer, zeker eens opzoeken).

Op weg naar Vlissingen begon de vermoeidheid de temperatuur te volgen: het werd allemaal veel zwaarder en minder amusant. Gelukkig was mijn mama erbij met een bidon water om het lichaam koel te houden en een bidon water om ook voldoende bij te tanken (met ORS). Wat was ik blij dat ik hier nu niet alleen was. Toch kon de drank en de welgekomen aanwezigheid niet verdoezelen dat het fysiek op was. Ik wou nog wel verder lopen, maar ik voelde alle restjes energie gewoon over mijn lichaam wegdruipen. Alsof het zweet de energie meenam. Zuchten, vloeken en balen. Op het zwaarste en diepste punt was het nog 9 kilometer. En dat is best een eind als je er klaar mee bent. Ik zag ook steeds meer strandgangers die de boodschap wel goed hadden begrepen: If it’s beach day, go to the beach! Deze Vlaamse jongen wou zo nodig aantonen dat je ook kan lopen bij dit weer. Ik voelde het de mensen denken. Sommigen wisselden een korte blik waaruit ik ofwel compassie kon afleiden ofwel een veelbetekenende blik van ‘dit had je nou toch wel kunnen verwachten vandaag’. De oplossing was mijn zonnebril op mijn neus schuiven en het petje net wat dieper laten zakken.

Aan kilometer 37 ben ik dan even volledig gestopt. Petje uit, zonnebril af en gewoon drinken en even het kopje laten hangen. Op zo’n momenten maak ik snel de klik, uit een soort koppigheid vermengd met onverschilligheid: ik stamp er nog een gel in (ananas, nieuwe smaak van 6d, een voltreffer), leg een hardere schijf op (Limp Bizkit, Breakstuff) en tracht zo snel mogelijk op gang te komen. En dan plots, vanuit het niets, kwam een godsgeschenk. Iets wat je niet verwacht, maar waar je op warme dagen zo content kan van worden: een lange rij bomen. Jawel. Hoe gelukkig kan een mens zijn met bomen. Ik weet het nu: doodgelukkig. De schaduw kwam op me gevallen als een verkoelende natte handdoek. Dit heb ik nu even nodig. En de bomenrij bleef als bij wonder aanwezig tot net voor het einde. Moraal van het verhaal: op je diepste punt moet je heel even vloeken, is het toegelaten om je de meest ongelukkige persoon ter wereld voelen die door niemand begrepen wordt als je maar na dit moment de knop weet om te draaien en door te gaan. Harder dan ooit vasthouden aan je plan. Zonder verwachtingen zachtjes verder gaan want stoppen gun je niemand, al zeker jezelf niet.

En op die manier is Zoutelande niet echt geworden wat ik ervan had verwacht. De intensiteit heeft er wel voor gezorgd dat ik de passage door Koudekerke, Vlissingen en de lange bomenrij niet snel zal vergeten. Dergelijke herinneringen krijg je niet bij een ‘walk in the park’. Toch mag voor mij de volgende marathon iets minder gedenkwaardig worden. Een zesje is ook best fijn.

PATATJES OPRAPEN IN LEUVEN

Een beeld zegt soms meer dan 1000 woorden, maar één woord kan ook meer tonen dan een beeld. Dit gevoel overvalt me nu vaak bij het lezen van het boek ‘De waarnemer’ van Wim Kayzer. Het is een verhaal over verlatenheid en eenzaamheid, waarbij de woorden vaak zo juist gekozen zijn dat ze een duidelijk beeld vormen van een dokter die zijn drukke praktijk verlaat om zich te laten omringen door stilte. De kracht van het woord. Net daarom lees ik zo graag een boek. Het is de ideale opvolger van ‘Ik ben een eiland’. Boeken die door de juist gekozen woorden een sfeer creëren die de geschreven woorden en het boek overstijgen.

Marathon nummer 26 lijkt een eeuwigheid geleden want de agenda geeft alweer donderdagavond aan. Toch was het een weekend om niet snel te vergeten. Er zijn geen grote levensveranderende zaken op mijn pad gekomen, wat ook niet altijd hoeft trouwens, maar net die kleine mooie momenten zorgen voor een blijvende herinnering. Op vraag van Frank de Tank (een naam die de nodige angst inboezemt) ben ik op zaterdag afgezakt naar Vlaams-Brabant om de streek rond Leuven te ontdekken. Ik ken de stad niet, maar ergens leg je toch onmiddellijk de link met studenten, de kotmadam en de Oude Markt. Verder reikt mijn kennis van Leuven niet. Tot afgelopen zaterdag dus.

     

Ik kan enkel zeggen: neem jullie loopschoenen en/of fiets en ga die groene plekjes rond de stad verkennen. Het was een ontdekkingstocht waarbij ik Frank en Merijn wil bedanken voor het initiatief en het uitstippelen van een afwisselende route: off-road stukken werden gevolgd door asfalt, hoogtemeters werden afgewisseld met platte stukken, een rustig bos was de voorbode op het historische stadscentrum. En dat allemaal op een voormiddag. Al lopend komt een mens eens ergens.

De tocht was een compromis: de hoogtemeters beperken in ruil voor een rustig looptempo. Vorig jaar heb ik immers een blessure opgelopen door plots te veel hoogtemeters in mijn (net iets te lang) rondje op te nemen. Je moet dit, zoals met veel zaken in het leven, geduldig opbouwen. Je lichaam tijd geven om zich aan te passen na de zo vele platte kilometers op de weg. En de Pietermannen en Koeienschieters waren van hun woord. Slechts 400 hoogtemeters dienden te worden overbrugd of zoals zij het noemen: patatjes rapen. En ik was ook van mijn woord: de snelheid werd aangepast aan het tempo van de groep. Dit zou ik eigenlijk wel eens meer moeten doen zodat er meer tijd vrij komt om net iets meer te genieten van het onderweg zijn. Want wie ligt nu eigenlijk wakker van het feit of ik nu 3u30 of 4u30 aan het lopen ben? Ok, ik wel een klein beetje (knipoog).

Dus bedankt aan iedereen die erbij was. Het was nog maar eens een bewijs dat wij, lopers, vaak een aantal zaken gemeenschappelijk hebben: de passie voor het lopen uiteraard, maar ook een zeker positivisme en enthousiasme. De zin om zaken te doen.  Ondernemen. Ik begrijp dan ook niet dat niet iedereen eens vaker gaat lopen, wandelen of fietsen. Ook na Corona tijden. We hebben het ervaren als een momentje voor onszelf en toch vervallen we opnieuw in die oude (slechte) gewoonten: zitten, liggen, hangen maar vooral niet bewegen. Want het is te druk, we zijn te moe of we vinden echt geen tijd. Zonde. Ik ben ervan overtuigd dat we door het (buiten) bewegen meer balans vinden en net energie tanken om ons dagelijks ritme vol te houden. Misschien moet ik toch maar ‘coach van de zittende beroepen’ worden in plaats van accountant. Dan vermijd ik alvast de steeds weerkerende opmerking: wij hadden nu niet verwacht dat jij een accountant zou zijn. Of ik moet harder werk maken om het grijze saaie etiket die aan onze job kleeft af te schudden. Na 13 november kan ik hier keihard over nadenken. Ik ga dan niet weten waar ik het heb met al die vrije tijd. Misschien smeekt Karen nog wel om een nieuw project te ondernemen. Stel je dat eens voor. En ik die haar dan duidelijk moet maken dat het nu wel genoeg is geweest. Het leven zit vol verrassingen. Laat dat 2e (nog betere) deel hier op aarde maar aanrukken!

Dat is voor later, eerst focus op de tocht die verder gaat. Bedankt aan iedereen die erbij was in Leuven. Wat belangrijk is in het leven zijn ontmoetingen, dat is nog maar eens gebleken in en rond Leuven. Nu is het tijd om uit te kijken naar komend weekend waarbij ik samen met Karen richting Dendermonde zal lopen. Laten we eerst de opgenomen podcast van deze avond verwerken en dan een goede nachtrust trachten te vinden. Zeer blij trouwens met de uitnodiging van Fief’s podcast, waarbij de nadruk niet lag op het lopen zelf maar wel op het mentale luik en de mindset om een groot project aan te gaan. Dit doe ik zo graag. Ik ga wel moeten leren om zo een gesprek na het afsluiten los te laten. Nu spoken er nog tientallen gedachten door mijn hoofd over wat ik nog had moeten/willen delen en is er de onzekerheid of mensen het ook willen beluisteren. Zen zou ik mezelf adviseren. En berusting.

     

ERGENS ONDERWEG

De visuele en auditieve prikkels in een stad zijn overweldigend. Als je even niet meer in een stadscentrum bent geweest dan is het plots even wennen aan de aanwezigheid van vele indrukken.

De herontdekking, laat het ons zo noemen, begon reeds bij het parkeren van de wagen aan Sint-Pietersstation waar ik het station bijna niet meer kon herkennen. Tijdens mijn studententijd nam ik hier héél vaak de bus, maar nu was de volledige site getransformeerd van een lokaal station naar een plek met internationale uitstraling. Knap. Ook de tocht van het station naar het Gravensteen lag bezaaid met veranderingen (lees: verbeteringen). Voor de zuurpieten kan het allemaal ongetwijfeld nog beter, maar ik was aangenaam verrast. Ik moet meer afzakken naar Gent. Toch ben ik blij dat ik na de studies niet ben gebleven. De prikkels opzoeken wil ik blijven doen, de prikkels dagelijks ondergaan hoeft voor mij niet meer. Integendeel, ik vind de rust bij thuiskomst in ons dorp zalig.

In de vele indrukken sprong een affiche me in het oog: Ergens onderweg. Een toneelvoorstelling, maar eigenlijk ook een korte samenvatting van wat ik dit jaar doe. Ik ben ieder weekend ergens onderweg. Traag en bijgevolg bewust. Af en toe samen, soms alleen. Bij momenten verrassend, op andere doodsaai. Vaak met een goed gevoel, zo nu en dan me afvragend hoe ik het tot een goed einde zal brengen. De rode draad is het onderweg zijn, waarop zo nu en dan een verrassing opduikt. Vorig weekend in Leuven, afgelopen weekend ergens in de Gentse velden waar mijn vrouw en ik (zij op de fiets, praise the lord) zowaar Marianne tegen het lijf liepen. Jullie moeten weten dat ik héél veel heb te danken aan Marianne. Zonder haar geen boek, geen verhaal, geen ‘het hoofd weegt zwaarder dan de benen’. Ik ben ervan overtuigd dat we allemaal een verhaal te delen hebben. Ik ben haar eeuwig dankbaar voor het vertrouwen dat ze altijd heeft gehad in mijn persoonlijk verhaal. Net haar geheel toevallig treffen langs Vlaamse velden onderweg van Gent naar Dendermonde is zo een momentje waarop het allemaal even samen valt. Dit is de return die je ontvangt van de vele inspanningen die je levert. Kleine toevalligheden die het leven kleuren.

De volledige tocht werd trouwens gekleurd door een aaneenschakeling van positieve momenten: het Donkmeer, de Dender en het aangename weer met een licht briesje. Alles viel juist en voor we het wisten waren we in Dendermonde en was de marathon afgewerkt…ware het niet dat mijn uitgetekende tocht een dikke 3 kilometer te lang was. Het eindpunt lag in Appels. Oeps. Dus na het afduwen van de GPS kwamen de 3 snelste kilometers van de dag om tijdig onze trein van Dendermonde richting Gent te halen. De recuperatie drank was net leeg of het melkzuur deed alweer wat je verwacht. Maar de geleverde extra inspanning werd niet beloond want de trein werd gemist. De timing was voorzien op de marathon en niet op bijna 46 kilometer. Weg planning. Even balen, maar dan de knop omdraaien en een terrasje meepikken op de Grote Markt in Dendermonde.  Een uurtje later bracht de trein ons terug richting Gent en richting onze kleine held Maxim. Een extra momentje samen op het terras was deuggdoend.

         

De mooie dag eindigde wel nog op een kleine sisser. Omwille van budgettaire redenen (verbouwing thuis) gaan we dit jaar niet op reis. We houden het bij een verlengd weekendje CenterParcs, wat de kinderen uiteraard helemaal niet zo erg vinden. Toch was het de bedoeling om ons 1 jaar huwelijk samen te vieren. We houden allebei van lekker eten en dus heb ik reeds in juni een reservatie gemaakt in een héél lekker restaurant. Een momentje van culinair genot met ons twee waar we lang naar hebben uitgekeken, tot we op het terras in Dendermonde een telefoontje ontvingen van de chef dat de sommelier ziek was uitgevallen en alle reservaties werden geannuleerd. Een domper op de huwelijksvreugde. Als (volwaardig) initiatief zijn we dan maar frietjes gaan halen. Deze keer geen klein bakje maar een medium met een extra vlezeke. Verdriet doet eten. Of beter: alle redenen zijn goed om een bakje frieten in huis te halen. Daar kan geen koningskrab met chermoula, maïs en mimolette tegenop. Lang leve de Belgische (of toch Franse?) friet.

BEZINT EER GE BEGINT

We kennen allemaal het Bijbelse spreekwoord ‘bezint eer ge begint’. Maar er is een verschil tussen het kennen en toepassen of het kennen en toch gewoon ondoordacht aan iets beginnen. Het tweede is me wel vaker overkomen als het gaat over mijn loopplannen. Vorige week vrijdag was een nieuwe episode in de lange reeks ‘heb ik hier wel goed over nagedacht’. Dan lijkt het op het eerste zicht alsof ik niet leer uit mijn fouten, maar een onbezonnen beslissing zorgt vaak voor onvergetelijke momenten. Dus ergens wil ik misschien wel dat er niet te zwaar wordt over nagedacht.

Eigenlijk had ik het deze keer moeten beseffen toen een kenner van de streek me vorige week woensdag nog even fijntjes stuurde: ‘Bedoel je het muziekbos in Ronse of is er nog ergens een muziekbos’? Dan weet je dat je hoogst waarschijnlijk niet de juiste keuze maakt om marathon nr. 28 in de reeks af te werken. Zelfs voor de start wist Brechtel (aka de kenner van de streek) me er nog even op te wijzen of ik wel zeker was of ik dit wou, 42km afhaspelen bij ongeveer 30 graden met 1.000 hoogtemeters, ongeveer net zoveel als ik er de voorbije 6 maanden heb gelopen. Tuurlijk wil ik dit. Niet te veel vragen stellen nu. Trouwens, als we het net iets rustiger aanpakken en we zoeken wat beschutting in het bos dan moet dit toch meevallen? Ik hoor jullie al denken. Het corrigerend vingertje mag achterwege worden gelaten (lacht).

Woorden zijn dwergen, daden zijn bergen. De perfecte gedachte om verder niet te veel woorden vuil te maken aan het feit dat ik nu éénmaal heb beslist om deze marathon in het muziekbos af te werken. Tot ik tijdens ronde 3 werkelijk niet meer in staat bleek te zijn om de steile klim op te lopen. De benen liepen gewoon vol. Waar komt deze uitspraak trouwens vandaan? De benen liepen niet vol, ze liepen leeg. Alsof ze er plots niet meer waren. Op een dag zoals vandaag leggen ze begrijpelijkerwijze het werk neer. Je mag vragen wat je wil, op = op. Jammer dat dit signaal kwam aan kilometer 25. Dan heb je er nog 17 te lopen en willen net de 2 trouwste kompanen van dit jaar niet mee.

Gelukkig was er nog Brechtel, mijn conditie en het feit dat ik dit jaar op geen enkel moment de handdoek in de ring zal gooien. Het werd dan ook een lange avond in het bos. Jullie denken kommer en kwel, maar ergens is het ook een unieke avond geworden. Ik kende Brechtel niet, maar zo een avondje samen in het bos zorgt toch voor een unieke herinnering samen. Blij dat ik het heb gedaan. Onmiddellijk terugkeren zit er niet in. We gaan eerst de resterende 13 marathons afwerken.

Het klimwerk smaakt wel naar meer. Het omhoog en omlaag lopen is een totaal andere training dan die vele vlakke kilometers op het asfalt. Mijn lichaam was hier totaal niet klaar voor. De warmte heeft me dit jaar al parten gespeeld en veel energie gekost, maar vorige week vrijdag was de eerste keer dat het fysiek gewoon op was terwijl ik me bij de start best goed voelde. Bij deze: bedankt voor de steun Brechtel en veel leesplezier (knipoog).

Komende vrijdag wordt een verrassing. Ik neem zowaar een dag verlof en mijn buddy Edwin is geheel toevallig ook net thuis. Hij neemt me mee met de wagen naar een onbekende locatie waar we nummer 29 zullen afwerken. Edwin zorgt voor de bevoorrading vanop de fiets en ik moet enkel zijn spoor volgen. Benieuwd naar wat nu op mijn pad zal komen!

 

 

 

DE RONDE VAN BELGIË

Ook al is er niet echt sprake van vakantie, toch zorgt de zomer voor een planning zijn naam onwaardig. Je hoort me niet zeggen dat ik er de kantjes van afloop, want ik blijf plichtsbewust, toch verloopt het allemaal net iets losser: wat later in bed, een bezoekje bij vrienden waarbij je al eens iets langer durft te blijven plakken of er is een festival in de achtertuin waar je toch eens de sfeer wil gaan opsnuiven. En dat terwijl het kantoor geopend blijft. Niet de beste voorbereiding. De kleine zijsprongen zorgen ervoor dat het lichaam minder fit aanvoelt. Tel daarbij de intense marathon van vorig weekend met de voor mij hard aankomende hoogtemeters en je weet dat die volgende marathon wel eens te vroeg zou kunnen komen.

Want zo snel vliegen die dagen werkelijk voorbij. Je schuift wat met je bureaustoel, je gooit de benen al eens los en voor je het weet geeft je Garmin aan dat de volgende marathon dient gelopen te worden. Deze keer noodgedwongen op vrijdag omdat we tijdens het weekend even de benen gingen strekken in Kiewit bij Chokri (of is dat nu Live Nation?). Jammergenoeg niet op zondag (Arctic Monkeys!), wel op zaterdag. De tickets van 2019 vanonder het stof gehaald, onze dansschoenen proper opgeblonken en de kuiten ingesmeerd voor een dagje feest op Pukkelpop.

Maar voor het feest van start kon gaan moest er gewerkt worden. Enfin, er werd door mezelf weinig gewerkt op kantoor want zowaar een dagje verlof moeten nemen om deze marathon op vrijdag te kunnen afwerken. Gelukkig was mijn buddy Edwin ook net thuis en konden we samen op pad trekken: hij op de fiets, ik al lopend. Dat Edwin een man van de verrassing is werd nog maar eens duidelijk de weken voor deze marathon. Hij had namelijk een ideetje waar ik niks mocht over weten tot de dag voor de start. Het werd een ‘strava art’ rondje in een voor ons onbekend kader, namelijk de streek tussen Lebbeke en Merchtem. Het rondje had hij opgepikt bij niemand minder dan Geert De Vlieger (jawel, de ex- doelman) en de te lopen figuur was de landkaart van België. Gelet op het feit dat ik dit jaar ieder weekend iets anders wil, wat soms wel wat extra denkwerk met zich meebrengt, was zo een ‘Ronde van België’ in een nieuwe omgeving welkom.

Bij de start werd echter onmiddellijk duidelijk dat het lichaam in een soort afwezige slaapmodus was. Vraag me vandaag niet om enige versnelling op te nemen, maar laat me gewoon die marathon afwerken. Mijn hoofd mocht vandaag geen signalen naar de benen sturen. Die 2 kerels denken niet na en hebben al meermaals getoond dat ze uiteindelijk toch bijna altijd doen wat ze moeten doen, zolang het vanboven stil blijft. Bijkomend voordeel was dat Edwin me perfect kan inschatten: niet te veel woorden onderweg en op het juiste moment iets van bevoorrading bovenhalen. De piepende en krakende fiets zorgde voor enige afleiding en ook het onbekende kader betekende dat we alert moesten blijven om de gelopen route ook achteraf op België te laten lijken. Makkelijker gezegd dan gedaan, want héél wat kleine steegjes waren blijkbaar ingepalmd door boeren of hadden gewoon geen doorgang. Het was wat zoeken, draaien en keren om dan uiteindelijk te stranden op net iets meer dan de marathon afstand.

Gelukkig kon ik het tempo vrij goed vasthouden omdat er geen hoogtemeters waren, geen stralende zon en het feit dat ik ondertussen perfect kan inschatten wat ik moet doen om die marathon af te werken. Ik ga er nog goed in worden (knipoog). 

Volgende week gaan we alleen richting de atletiekpiste. Jawel, het doel is om ongeveer 106 rondjes te draaien van 400m. Ik heb er ooit eens meer dan 400 moeten lopen, dus ik veronderstel dat het nu ook wel zal lukken. Het klinkt mentaal misschien net iets zwaarder (lees: saaier), maar dat kan ik zeer makkelijk van me afzetten. Er moet en zal 42 kilometer gelopen worden. Op die manier hoef ik me daar alvast geen zorgen over te maken. Ja, het vergt planning. Ja, vaak komt die marathon ongelegen als ik deze niet kan lopen op zondag. Maar honderd excuses wegen niet op tegen die éne reden waarom ik wel zal lopen: omdat ik wil slagen in dit project. Consistency is key. Laat die piste maar komen… en laat het nieuwe schooljaar ook maar starten (lacht).

LOPEN IS GEEN SPORT, MAAR EEN MANIER VAN REIZEN

Een weekendje CenterParcs, een dagje Pukkelpop, 2 dagen Rijvers Festival, het bijhouden van mijn blog, de trainingen afwerken, de social media bijhouden, wat tijd voor de kids, een onnozel idee opnemen in je project (een marathon in het muziekbos, jawel, vrijwillig gekozen) en ondertussen blijven werken. En juist, de afgelopen week ook nog een belangrijke keynote voorbereiden. Het werd me bijna net wat te veel van het leuke de voorbije weken. De naam zomervakantie was dan ook niet echt op zijn plaats, ook al was die zomer voelbaar aanwezig in augustus. Het moet uiteraard allemaal niet en ik leg mezelf ook bij momenten te veel druk op, maar meestal kan ik dit de juiste plaats geven. Het lopen zorgt dan voor een zen moment. Maar nu waren ook die héél korte loopjes in de week mentaal en fysiek moeilijk. Het gevoel van niet uitgerust te geraken was permanent aanwezig. Op zo een manier starten aan een marathon valt zwaar en als je dan ook na de finish niet kan recupereren, dan voel je dat het tijd wordt om even aan de noodrem te trekken. Ik ben dan ook blij dat het nieuwe schooljaar is gestart en dat de nevenactiviteiten beperkt worden. Focus en gewoontes. Beide noodzakelijk om een project op lange termijn succesvol te kunnen afronden.

De marathons tijdens de maand augustus zijn wel mooi afgewerkt, ook al diende ik vorige week donderdag op de piste in Aalter nummer 30 te lopen. Je voelt het, zo ergens tussen de soep en de patatten. Nooit een goed idee om een marathon er zomaar even tussen te nemen. Helaas was er geen andere optie mogelijk. Nu, lopen op een piste vind ik helemaal niet erg. Ook al zijn het dan ongeveer 106 rondjes. Je schakelt de knop ‘denken’ uit en de knop ‘goudvis’ wordt geactiveerd. Sommigen hebben daar moeite mee, ik doe het moeiteloos (moet ik mij nu vragen stellen?). Het werd me dan ook nog eens extern makkelijk gemaakt want na 18km was plots Edwin van de partij. Heerlijk onverwacht. Hoewel ik net geen 90’ aan het lopen was voelde het als kilometer 1. Wat een externe prikkel al niet kan doen. Alsof dat nog niet voldoende was kwam mijn vrouw zowaar ten tonele vanaf km 28. Tja, als je deze cadeaus krijgt dan loop je die marathon met de vingers in je neus uit. Bijgevolg kon ik veel makkelijker dan verwacht nummer 30 in het groen aanvinken.

Ondanks de vermoeidheid en het gevoel van ‘ik heb het even niet meer goed onder controle’ komt er een bijzonder weekend aan. Er is vooreerst het ASICSFrontRunner weekend waar ik zaterdag héél wat leuke mensen terug mag zien. We hebben gewoon een fijne bende die het goede voorbeeld tracht te geven. Blij dat ik mijn steentje hiertoe kan bijdragen. Maar wat minstens even belangrijk is: komende zaterdag loop ik mijn 31ste marathon in Texel. Echt. Texel! Van zodra ik het ultralopen had ontdekt (2012) was Texel al een dingetje. Een plaats die ik heb leren kennen door het boek van Jan Knippenberg (‘Lopen is geen sport, maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen’). Het eiland staat voor eenzaamheid, uitwaaien en nadenken. Zaken die voor mij in het verleden steeds gelinkt werden met het hardlopen. Ik wil dat gevoel nog eens boven halen en Texel is daarvoor de geschikte locatie.

Ik wou er lopen in 2020 (samen met Joris Beaumon, de 120km), maar door Corona is het toen niet doorgegaan. Wij zijn ondertussen dik twee jaar later en het komend weekend was de enige mogelijkheid om het eiland op te nemen bij mijn 42 unieke marathons. Deze mocht gewoon niet ontbreken. Ik weet niet wat ik van mijn lichaam mag verwachten (jawel, zelfs na 30 marathons in een jaar kan ik dat nog niet inschatten), maar deze betekent zoveel meer dan een nieuw groen vakje in het schema. Ik wil alles diep inademen en vasthouden. Ik zal dan ook morgen de boot nemen naar het eiland, inchecken in mijn hotelletje, een goed boek lezen voor ik ga slapen om op zaterdag in de vroege ochtend samen te kunnen ontwaken met het eiland.

Een kleine droom, maar dat zijn vaak de mooiste. En die vermoeidheid? God ja, we nemen die mee en laten die daar achter. Voor even.

DE AUTOSLEUTEL

Vorige week vrijdag was het eindelijk zo ver: lopen in Texel (Tessel?). Na een halve dag kantoor, snel nog iets eten zodat ik kort na de middag kon vertrekken richting het eiland. Na een lange autorit door allerhande files pas om 18u30 de overzet kunnen halen in Den Helder. Een lange tocht, maar op het moment van het oprijden van de veerboot viel alle spanning weg. Alsof je je bagage achterlaat op het vliegveld. Pas dan ben je echt vertrokken.

 

 

Na een korte oversteek (20’) met de wagen richting hotel. De wekker stond om 5u zodat ik nog iets zou kunnen eten voor het vertrek dertig minuten later. Ontwaken was uiteraard geen probleem. Als je zo lang naar iets uitkijkt is inslapen vaak een groter probleem dan tijdig wakker worden. Het plan zoals voorgeschreven uitgevoerd zodat ik om 5u25 buiten was en klaar om te vertrekken. Nog snel mijn jasje in de auto gedropt (twijfel, maar toch te warm) en weg richting de vuurtoren.

Muisstil was het op de baan. Enkel een zachte verkoelende wind. Heerlijk toch op dit uur de loopschoenen aantrekken. Na een kleine 10’ ging het richting duinen. Pikkedonker. Ik zag enkel wat er zich vlak voor mijn voeten afspeelde door het borstlichtje. Ik ben op een leeftijd gekomen dat dit me een beetje angst inboezemt. Stel je voor dat ik hier nu struikel over een boomwortel. De eerste 2 uur komt hier niemand kijken. Een koude rilling liep me over de rug. Ik wou wat sneller lopen, maar het mulle zand en de slechte zichtbaarheid noopten me tot enige voorzichtigheid. Nog 11 marathons, remember!

Tot meneer konijn besloot om die angstgevoelens nog wat te versterken. Als een speer schoot hij dwars de weg over alsof hij banger was dan ik. Meneer konijn zou eens moeten weten hoeveel levensjaren hij me heeft afgenomen met dit moment. Nog net iets voorzichtiger ging ik verder tot aan km 10 waar ik de trappen richting een brede fantastische verharde weg kon nemen. Deze weg liep recht naar de vuurtoren, de eerste stop van de dag. De teller stond op 14km, de zon kwam op en ik besloot iets te eten (ontbijt was te weinig) en te drinken. Dit waren ongetwijfeld de mooiste meeste intense kilometers van het jaar. Na een korte pauze ging het richting Den Helder. Zonnetje in de rug en een zijwind die maar héél licht tegen zat. GE-NIE-TEN. Heerlijk alleen onderweg. Dit mag nog uren duren. Aan kilometer 25 besloot ik nog een eetpauze in te lassen: een kokosbar en water terwijl ik even kon facetimen met het thuisfront. Een momentje noemen ze dit.

                          

Vervolgens richting het Nationaal Park Duinen van Texel. De naam zegt het allemaal. Zwaar, maar te mooi om niet door te lopen. Aan kilometer 33 besloot ik even halt te houden bij 3 dames met de vraag of ze een foto wilden nemen. Na een korte babbel wou ik de laatste kilometers aansnijden tot het me plots daagde: ik heb mijn autosleutels niet meer. Ik had deze meegenomen om in de vroege ochtend mijn jasje nog in de auto te leggen en ik had deze constant in mijn handen gehouden om ze niet te verliezen. I know, neem deze niet mee of stop ze weg in een zakje, maar neen. Om ze niet te verliezen wou ik ze vasthouden. En wat gebeurt er. Jawel.

In blinde paniek 30’ zoeken naar die sleutel. In een veel te grote straal speuren naar een speld in een hooiberg want misschien was ik die verdomde autosleutel al langer kwijt. Tevergeefs. Knop omdraaien en eerst die marathon afwerken, maar het liep voor geen meter meer. De benen lagen bij de sleutel. Verkeerd lopen, geen tempo kunnen houden en vergeten drinken. De kluts kwijt noemen ze dit. Maar uiteindelijk toch de marathon gehaald en het hotel bereikt.

Bij aankomst aan het hotel gevraagd of ik nog mocht douchen (te laat uitchecken) en of ik een fiets mocht lenen om mijn verloren autosleutel te gaan zoeken. Om 12u op de fiets richting vuurtoren, de eerste stopplaats. Daar me suf gezocht naar een sleutel. Helaas. Ondertussen het thuisfront op de hoogte gebracht van het verlies. De reactie laat ik jullie raden (lacht). Kopje niet laten hangen dacht ik, de sleutel ligt aan km 25. Door het facetimen zal ik daar de focus verloren zijn. Onderweg nog 3x gestopt omdat ik dacht dat ik de sleutel zag blinken in het gras. Niet dus.

Ook aan km 25 na lang zoeken geen sleutel te bespeuren. Het thuisfront gevraagd om de reservesleutel te brengen. Moet dit nu net hier gebeuren?? Toch nog even in een grotere straal gezocht maar niks. De honger en dorst sloegen genadeloos toe. Ik zou al bijna vergeten dat ik net 42 kilometer heb gelopen en niet echt heb ontbeten. Het energiepijl zakte pijlsnel. Ik moest het nogmaals proberen aan kilometer 33, mijn laatste hoop. Traag tot aan mijn laatste stopplaats gefietst en daar opnieuw beginnen zoeken. Niks. Nada. Noppes. Laat ik het volledig los of doe ik hier verder? Terwijl ik aan het denken was schopte ik zo half uitzichtloos wat op de losliggende bladeren en jullie raden het nooit: plots kwam mijn autosleutel tevoorschijn. Niet te geloven. De ontlading die ik op dat moment voelde valt niet te beschrijven. Dit hou je toch niet voor mogelijk. Na 4 uur zoeken vind ik eindelijk die sleutel.

Onmiddellijk gebeld naar mijn vrouw dat ze rechtsomkeer mocht maken en Natalie (ASICSFrontRunner team) verwittigd dat ik alsnog even kon afzakken naar de Veluwe. Het was namelijk ons teamweekend en daar wou ik graag bij zijn. De reden waarom ik zo vroeg op pad ben gegaan was om nog even de vrienden van het team te kunnen zien. Dit scenario kan je niet bedenken. Oerechance. Of hoe omschrijf je dit nog beter? Dit hou je toch niet voor mogelijk. Bij aankomst aan het hotel de mensen bedankt voor de fiets en het medeleven en zowaar in mijn wagen gestapt richting de veerboot. Nog nooit zo genoten van een autorit. Uiteindelijk nog een laatste foto kunnen meepikken in de Veluwe, wat kunnen bijkletsen met de running buddies, kort genoten van een bbq om dan uiteindelijk om 0u45 met de wagen de oprit op te draaien. Deze dag vergeet ik nooit meer. Mijn autosleutel stop ik vanaf nu altijd mooi weg.

Texel: je was wat ik ervan had verwacht. Ik kom terug. Om te lopen. Om te fietsen. Om te genieten. Duizenden schapen. Duinen. Zee. De Slufter. Een helderrode vuurtoren. Rust. Een Skuumkoppe of een Juttertje. Charmant. Idyllisch. Adembenemend mooi. Dit eiland heeft alles. Zelfs verloren gewaande autosleutels.

EEN LANGGEREKTE AFTELTOCHT

Ik geraak niet echt meer uitgerust de laatste weken. Kleine fysieke kwaaltjes in combinatie met een aantal bezorgdheden (verbouwing thuis, met zowaar regen binnen en het werk op kantoor) zorgen voor een niet uitgerust lichaam. Op zaterdag voelde ik me werkelijk niet in staat om onze eigen straat uit te lopen. Zelfs het aantrekken van mijn loopkledij zou een opgave zijn geweest. Na een half dagje kantoor kwam ik zonder energie thuis waar de wederhelft me wist te vertellen dat ook zij niet 100% was (maag- en hoofdpijn). Zo een beetje alles wat je niet wil een dag voor de marathon passeerde de revue. Als dan het besef binnendringt dat je op zondag een marathon moet lopen, dan wil je eigenlijk gewoon even helemaal niks. Gewoon een zetel. En Netflix. En doe dan ook maar onmiddellijk een zak Doritos met een kaasdip. Met een Cornet. God ja, doe nu maar al dat fleece dekentje. Gaan we zo even door tot zondagavond. Maar wat doe ik? Ik eet gezond, loop rond als een brombeer en ga om 21u slapen met een dafalgan. Zo je-m’en-foutist ben ik dus.

Na een onrustige nacht (gewoel van de wederhelft) voelde ik me bij het ontwaken zowaar een pak beter. Oef! Niet te veel nadenken, alles klaarmaken en richting Antwerpen voor marathon nummer 32. De wagen geparkeerd buiten het centrum om met de tram de start te bereiken. Vlotjes, alleen had ik me vergist. Het ophalen van het startnummer lag aan de start maar de bagage diende je iets verder te deponeren. Als er een plan wordt doorgestuurd dan lees je dit ook beter even. Lang verhaal kort: ik kwam lekker warm aan de start. Na een kort woordje van Bart De Wever mochten we van start gaan. Ik kreeg het gezelschap van Els, maar ik voelde dat zij klaar was voor vandaag (en ook voor Berlijn, want ze werd 2e dame) en ik helemaal niet. Na een goede 5km liet ik haar gaan en besloot ik om een tandje lager te schakelen. Een hartslag die 20 slagen meer aangeeft dan normaal wijst op een vermoeid lichaam. Ik heb het geprobeerd, maar een lichaam maak je soms niks wijs. Zeker niet op zo’n afstand.

De volgende 37km werden dan ook één langgerekte afteltocht, ingedeeld in steeds kortere stukjes. Om het vol te houden. De zin om te lopen was helemaal afwezig. Een marathon is best een eind lopen als je je fysiek niet echt goed voelt. Zelfs als je je goed voelt is het best ver (knipoog). Ik besloot om alles los te laten en me te focussen op datgene waarvoor ik ben gekomen: een 32ste groen vinkje. Mijn mantra was: ik ben vandaag niet in staat om 42km te lopen, maar toch ga ik het doen. Gelukkig werd het parcours steeds mooier en kwam de bevoorrading telkens op het goede moment. Mijn nieuwe schoenen (de Gel Kayano Lite 3) kwamen recht uit de doos en voelden perfect: uitstekende demping, zacht, stabiel en ideaal passend rond de voet. De schoen is iets lichter dan de Kayano, maar biedt dezelfde sterke eigenschappen. De volgende marathons zal ik dan ook afwisselen tussen beide schoenen. Ook mijn voeding ging vlot binnen. De kokos en ananas van 6d zijn echt gewoon lekker, belangrijk op een baaldag.

Deze kleine gelukjes hebben me enorm geholpen in het bereiken van mijn doel. Zo doe ik het ook iedere keer wanneer ik het moeilijk heb. Ik trek me op aan kleine dingen en weet dat ik uiteindelijk toch die finish ga bereiken. Laat me inwendig maar even klagen en zeuren. Hoe traag het ook mag lopen (gaan?), ik bereik de finish. Soms hoeft het niet meer te zijn. De medaille is belangrijker dan de tijd. Hoe graag ik ook vlotter wil lopen, er zijn momenten waarop je je moet neerleggen bij de feiten en geven wat je in je hebt. Ik hoop komende zondag in Amsterdam iets vrijer te lopen. De extra kiné, stretching en foamroller zorgen er hopelijk voor dat ik geen kopzorgen meer hoef te hebben over de verrekking in de kuit. Ik durf nog niet luidop aftellen, maar we zetten verdere stapjes richting Athene. Nog 10!

DE AUTOSLEUTEL (DEEL 2)

Ik maak het mezelf dit jaar niet makkelijk door 42 unieke marathons te lopen. Elk weekend een marathon op zich is best pittig, maar ik wil daarnaast nog eens graag op zo veel mogelijk mooie en unieke plaatsen lopen. Dat zorgt voor extra energie en tijd, wat het sinds deze zomer niet makkelijk maakt.

De marathons moeten uniek zijn, maar waarom start je dan een blog met dezelfde titel als deze van 2 weken geleden in Texel? Wel, omdat deze situatie echt uniek en uitzonderlijk is. Wie verliest nu 2 keer zijn autosleutels binnen de 14 dagen. Bibi. Echt, wat volgt geloven jullie nooit en toch is het echt gebeurd. Met een tikkeltje gêne doe ik mijn verhaal.

Gisteren was de Dam tot Damloop in Amsterdam, een loopwedstrijd over een afstand van 16km. Het event wordt georganiseerd door ASICS waarbij we als ASICSFrontRunners vriendelijk worden verzocht om deel te nemen. Alsof het een verplichting is? Graag zou ik zeggen, alleen moet ik er 26km aan vastknopen om mijn marathon te kunnen volbrengen. Zo gezegd, zo gedaan. Met behulp van teamie Priscilla een tochtje van 12km opgemaakt naar de start, dan de 16km van Dam tot Dam en vervolgens nog eens 14km terug naar de wagen. Het plan lag vast. Vertrekplaats: Het Twiske, een recreatie- en natuurgebied dat echt wel een bezoekje waard is…bij mooi weer. Nu was het werkelijk water aan het gieten, alsof ze bij momenten een emmer water over je hoofd gooiden. Tel daarbij de koude temperaturen en je weet dat het een andere marathon zou worden dan die van de afgelopen weken. Maar eerlijk, ik loop graag in deze omstandigheden.

De weg naar Amsterdam verliep vlot. Mooi op tijd kunnen parkeren, Camelbag aan, eten en drinken gecontroleerd en de sleutel in mijn jasje gestoken, mooi en veilig achter een ritsje bovenaan het jas. Ik wil vertrekken en dacht: is mijn wagen nu op slot? Toch nog even voelen. Sleutel bovenhalen, nog even dichtduwen en zien dat de wagen is gesloten. Ritsje open en sleutel er terug in. We zijn vertrokken.

Na 1km dacht ik: we nemen onmiddellijk een foto, dan hebben we dit gehad en kan ik blijven lopen tot aan de finish. Ik neem mijn iPhone, trek een foto en voel nog even of de sleutel nog op zijn plaats zit. En wat blijkt: die is verdwenen. I kid you not. Die zit niet meer in mijn jasje en ik heb slechts 1 kilometer gelopen. Mijn rits moet niet tot boven zijn toegetrokken door de hinder van die Camelbag waardoor de sleutel er mogelijk is uitgevallen. De rits zit behoorlijk hoog waardoor het moeilijk zichtbaar is of deze volledig is gesloten. Hoe kan dit nu? Balen, vloeken gevolgd door een zekere onverschilligheid. Daar gaat mijn dag. Wacht. Niet panikeren, we zijn slechts 1 kilometer ver. GPS op pauze en zoeken. Terug naar de wagen. Niks. Terug naar kilomter 1. Niks. Terug naar de wagen. Niks. En zo ging het 50’ lang. Zonder resultaat. Wat nu?

Mijn vrouw had een opleiding en was dus moeilijk bereikbaar. Bellen naar de mama om me te komen redden. Zij zou vertrekken met de reservesleutel, ik zou nog 1 keer goed zoeken. Want stel je voor dat iemand de sleutel vindt en vertrekt met mijn wagen. Ik mag er niet aan denken. Eerst was er het idee om het rondje 21 maal te lopen, maar dan dacht ik: als ik de sleutel niet kan vinden dan is hij echt niet te vinden. De kans is groot dat hij over de 2 brugjes in het water is gevallen. En dus vertrokken naar de start. Hopeloos te laat uiteraard. Om niet te veel tijd te verliezen besloot ik in te pikken aan kilometer 4. De lopers tegemoet lopen bleek een hele opgave want het was echt druk. Geen moment een goed ritme kunnen pakken tot ik meeliep met de flow tot aan de aankomst. Medaille ontvangen, niet treuzelen en terug naar de auto want de mama was onderweg en ik wist de weg niet echt. Opnieuw tegen de lopers in gelopen wat na verloop echt wel vervelend was, voor mijn tempo en voor de lopers in de wedstrijd. Bij deze mijn excuses aan iedereen die ik heb gehinderd, ook al liep ik mooi aan de buitenkant.

Na ongeveer 30 terug aan de wagen. En jawel, hij stond er nog. Oef. De laatste 12km zou ik wat lusjes maken rond de parking zodat mijn mama zeker niet verkeerd zou rijden. Het werd een kleine ontdekking van het Twiske waarbij het lichaam volledig leeg liep. De laatste kilometers heb ik het zoeken opgegeven, ik wou gewoon stoppen met lopen, de auto inkruipen en iets warm aantrekken. Ik was volledig doorweekt en begon het kou te krijgen. Na 41,5km kwam ik aan de auto van de mama. Crap, nog 700m extra. Die laatste loodjes zijn er dus echt vaak te veel aan. Ik besloot om die eerste kilometer nog eens een stukje te lopen. Lekker makkelijk, gewoon rechtdoor. Na 500m maak ik rechtsomkeer, ik loop terug en wacht op het signaal van de Garmin 945: 42,2km. Yes! I made it. Wat een lange dag. Onmiddellijk bellen naar het vrouwtje om te zeggen dat het alsnog is gelukt. Op het moment dat ik bel kijk ik in het gras en jullie geloven het nooit: daar ligt net die sleutel. Ik verzin dit niet. Is dit toeval of een hogere macht die tussenkomt en me iets gunt na zo een klote dag. Ongeloof klinkt door in mijn stem langs de telefoon. Snel dichtleggen nu en naar de mama, die ook haar ogen niet kan geloven.

We kruipen in de wagen, draaien de verwarming volledig open zodat mijn handen en lippen hun normale kleur terugkrijgen. De plakkledij uittrekken blijkt een opgave te zijn. Alles wringt tegen, maar het geluk overheerst. Dit hou je toch echt niet voor mogelijk. Ik kan het vandaag nog altijd niet geloven dat de sleutel net daar ligt waar ik mijn marathon stop. Eind goed, al goed ook al durf ik dit bijna niet te schrijven. Er volgen nog 9 marathons (knipoog). Nadat het lichaam was opgewarmd vertrokken richting huis om rond 20u30 een warme douche te kunnen nemen. Zo een dag hakt er zwaar op in. Ik voel me volledig leeg. Nog een berichtje naar de mama als bedanking en onder de wol. Slapen wordt niet evident, maar de werkweek zal er snel zijn. Ik mag er nog even niet aan denken. Wel droom ik van nog 9 normale marathons. Met sleutel en zonder verhalen die je bijna niet uigelegd krijgt omwille van de absurditeit. Die autosleutel wordt het woord van dit project. Laat ons zeggen dat ik andere woorden in gedachten had bij de start op 29/01 (lacht).

PLOTS GING HET LICHT UIT

Na een onrustige nacht werd ik wakker met een koud en onwel gevoel. Zo een ochtend waarop je denkt: ik ga hier alle energie moeten samen sprokkelen om de dag door te komen. Ontbijten zat er niet in. Nog zo een veeg teken. Na een korte voorbereiding voor een meeting de volgende dag was er een afspraak met Laura bij Studio Ipanema. Net vandaag werd die belangrijke tattoo geplaatst. Mijn agenda laat weinig ruimte voor verschuivingen en de afspraak lag al een tijdje vast. Zo gezegd, zo gedaan. Gelukkig is Laura echt gewoon een toffe madam en voelde ik me op mijn gemak. Uiteindelijk moest ik ook niet echt iets doen: liggen en ondergaan. Niet dat het plaatsen van een tattoo aanvoelt als een massage, maar het is ook geen ondraaglijke pijniging die je ondergaat.

Toen ik wou rechtstaan na het plaatsen van de tattoo ging plots het licht uit. Ik voelde me gewoon wegdraaien en vroeg naar een stoel en iets met suiker. Dit ging hier bijna fout, maar gelukkig kwam Laura to the rescue. Een snoepje en bekertje ice-tea brachten redding. Het broodje van op de hoek was meer dan welkom. Op die manier kon ik veilig thuis geraken. Onmiddellijk mijn afspraken van die dag en ook de dag erna verplaatst. Shit, dat is echt vervelend. Het voelt plots allemaal zo zwaar en onmogelijk. Ik ben in mijn bed gekropen en de volledige namiddag geslapen. Op dinsdagochtend was het gevoel iets beter, maar ik voelde me niet in staat om te werken. Gelet op de vele verbouwingen en het bijhorende stevige kostenplaatje kan ik het niet maken om uit te vallen. Je hoort vaak over een burn-out en ik vermoed dat dit gevoel in de buurt komt. Gelukkig heb ik me na de lunch op dinsdag kunnen herpakken. Mails nalezen en beantwoorden en werken van thuis. Op woensdag terug naar kantoor en vol aan de bak.

Ik besef nu nog meer dat ik moet opletten. Waar ligt de grens tussen alles onder controle houden en er net over gaan. Uitvallen is geen optie. Maar dat is het bij niemand. Waar trek je dan de grens? Het is duidelijk dat het lopen me dit jaar veel te weinig rust en ontspanning brengt. Die rustige loopjes van en naar het werk vallen grotendeels weg omdat ik er in het weekend moet staan. En die marathons wegen toch zwaarder door dan ik had durven denken. Op zich valt het lopen mee, maar het is de rust die ik nergens kan vinden. De inspanningen stapelen zich op en een rustmoment is niet te vinden. Alles op zich valt mee, maar de combinatie zorgt voor een gevoel van uitgeblustheid.

Ik ben dan ook met een klein hartje naar Nieuwpoort getrokken. Onzeker of het ook dit weekend zou lukken. We zijn nu te ver om afstand te nemen. Ik moet er nog ééntje inhalen en dat wordt al een puzzel. Er nog ééntje missen is echt de allerlaatste optie. Ik had dan ook besloten om rustig te starten en het gevoel te volgen. Benny en Bert waren pacer voor de 3:45 en het doel was om bij hen te blijven. Maar dan komt het voor lopers zo bekende gevoel: alsof het startschot alle doelstellingen en plannen kapot schiet. Alsof dit schot zorgt voor ctrl-alt-delete. Ik ging zowaar van start bij Bram, die pacer was voor de 3:30. Niks moet, maar de sporter in mezelf wil toch ieder weekend zijn stinkende best doen. Een uitzonderlijk jaar vraagt om uitzonderlijke prestaties.

Het babbeltje met Bram deed deugd. En ook Jan, Bert en Patrick liepen in het groepje. Voor ik het wist stond er 18km op de teller. Nog even tot aan de halve marathon en dan wat gas terugnemen. Het voelde best goed en ik weet dat de tweede helft zwaarder wordt, maar ook dat het gewoon een kwestie is van blijven lopen en eten/drinken. Ik zocht mijn eigen tempo en trotseerde de bij momenten bakken regen. Aan kilometer 32 nog even gestopt om mijn peperkoek te eten met een bekertje water en dan richting Nieuwpoort waar ik kon finishen met een tijd van 3:34. Hier had ik voor willen tekenen afgelopen maandag.

De komende week wordt druk, hoe kan het ook anders, maar naar het einde van het jaar belooft er meer evenwicht te komen. Het is nog even doorduwen. Nu niet ziek vallen en aftellen naar Brussel. Het is héél lang geleden dat ik daar de 20km heb gelopen. Ik kijk er naar uit om de stad te ontdekken. Hopelijk blijft het lichtje branden de komende 7 weken. Op naar Athene!

BRUXELLES, MA BELLE

Afgelopen zondag was eindelijk nog eens gewoon goed. Geen spectaculaire verhalen voor, tijdens of na. Alles viel in de juiste plooi. Op zaterdag nog eens een rustdag kunnen inlassen en dat doet wonderen een dag voor een marathon. Ook op zondag was er werkelijk niks om me druk over te maken. Ik had ook erg veel zin om eens door Brussel te lopen. De stad waar ik mijn professionele carrière ben begonnen. En toch ken ik Brussel helemaal niet. Onbekend is onbemind. Een extra reden om eens naar onze hoofdstad af te zakken en tegelijk ook een mooie naam om aan het lijstje van 42 toe te voegen.

En ik moet Golazo bedanken: ik heb er echt van genoten. Ok, er waren lange rechte stukken die voor sommigen vervelend/saai zijn. Ik kan er oprecht van genieten. Niet te veel poespas en gekronkel. Gewoon rechtdoor. En ok, op het einde was het net iets te druk met vele lopers van de andere afstanden. Maar de conclusie is dat deze marathon me geweldig is bevallen. Een kleine ontdekking van Brussel die smaakt naar meer. Hopelijk krijg ik komende zondag in Eindhoven hetzelfde gevoel. Een herhaling van 2017 zit er helemaal niet in want toen liep ik een mooie tijd van 2:56. En dan nog eens met de allerbeste vrienden. Dit jaar zal het een stuk trager verlopen wat extra tijd geeft om te genieten. Om rond te kijken. En hopelijk ook om veel bekende gezichten (terug) te zien. Het startschot is alweer niet veraf. Nog 7 in 6 weken. Ik blijf voorzichtig.

back to home